- Arrest van 25 april 2012

25/04/2012 - P.12.0125.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Om schuldig te zijn aan deelneming aan een misdaad of wanbedrijf, is met name vereist dat de dader daartoe heeft bijgedragen op de bij wet bepaalde wijze; deelneming kan twee vormen aannemen: hoofddeelneming of bijkomstige deelneming (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2012, nr. ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0125.F

I. P. Z.,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, en mr. Vincent Dusaucy, advocaat bij de balie te Charleroi,

II. M. S. T.,

Mr. Michel Bouchat, advocaat bij de balie te Charleroi, en mr. Alain Delfosse, advocaat bij de balie te Brussel,

III. S. S. T. M.,

Mrs. Nathalie Buisseret en Mélanie Bosmans, advocaten bij de balie te Brussel,

IV. 1. P. Z.,

2. M. S. T.,

de laatste twee cassatieberoepen tegen

1. INSTITUT POUR L'EGALITE DES FEMMES ET DES HOMMES,

2. NATIONAAL VERBOND VAN DE ONAFHANKELIJKE ZIEKENFOND-SEN.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen vier arresten die op 9 en 12 december 2011 met de nummers 71 tot 74 zijn gewezen door het hof van assisen van de provincie Henegouwen.

De eiseres P. Z. voert twee middelen en de eiser M. S. T. één middel aan, ieder in een memorie die aan dit arrest is gehecht.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. FEITEN

De jury werd verzocht om voor de drie eisers afzonderlijk te antwoorden op twee vragen, omschreven als hoofdvragen, betreffende een beschuldiging van moord.

De eerste vraag verzocht de gezworenen te antwoorden of de beschuldigde mede-plichtig was aan de doodslag. De tweede vraag luidde of hij volgens hen de dader of mededader van de doodslag was.

Het aan de jury overhandigde formulier vermeldt dat zij alleen op de tweede vraag dient te antwoorden indien de eerste vraag bevestigend is beantwoord.

Aangezien de gezworenen beide vragen bevestigend hebben beantwoord, werden de eisers schuldig verklaard aan moord, als medeplichtigen, en ook als daders of mededaders.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoepen van M. S. T. tegen de arresten met nummers 71, 73 en 74 van het repertorium, gewezen op 9 en 12 december 2011

Middel

Eerste onderdeel

Het arrest over de schuldvraag wordt verweten dat het niet regelmatig met rede-nen is omkleed in zoverre het de eiser tegelijkertijd als dader of mededader en als medeplichtige beschouwt aan dezelfde misdaad.

Om schuldig te zijn aan deelneming aan een misdaad of wanbedrijf, is met name vereist dat de dader daartoe heeft bijgedragen op de bij wet bepaalde wijze.

Deelneming kan twee vormen aannemen : hoofddeelneming of bijkomstige deel-neming. Zij die schuldig zijn aan de eerste vorm, bedoeld in artikel 66 Strafwet-boek, worden daders van het misdrijf genoemd : zij zijn de oorzaak van het mis-drijf. Zij die schuldig zijn aan de tweede vorm, bedoeld in artikel 67 van dat wet-boek, worden medeplichtigen genoemd : hun tussenkomst was nuttig doch niet noodzakelijk voor het stellen van de daad.

De wet maakt dus een onderscheid tussen de fysieke of morele handelingen die de medeschuldigen in de ene of de andere categorie plaatsen en zij legt dit verschil vast door in artikel 69 Strafwetboek voor de medeplichtigen een lagere straf te bepalen dan die welke de daders wordt opgelegd.

Een medeschuldige kan tegelijk mededader en medeplichtige van iemand anders zijn, zo hij bijvoorbeeld, nadat hij hem rechtstreeks tot de daad heeft aangezet, zich ertoe beperkt heeft hem aanvullende bijstand te verlenen voor de feiten die de daad hebben voorbereid of voltrokken.

De beslissing van de jury die de beschuldigde tegelijkertijd aanmerkt als dader van en medeplichtig aan dezelfde misdaad hoeft dus niet noodzakelijk als tegen-strijdig worden beschouwd.

Dezelfde feiten kunnen daarentegen onmogelijk als hoofddeelneming en als bij-komstige deelneming worden aangemerkt.

Het arrest vermeldt in de motivering dat de actieve deelneming van de eiser aan de moord aangetoond wordt door een geheel van duidelijke, bepaalde en met el-kaar overeenstemmende vermoedens, met name de doodsbedreigingen, het feit dat in allerijl een religieus huwelijk via Internet werd gesloten, het feit dat het slachtoffer actief werd opgespoord ofschoon zij meerderjarig was en van huis weggelopen was, de ontdekking van haar huwelijksplannen met een niet-moslim en het overhaaste vertrek van de eiser op de dag van de feiten, net voor die werden gepleegd.

