- Arrest van 27 april 2012

27/04/2012 - C.11.0588.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vernietiging van een rechterlijke beslissing heeft de vernietiging tot gevolg van de beslissing die er het gevolg van is, zelfs als tegen laatstgenoemde beslissing geen cassatieberoep is ingesteld; aangezien het cassatieberoep gericht is tegen een beslissing waarvan de vernietiging het gevolg is van dat cassatiearrest, heeft het geen bestaansreden (1). (1) Cass. 16 juni 2005, AR C.04.0082.F, AC 2005, nr. 349; Cass. 16 mei 1994, AR S.93.0132.F, AC 1994, nr. 242; Cass. 10 april 1981 AC 1980-81, nr. 464, en concl. proc.-gen. Dumon.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0588.F

M. B.,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

BELGISCHE STAAT, minister van Economische Zaken.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 16 maart 2004 van het hof van beroep te Brussel.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Middel van niet-ontvankelijkheid, tegen het cassatieberoep opgeworpen door het openbaar ministerie overeenkomstig artikel 1097 van het Gerechtelijk Wetboek: het middel heeft geen belang

De vernietiging van een rechterlijke beslissing leidt tot de vernietiging van de latere beslissing die eruit voortvloeit, zelfs als tegen die beslissing geen cassatieberoep is ingesteld.

Het bestreden arrest stelt vast dat de zaak terug voorkomt voor het hof van beroep "opdat het hof over de zaak zelf uitspraak zou doen[ingevolge] het arrest [van] 24 april 2002 waarbij de oorspronkelijke rechtsvordering [van de eiser] ontvankelijk verklaard wordt en het [beroepen] vonnis op dat punt gewijzigd wordt" , en doet uitspraak over de gegrondheid van die rechtsvordering.

De beslissing waarbij dat arrest van 24 april 2002 vernietigd wordt bij het arrest van 16 juni 2005 leidt tot de vernietiging van het bestreden arrest, ook al heeft het vernietigend arrest zulks niet vastgesteld.

Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing waarvan de vernietiging het gevolg van dat cassatiearrest is geweest en heeft geen bestaansreden meer.

Het middel van niet-ontvankelijkheid is gegrond.

Het Hof is voor het overige niet bevoegd om kennis te nemen van een vordering die ertoe strekt uitspraak te horen doen over de "ontvankelijkheid" van de betekening van het bestreden arrest die na de nietigverklaring ervan is geschied.

Het staat aan het hof van beroep te Luik waarbij de zaak ingevolge het arrest van het Hof van 30 april 2010 aanhangig gemaakt is, uitspraak te doen over de kosten.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot "niet-ontvankelijkverklaring" van de betekening van het bestreden arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan het hof van beroep te Luik dat hierover op verwijzing uitspraak zal doen ingevolge het arrest van het Hof van 30 april 2010.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Martine Regout, Alain Simon, Gustave

Steffens en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 27 april 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Eric Dirix en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Vernietigd arrest

  • Nietigverklaring van het arrest dat het gevolg ervan is