- Arrest van 25 april 2012

25/04/2012 - P.12.0665.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Noch de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, noch de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, bepalen dat de inverdenkinggestelde die noch de taal van de rechtspleging noch enige andere landstaal kent, recht heeft op vertaling van het dossier in zijn eigen taal (1). (1) Zie Cass. 18 dec. 2007, AR P.07.1332.F, AC 2007, nr. 643.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0665.F

H. B.,

Mr. Jean-Didier Fraikin, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling van 10 april 2012.

De eiser voert in een memorie dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Françoise Roggen heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Tweede middel

Noch de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, noch de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, bepaalt dat de inverdenkinggestelde die noch de taal van de rechtspleging noch enige andere landstaal kent, recht heeft op vertaling van het dossier in zijn eigen taal.

Voor het onderzoeksgerecht dat uitspraak doet inzake voorlopige hechtenis, is het recht van verdediging geëerbiedigd wanneer, zoals te dezen, de inverdenking-gestelde die de taal van de rechtspleging niet kent, werd bijgestaan door een beëdigde tolk die hem op de hoogte heeft gebracht van de tegen hem ingebrachte beschuldiging en zijn advocaat de kans gekregen heeft om er zijn verweermiddelen zowel mondeling als schriftelijk voor te dragen.

De appelrechters die oordelen dat de eiser, die Bulgaars spreekt, werd bijgestaan door een vertaalster die hem weergave deed van de toedracht van de vordering, in aanwezigheid van zijn advocaat, die werd gehoord en die een conclusie heeft neergelegd, verantwoorden hun beslissing naar recht om het hen voorgelegde verzoek tot vertaling van het dossier af te wijzen.

De grief die schending aanvoert van artikel 6 EVRM, is volledig afgeleid uit de vergeefs aangevoerde miskenning van het recht van verdediging.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 25 april 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Voorlopige hechtenis

  • Onderzoeksgerechten doen uitspraak over de handhaving

  • Inverdenkinggestelde kent geen enkele landstaal

  • Recht op vertaling van het dossier