- Arrest van 3 mei 2012

03/05/2012 - C.10.0571.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de rechter ambtshalve tot uitbreiding van de opdracht van een eerder aangewezen voogd ad hoc overgaat, kan hij dit slechts doen mits eerbiediging van het recht van verdediging (1). (1) Zie de conl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0571.N

1. G B,

2. A L, handelend in eigen naam en als wettelijk vertegenwoordiger en beheerder over de persoon en de goederen van J en M B,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

1. Rita MOORS, advocaat, met kantoor te 3740 Bilzen, Munsterbilzenstraat 50/2, als voogd ad hoc van M B,

2. Willem DESCAMPS, advocaat, met kantoor te 3500 Hasselt, Isabellastraat 52/4, als voogd ad hoc van M B,

3. Ann HAESEVOETS, advocaat, met kantoor te 3512 Hasselt (Stevoort), Hasseltsedreef 110, als voogd ad hoc van J B,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de verweerders woonplaats kiezen,

4. AG INSURANCE nv, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53,

5. M B,

in gemeen en bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt van 14 juni 2010.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft op 20 februari 2012 een conclusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het bestreden vonnis oordeelt dat de voogden ad hoc bij beschikking van 7 februari 2008 werden aangesteld teneinde op te treden namens de minderjarige kinderen van de eisers in de procedure tot machtiging van de kwestieuze dading en dat dit inhoudt dat de eisers als wettelijke vertegenwoordigers over de goederen van hun minderjarige kinderen geen procesbevoegdheid meer hebben om in hun naam verzoeken te formuleren zoals deze strekkende tot de doorhaling of de intrekking van het verzoek tot machtiging.

2. Die zelfstandige, niet-bekritiseerde reden, draagt de beslissing van de appelrechters om het verzoek van de eisers af te wijzen.

Het middel vertoont geen belang en is, bijgevolg, niet ontvankelijk.

Tweede middel

Derde onderdeel

3. Krachtens artikel 378, § 1, zesde lid, Burgerlijk Wetboek wordt, in geval van belangentegenstelling tussen het kind en zijn ouders, door de vrederechter hetzij op verzoek van enig belanghebbende hetzij ambtshalve een voogd ad hoc aangewezen.

Wanneer de rechter ambtshalve tot uitbreiding van de opdracht van een eerder aangewezen voogd ad hoc overgaat, kan hij dit slechts doen mits eerbiediging van het recht van verdediging.

4. De appelrechters die, zonder daartoe te zijn verzocht en zonder dat een uitbreiding van de opdracht van de voogden ad hoc in het debat is deze opdracht uitbreiden, zonder partijen in de gelegenheid te stellen hun verweer te voeren, miskennen het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Derde middel

Tweede onderdeel

5. Het onderdeel voert de schending aan van artikel 458 Strafwetboek in zoverre de appelrechters de beslissing van het beroepen vonnis bevestigen dat de vertrouwelijke briefwisseling tussen partijen en raadslieden die geleid heeft tot de dading, moet overgelegd worden aan de voogden ad hoc.

6. Het beroepsgeheim omtrent de briefwisseling tussen partijen en raadslieden strekt zich in de regel uit tot alle derden, dit is met inbegrip van een gerechtelijk mandataris zoals een voogd ad hoc die over een andere partij door de vrederechter werd aangesteld.

De omstandigheid dat deze gerechtelijk mandataris van de andere partij ook advocaat is, doet hieraan niets af.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

7. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre dit:

- de opdracht van de voogden ad hoc uitbreidt;

- het hoger beroep tegen de beschikking van 21 maart 2008 ongegrond verklaart en dit bevestigt waar het beslist tot de overlegging door G.B. en A.L. aan alle voogden ad hoc van de correspondentie tussen partijen en raadslieden die geleid heeft tot het ontwerp van dading.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren, zetelend in hoger beroep.

Verklaart het arrest bindend voor de tot bindendverklaring opgeroepen partijen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, raadsheer Eric Stassijns, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, en de raadsheren Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 3 mei 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Recht van verdediging

  • Opdracht voogd ad hoc

  • Ambtshalve uitbreiding opdracht door de rechter