- Arrest van 26 april 2012

26/04/2012 - C.10.0276.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De vennootschappen voor het beheer van rechten zijn bevoegd om in rechte op te treden met het oog op de verdediging van de rechten van de bij hen aangesloten rechthebbenden voor wiens rekening en op wiens verzoek zij overeenkomstig hun statuten de rechten beheren; zij hebben aldus hoedanigheid en belang om een rechtsvordering in te stellen tot betaling van schadevergoeding wanneer die rechten worden aangetast door een derde (1). (1) Zie de concl. van het O.M.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0276.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Economie, KMO's, Middenstand en Energie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 9,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. VEWA cvba, met zetel te 3020 Herent, Klein Dalenstraat 46,

2. JOURNALISTEN AUTEURSMAATSCHAPPIJ - SOCIETE DE DROIT D'AUTEUR DES JOURNALISTES cvba, met zetel te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Roger Vandendriesschelaan 36-38,

3. MULTIMEDIA MAATSCHAPPIJ VAN DE AUTEURS VAN DE VISUELE KUNSTEN - SOCIETE MULTIMEDIA DES AUTEURS DES ARTS VISUELS cvba, met zetel te 1050 Elsene, Koninklijke Prinsstraat 87,

4. BELGISCHE VERENIGING VAN AUTEURS, COMPONISTEN EN UITGEVERS - SOCIETE BELGE DES AUTEURS, COMPOSITEURS ET AUDITEURS (SABAM) cvba, met zetel te 1040 Brussel, Aarlenstraat 75-77,

5. ASSUCOPIE cvba, met zetel te 1342 Limelette, rue Charles Dubois 4/0003, bus 1,

6. BEHEERSVENNOOTSCHAP VAN DE KONINKLIJKE VERENIGING VOOR BEELDENDE KUNSTENAARS VAN BELGIË cvba, met zetel te 9000 Gent, Gordunakaai 85B,

7. SOCIETE CIVILE DES AUTEURS MULDIMEDIAS (SCAM), vennootschap naar Frans recht, met zetel te 75002 Parijs (Frankrijk), avenue Vélasquez 5,

8. SOCIETE AUTEURS ET COMPOSITEURS DRAMATIQUES (SACD), vennootschap naar Frans recht, met zetel te 75009 Parijs (Frankrijk), rue Ballu 11 B,

verweersters,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweersters woonplaats kiezen,

9. VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Arenbergstraat 7, zijnde op het kabinet van de minister-president van de Vlaamse regering, met kantoor te 1000 Brussel, Koolstraat 30,

verweerster,

10. FRANSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Franse Gemeenschapsregering, voor wie optreedt de minister van Kunsten, Letteren en het Audiovisuele, met kantoor te 1000 Brussel, Surlet de Chokierplein 15-17,

verweerster,

11. DEUTSCHSPRACHIGE GEMEINSCHAFT, vertegenwoordigd door haar regering, in de persoon van de minister-president, met kantoor te 4700 Eupen, Klötzenbahn 32,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 29 september 2009.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 1 februari 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het arrest verwerpt en beantwoordt het in het middel bedoelde verweer met het oordeel dat de verweersters, wier eigen doel onder meer bestaat in het innen, beheren en uitkeren van gelden die voortvloeien uit auteursrechten en in het behartigen van de belangen van de auteurs, blijk geven van het wettelijk vereiste belang om in hun naam schadevergoeding op grond van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek te vorderen wegens het beweerdelijk foutief nalaten van de overheid om een koninklijk besluit uit te vaardigen teneinde de vergoedingen voor uitlening van werken toekomende aan de auteurs, laat staan de billijke vergoeding, te bepalen.

Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.

2. Het arrest oordeelt niet dat een collectief belang voldoende is.

In zoverre het middel uitgaat van het tegendeel, berust het op een verkeerde lezing van het arrest en mist het bijgevolg feitelijke grondslag.

3. Aangezien het arrest niet oordeelt dat een collectief belang voldoende is, behoefden de appelrechters niet te antwoorden op het in het middel bedoelde verweer met betrekking tot de noodzakelijke "toelating door de wet" voor het inroepen van een collectief belang, dat niet meer dienend was.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

4. Artikel 62, § 1, Auteurswet 1994, zoals te dezen van toepassing, bepaalt dat de auteur recht heeft op een vergoeding in geval van uitlening van werken van letterkunde, databanken, fotografische werken of partituren van muziekwerken onder de voorwaarden genoemd in artikel 23.

Artikel 62, § 2, Auteurswet 1994 bepaalt dat de auteur, de uitvoerende kunstenaar en de producent recht hebben op een vergoeding in geval van uitlening van geluidswerken of audiovisuele werken onder de voorwaarden genoemd in de artikelen 23 en 47.

