- Arrest van 30 april 2012

30/04/2012 - S.10.0051.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 1154 van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt aan welke voorwaarden de kapitalisatie van de interest moet voldoen in de aangelegenheden waarop het artikel van toepassing is, volgt niet dat die kapitalisatie uitgesloten is in de aangelegenheden waarop dat artikel niet van toepassing is; kapitalisatie van de interest is niet uitgesloten in geval van verbintenissen die zijn ontstaan uit een misdrijf of uit een oneigenlijk misdrijf (1). (1) Cass. 27 okt. 1988, AC, 1988-89, nr. 118; Cass. 22 dec. 2006, AR C.05.0210.N, AC, 2006, nr. 670; Cass. 14 maart 2008, AR C.06.0657.F, AC, 2008, nr. 182.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.10.0051.F

L. L., advocaat, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van Pompes funèbres Michel,

Mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

C. S.,

Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Bergen van 18 januari 2010, op verwijzing gewezen ten gevolge van het arrest van het Hof van 23 oktober 2006.

Raadsheer Mireille Delange heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean-Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert de volgende drie middelen aan.

(...)

Derde middel

Geschonden wettelijke bepaling

- artikel 1154 van het Burgerlijk Wetboek.

Aangevochten beslissingen

Het arrest verklaart het verzoekschrift van de verweerder in zijn geheel gegrond, wijzigt alle beschikkingen van het beroepen vonnis en veroordeelt de [failliete vennootschap] tot kapitalisatie van de vervallen interest, daar zij betrekking hebben op een volledig jaar, te rekenen van 27 juni 2007 (datum van de dagvaarding na cassatie). Die vordering werd na de persoonlijke verschijning van de partijen opnieuw ingediend blijkens de syntheseconclusie die de verweerder heeft neergelegd op 15 juli 2009. Het beslist aldus om de volgende redenen:

"(De verweerder) heeft recht op de kapitalisatie van de interest (die vordering heeft bij [de gefailleerde vennootschap] tot geen enkele reactie geleid), aangezien de door hem gevorderde interest betrekking heeft op een volledig jaar, te rekenen van 27 juni 2007 (datum van de dagvaarding na cassatie). De voorwaarden van artikel 1154 van het Burgerlijk Wetboek zijn beslist vervuld: de interest is wel degelijk vervallen in de zin van de voormelde bepaling; hij heeft betrekking op een periode van meer dan een jaar; hij werd door (de verweerder) uitdrukkelijk gevorderd in de dagvaarding die hij voor het [arbeids]hof heeft uitgebracht na het verwijzingsarrest van 23 oktober 2006 en hij werd tevens gevorderd in de syntheseconclusie die (de verweerder) op 15 juli 2009 heeft genomen na de persoonlijke verschijning van de partijen."

Grieven

Overeenkomstig artikel 1154 van het Burgerlijk Wetboek, dat de openbare orde raakt, is de vordering of de toekenning van interest op interest in beginsel verboden en is dit slechts toegestaan onder welbepaalde voorwaarden, zodat het arrest dat interest op interest toekent zonder dat het vaststelt dat die toekenning voldoet aan de wettelijke voorwaarden, artikel 1154 van het Burgerlijk Wetboek schendt.

Artikel 1154 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de verplichtingen die ontstaan uit misdrijven of uit oneigenlijke misdrijven.

Zoals uit de redengeving van het arrest blijkt, diende het arbeidshof dat uitspraak deed als rechtscollege waarnaar de zaak na cassatie was verwezen, het geschil te onderzoeken vanuit het oogpunt van het misdrijf, van niet-betaling van loon, en diende het bijgevolg de vordering tot vergoeding van de uit dat misdrijf voortvloeiende schade te onderzoeken.

Het arrest vermeldt daarenboven dat "de draagwijdte van de leer van het verwijzingsarrest, op 23 oktober 2006 uitgesproken in verenigde kamers, als volgt kan worden samengevat: zodra de loontrekkende feiten aanvoert die het bestaan van een misdrijf kunnen aantonen, wordt ervan uitgegaan dat zijn rechtsvordering haar oorsprong vindt in een misdrijf en kan zij niet meer beschouwd worden als een rechtsvordering die haar oorsprong vindt in een overeenkomst".

Het arrest doet bijgevolg uitspraak over een verplichting die ontstaan is uit een misdrijf en dus over aansprakelijkheid buiten overeenkomst.

Het arrest heeft in zoverre de kapitalisatie van de interest niet kunnen toepassen, aangezien kapitalisatie in die aangelegenheid uitgesloten is.

Het schendt zodoende artikel 1154 van het Burgerlijk Wetboek.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Derde middel

Uit artikel 1154 Burgerlijk Wetboek dat bepaalt aan welke voorwaarden de kapitalisatie van de interest moet voldoen in de aangelegenheden waarop het artikel van toepassing is, volgt niet dat die kapitalisatie niet van toepassing zou zijn op de aangelegenheden waarop dat artikel niet van toepassing is.

Het middel dat aanvoert dat interest niet gekapitaliseerd mag worden wanneer die interest betrekking heeft op verplichtingen die ontstaan zijn uit een misdrijf of uit een oneigenlijk misdrijf, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Martine Regout, Alain Simon, Mireille

Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 30 april 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Chantal Vandenput.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koen Mestdagh en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Artikel 1154, B.W.

  • Kapitalisatie

  • Anatocisme

  • Toepassingsgebied

  • Draagwijdte

  • Grenzen

  • Gevolgen

  • Herstel

  • Aansprakelijkheid buiten overeenkomst

  • Misdrijf en oneigenlijk misdrijf