- Arrest van 17 april 2012

17/04/2012 - P.11.1697.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Legt een onwettige straf op, de rechter die een beklaagde schuldig verklaart aan een wanbedrijf dat gestraft wordt met een gevangenisstraf en met een geldboete, en hem vervolgens enkel een werkstraf oplegt met een vervangende gevangenisstraf, zonder hem evenwel te veroordelen tot de bijkomende straf van een geldboete of zonder verzachtende omstandigheden in aanmerking te nemen (1). (1) Zie: Cass. 12 feb 2003, AR P.02.1530.F, AC 2003, nr. 102.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1697.N

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANTWERPEN,

eiser,

tegen

M A,

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 21 september 2011.

De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 1, 2, 3, 7, 37ter, 38, 40, 392, 398, eerste lid, en 399, eerste lid, Strafwetboek: het arrest veroordeelt de verweerder wegens het wanbedrijf van artikel 399, eerste lid, Strafwetboek tot een werkstraf van honderdveertig uren zonder bijkomende geldboete; deze straf mag evenwel enkel opgelegd worden als hoofdstraf, te dezen in de plaats van een hoofdgevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar, en er wordt geen door artikel 399, eerste lid, Strafwetboek bepaalde geldboete van vijftig tot tweehonderd euro, zijnde een door dat artikel verplicht gestelde bijkomende straf, uitgesproken; aldus is de uitgesproken straf onwettig.

2. Artikel 37ter, § 1, eerste zin, Strafwetboek bepaalt: "Indien een feit van die aard is om door een politiestraf of een correctionele straf gestraft te worden, kan de rechter als hoofdstraf een werkstraf opleggen. Binnen de perken van de op het misdrijf gestelde straffen, alsook van de wet op grond waarvan de zaak voor hem werd gebracht, voorziet de rechter in een gevangenisstraf of in een geldboete die van toepassing kan worden ingeval de werkstraf niet wordt uitgevoerd."

3. Artikel 399, eerste lid, Strafwetboek bepaalt dat hij die zich schuldig maakt aan slagen of verwondingen die een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hebben, gestraft wordt met gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot tweehonderd euro.

4. De appelrechters verklaren de verweerder schuldig aan het in artikel 399, eerste lid, Strafwetboek omschreven misdrijf.

Zij leggen hem vervolgens uit dien hoofde enkel een werkstraf van honderdveertig uren op (met een vervangende gevangenisstraf van zeven maanden), zonder hem evenwel te veroordelen tot de bijkomende straf van een geldboete en zonder verzachtende omstandigheden in aanmerking te nemen.

Aldus leggen de appelrechters de verweerder een onwettige straf op.

Het middel is gegrond.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

5. De onwettigheid van de straf tast de wettigheid van de schuldigverklaring niet aan.

6. Voor het overige zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht genomen en is de beslissing overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het arrest in zoverre het uitspraak doet over de aan de verweerder opgelegde straf en over de bijdrage aan het Slachtofferfonds.

Beveelt dat melding zal worden gemaakt van dit arrest op de kant van de gedeeltelijk vernietigde beslissing.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt de verweerder in de helft van de kosten van het cassatieberoep en laat de overige helft ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Bepaalt de kosten op 105,24 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Peter Hoet en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 17 april 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Wanbedrijf strafbaar met gevangenisstraf en geldboete

  • Werkstraf met vervangende gevangenisstraf opgelegd aan de schuldig verklaarde beklaagde

  • Geen geldboete

  • Geen verzachtende omstandigheden