Krachtens artikel 63, eerste lid, Auteurswet 1994 bepaalt de Koning, na raadpleging van de instellingen en vennootschappen voor het beheer van de rechten, het bedrag van de in artikel 62 bedoelde vergoedingen inzake openbare uitlening. Deze worden geïnd door de vennootschappen voor het beheer van de rechten.

Krachtens artikel 65, eerste en tweede lid, Auteurswet 1994, zoals te dezen van toepassing, zijn de bepalingen van hoofdstuk VII van toepassing op al wie de bij deze wet erkende rechten int of verdeelt voor rekening van verschillende rechthebbenden en moet het beheer worden waargenomen door een vennootschap die op regelmatige wijze is opgericht in een van de landen van de Europese Unie, waar zij op geoorloofde wijze als vennootschap voor de inning en de verdeling van die rechten werkzaam is.

Krachtens artikel 66, eerste lid, Auteurswet 1994, heeft de vennootschap de plicht de rechten te beheren die door deze wet worden erkend wanneer de rechthebbende daarom verzoekt en dat verzoek overeenstemt met de doelstelling en de statuten van de vennootschap.

Artikel 67 Auteurwet 1994 bepaalt dat, om op het nationale grondgebied werkzaam te kunnen zijn, de in artikel 65 bedoelde vennootschappen een vergunning moeten bezitten van de minister bevoegd voor het auteursrecht.

Krachtens artikel 73 Auteurswet 1994, zijn de vennootschappen bevoegd om in rechte op te treden met het oog op de verdediging van de rechten die zij krachtens de statuten beheren.

5. Uit het geheel van deze bepalingen volgt dat de vennootschappen voor het beheer van de rechten bevoegd zijn om in rechte op te treden met het oog op de verdediging van de rechten van de bij hen aangesloten rechthebbenden voor wiens rekening en op wiens verzoek zij overeenkomstig hun statuten de rechten beheren.

Deze vennootschappen hebben aldus hoedanigheid en belang in de zin van de artikelen 17 en 18 Gerechtelijk Wetboek om een rechtsvordering in te stellen tot betaling van schadevergoeding wanneer die rechten worden aangetast door een derde.

6. De appelrechters stellen vast dat:

- de verweersters regelmatig opgerichte rechtspersonen zijn in de zin van artikel 65 Auteurswet 1994;

- zij elk, conform artikel 67 Auteurswet 1994, bij ministerieel besluit erkend werden als vennootschappen die gemachtigd worden om de bij de wet erkende auteursrechten te innen en te verdelen onder de rechthebbenden;

- de verweersters, althans tot 1 januari 1994, datum waarop Reprobel als representatieve beheersvennootschap optreedt, belast waren met de inning en de verdeling van de vergoeding vastgesteld bij de artikelen 62 en 63 Auteurswet 1994.

7. De appelrechters oordelen, zonder miskenning van de aangevoerde wettelijke bepalingen, dat de verweersters, gelet op de hen bij artikel 73 Auteurswet 1994 verleende bevoegdheid om in rechte op te treden met het oog op de verdediging van de rechten die zij krachtens de statuten beheren, blijk geven van het vereiste belang om in hun naam schadevergoeding op grond van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek te vorderen wegens het beweerdelijk foutief nalaten van de overheid om een koninklijk besluit uit te vaardigen teneinde de vergoedingen voor uitlening van werken toekomende aan de auteurs, laat staan de billijke vergoeding, te bepalen.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Tweede middel

Eerste onderdeel

8. Met het oordeel dat de beweerde tekortkoming van de overheid geen einde heeft genomen op 1 juli 1994 en dat de overheid na deze datum nog beweerdelijk foutief heeft gehandeld door steeds niet over te gaan tot de volledige omzetting van de richtlijn, verwerpt en beantwoordt het arrest het door de eiser gevoerde verweer in verband met de afwezigheid van nieuwe schadegevolgen, die gebaseerd was op de aanvoering dat er sprake was van eenzelfde, eenmalig in de tijd te situeren fout.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

9. Met het oordeel dat de verweersters zich bij hun gedinginleidende dagvaarding niet beroepen hebben op één enkele onrechtmatige overheidsdaad of op een aflopende fout begaan in 1994, geven de appelrechters aan die dagvaarding een uitleg die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is.

De omstandigheid dat de appelrechters aan de dagvaarding een andere uitleg geven dan die voorgesteld door de eiser, maakt geen miskenning van de bewijskracht van akten uit.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Derde onderdeel

10. Verschillende fouten kunnen eenzelfde schade tot gevolg hebben.

Het onderdeel dat ervan uitgaat dat er slechts sprake kan zijn van opeenvolgende onrechtmatige overheidsdaden, op voorwaarde dat de latere overheidsdaden nieuwe schadegevolgen veroorzaken, berust op een verkeerde rechtsopvatting en faalt derhalve naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 3017,64 euro en voor de verweersters op 312,54 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 26 april 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Vennootschappen voor het beheer van rechten

  • Optreden in rechte

  • Bevoegdheid

  • Omvang

  • Hoedanigheid en belang