- Arrest van 2 mei 2012

02/05/2012 - P.12.0713.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het cassatieberoep dat het openbaar ministerie heeft ingesteld tegen een arrest waarbij de voorlopige hechtenis wordt gehandhaafd, dient aan de inverdenkinggestelde betekend te worden; de stukken die aantonen dat het cassatieberoep regelmatig betekend is, moeten op de griffie van het Hof binnen dezelfde termijn als de memorie worden neergelegd, met andere woorden, uiterlijk de vijfde dag na de datum van het cassatieberoep (1). (1) Zie R. DECLERCQ, Cassation en matière répressive, Bruylant, 2006, nr. 576.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0713.F

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL,

tegen

G. B.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 17 april 2012.

De eiser voert in een verzoekschrift twee middelen aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Met toepassing van artikel 418, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, dient het cassatieberoep dat het openbaar ministerie heeft ingesteld tegen een arrest waarbij de voorlopige hechtenis wordt gehandhaafd, aan de inverdenkinggestelde betekend te worden.

Krachtens artikel 31, § 3, Voorlopige Hechteniswet, dient het Hof te beslissen binnen vijftien dagen te rekenen van het instellen van het cassatieberoep en is een memorie in cassatie niet ontvankelijk indien zij ná de vijfde dag ná die datum is ingediend.

De korte duur van die termijnen houdt in dat de stukken die aantonen dat het cassatieberoep regelmatig betekend is, op de griffie van het Hof binnen dezelfde termijn als de memorie worden neergelegd.

Aangezien het cassatieberoep op 18 april 2012 werd ingesteld, diende de eiser de stukken betreffende de betekening ervan alsook zijn memorie, ten laatste op maandag 23 april 2012 neer te leggen.

Vermits die stukken op de griffie zijn binnengekomen de dag ná die termijn, is het cassatieberoep niet ontvankelijk.

Om dezelfde redenen vermag het Hof geen acht te slaan op de memorie van de eiser die eveneens op de griffie is ingekomen op 24 april 2012.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare rechtszitting van 2 mei 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Voorlopige hechtenis

  • Arrest

  • Handhaving

  • Cassatieberoep van het openbaar ministerie

  • Betekening

  • Neerleggen van de stukken