- Arrest van 3 mei 2012

03/05/2012 - C.10.0650.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De bepaling dat tegen ieder vonnis alvorens recht te doen hoger beroep kan worden ingesteld tegelijkertijd als tegen het eindvonnis is enkel van toepassing inzake vonnissen alvorens recht te doen en niet inzake tussenvonnissen in zoverre ze eindbeslissingen bevatten (1). (1) Zie Cass. 23 maart 1990, AR nr. 6694, AC, 1989-90, nr. 443, met concl. van procureur-generaal Krings; zie ook Cass. 11 maart 2004, P&B/R.D.J.P. 2004, 60, met noot S. Mosselmans, Hoger beroep tegen een gemengd tussenvonnis na het eindvonnis, 63-65.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0650.N

L.T.F. SERVICES nv, met zetel te 2440 Geel, Antwerpseweg 69,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

WILLY VAN CRAEN nv, met zetel te 3191 Hever, Onze-Lieve-Vrouweweg 1,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 22 maart 2010.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 616 Gerechtelijk Wetboek kan tegen ieder vonnis hoger beroep worden ingesteld, tenzij de wet anders bepaalt.

Krachtens artikel 1050, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan in alle zaken hoger beroep worden ingesteld zodra het vonnis is uitgesproken, zelfs al is dit een beslissing alvorens recht te doen of een verstekvonnis.

2. Krachtens artikel 1055 Gerechtelijk Wetboek kan tegen ieder vonnis alvorens recht te doen hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd als tegen het eindvonnis.

Deze bepaling is niet van toepassing op tussenvonnissen in zoverre ze eindbeslissingen bevatten.

3. Krachtens artikel 19 Gerechtelijk Wetboek is een vonnis een eindvonnis in zoverre daarmee de rechtsmacht van de rechter over een geschilpunt is uitgeput.

4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt:

- het tussenvonnis van de rechtbank van koophandel van 7 september 1998 maakt deels een eindbeslissing uit, in zoverre het de vordering van de verweerster ontvankelijk verklaart, en deels een beslissing alvorens recht te doen, in zoverre het een deskundigenonderzoek beveelt;

- het tussenvonnis werd niet betekend;

- bij appelrekwest van 18 mei 2009 tekent de eiseres hoger beroep aan tegen dat tussenvonnis in zoverre het de vordering van verweerster ontvankelijk verklaart.

Het bestreden arrest verklaart dit hoger beroep ontoelaatbaar omdat:

- het niet werd ingesteld tegelijkertijd als tegen het eindvonnis van de rechtbank van koophandel van 29 oktober 2004 maar slechts geruime tijd nadien, terwijl het eindvonnis, betekend op 10 februari 2005, reeds het voorwerp uitmaakte van een behandeling door het hof van beroep bij arrest van 2 oktober 2006 en door het Hof bij arrest van 12 december 2008;

- het de eiseres vrijstond navolgend hoger beroep in te stellen tegen het tussenvonnis tot aan de sluiting der debatten in de procedure die aanleiding gaf tot het arrest van het hof van beroep van 2 oktober 2006;

- het hoger beroep aldus niet voldoet aan de vereiste van de artikelen 1051 en 1055 Gerechtelijk Wetboek.

5. Door aldus te oordelen schendt de appelrechter de in het onderdeel aangegeven wetsbepalingen.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, raadsheer Eric Stassijns, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, en de raadsheren Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 3 mei 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Gemengd tussenvonnis

  • Eindbeslissing

  • Tijdstip

  • Toepasselijkheid