Het arrest vermeldt ook dat de jury, meer bepaald wat de drijfveer betreft, het feit in aanmerking heeft genomen dat de beschuldigde "de moord op zijn dochter als mededader had gepleegd" om de schande voor de familie uit te wissen, veroor-zaakt door haar ongehoorzaamheid.

Ofschoon is beslist dat de eiser zowel dader van als medeplichtig was aan de moord op zijn dochter, verduidelijkt de motivering die tot staving van die beslis-sing is aangevoerd niet wegens welke feiten zijn deelneming onder artikel 67 Strafwetboek valt en wegens welke onderscheiden feiten zij tevens onder artikel 66 valt.

Het Hof kan bijgevolg niet nagaan of beide in aanmerking genomen wijzen van deelneming op verschillende feiten of daden zijn gebaseerd en het kan evenmin uitsluiten dat de eiser als dader of mededader was aangemerkt op grond van feiten die alleen maar op medeplichtigheid wijzen.

Het middel is in zoverre gegrond.

De vernietiging van het arrest waarin de beslissing wordt gemotiveerd brengt de nietigverklaring mee van de eruit voortvloeiende arresten waarbij een strafrechte-lijke en een burgerrechtelijke veroordeling worden uitgesproken waartegen de ei-ser op regelmatige wijze cassatieberoep heeft ingesteld.

B. Cassatieberoep van S. S. T. M tegen de arresten met nummers 71, 72 en 73 van het repertorium, gewezen op 9 en 12 december 2011

De eiseres doet afstand van haar cassatieberoep.

C. Cassatieberoepen van P. Z. tegen de arresten met nummers 71 tot 74 van het repertorium, gewezen op 9 en 12 december 2011

Tweede middel

Tweede onderdeel

Dezelfde feiten kunnen niet tegelijkertijd aangemerkt worden als hoofddeelne-ming en als bijkomstige deelneming aan het plegen van een misdrijf.

De eiseres werd medeplichtig verklaard aan de moord op haar dochter en tegelij-kertijd daaraan schuldig bevonden als dader of mededader.

Om hun beslissing dienaangaande te motiveren baseren de gezworenen zich op het feit dat in allerijl een religieus huwelijk werd gesloten via Internet, op de chantage met zelfmoord, op de ontdekking van het feit dat er een niet-islamitische huwelijkskandidaat bestond met wie het slachtoffer huwelijksplannen had en op het overhaaste vertrek van de eiseres de dag van de feiten, net voor zij werden ge-pleegd.

Die overwegingen maken het niet mogelijk uit te maken voor welke handeling de eiseres schuldig werd bevonden aan moord, als dader of mededader, nadat zij schuldig was bevonden als medeplichtige.

In zoverre is het middel gegrond.

Er is geen grond om acht te slaan op het overige gedeelte van de memorie dat niet tot een ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing kan leiden.

De vernietiging van het arrest waarin de beslissing wordt gemotiveerd leidt tot nietigverklaring van het met toepassing van artikel 335 Wetboek van Strafvorde-ring gewezen arrest alsook van de eruit voortvloeiende arresten waarbij een straf-rechtelijke en een burgerrechtelijke veroordeling werden uitgesproken en waarte-gen de eiseres op regelmatige wijze cassatieberoep heeft ingesteld.

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep van S. S. T. M.

Vernietigt het debat en de verklaring van de jury over de haar met nummers 5 tot 8bis en 13 tot 15 gestelde vragen.

Vernietigt het arrest dat op 9 december 2011 met het nummer 71 van het reperto-rium is gewezen, in zoverre het de schuldigverklaringen van M. S. T. en P. Z. mo-tiveert.

Vernietigt het arrest dat op 9 december 2011 met het nummer 72, en het arrest dat op 12 december 2011 met het nummer 73 is gewezen, in zoverre het uitspraak doet over de straffen die de twee voornoemde eisers zijn opgelegd.

Vernietigt het arrest dat op 12 december 2011 met het nummer 74 is gewezen, in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvorderingen van de verweer-ders tegen M. S. T. en P. Z.

Beveelt dat melding van dit arrest zal worden overgeschreven in de registers van het hof van assisen van de provincie Henegouwen en dat melding van dit arrest zal worden gemaakt op de kant van de volledig of gedeeltelijk vernietigde beslis-singen.

Veroordeelt de eiseres S. S. T. M. in de kosten van haar cassatieberoep en laat de kosten van beide andere eisers ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van assisen van de provincie Namen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare rechtszitting van 25 april 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bij-stand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van eerste voorzitter Etienne Goethals en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Strafbare deelneming