- Arrest van 4 mei 2012

04/05/2012 - C.10.0080.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de eiser op grond van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek schadevergoeding wil verkrijgen, moet hij niet alleen schade hebben geleden maar dient de verweerder ook een fout te hebben begaan die de schade heeft veroorzaakt.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0080.F

1. M. C. T. en

2. M. D. L. P. P.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. L. M.,

2. M.-C. M.,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Dinant van 16 september 2009.

Raadsheer Didier Batselé heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren twee middelen aan waarvan het eerste als volgt is gesteld.

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 149 van de Grondwet;

- de artikelen 544, 1349, 1353, 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek.

Aangevochten beslissingen

Het bestreden vonnis stelt eerst vast dat de verweerders "tussen 10 en 15 september 2005 werkzaamheden hebben uitgevoerd om al het water uit hun pand op te vangen in een inspectieput en het nadien via een eigen leiding naar de riolering af te voeren" en dat er op 20 februari 2006 "opnieuw twee centimeter water stond op de eerste trede in de kelder [en dat] niet werd gevonden waar het water vandaan kwam aangezien het om schoon water ging", en beslist vervolgens dat "het duidelijk is geworden dat de bewuste overstromingen niet afkomstig zijn uit het pand van de [verweerders] maar wel uit het pand van de [eisers]" en dat "[de eisers] wegens die vaststelling burgerrechtelijk aansprakelijk moeten worden gesteld op grond van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek en van de wetsbepalingen inzake nabuurschap". Het baseert die beslissing op al zijn redenen die geacht worden hieronder integraal te zijn weergegeven, en inzonderheid op de onderstaande redenen:

"In zijn beslissing vestigt de eerste rechter terecht de aandacht op de volgende punten:

‘Pro memorie: de [verweerders] hebben vaak te kampen met overstromingen in de kelder van hun pand dat paalt aan dat van de [eisers].

Zij preciseren dat de problemen begonnen zijn toen hun buren verbouwingen in hun pand aan het uitvoeren waren, en meer bepaald toen zij een nieuw woongedeelte inrichtten. Eerstgenoemden houden staande dat die werkzaamheden niet volgens de regels van de kunst zijn uitgevoerd.

Hoe dan ook, uit alle onderzoekingen is gebleken dat het water dat de overstromingen in de kelder van de [verweerders] veroorzaakt, afvalwater en vervuild water is (afkomstig van toilet en wasmachine)

Volgens de deskundige staat het vast dat het water afkomstig is uit het pand van de [eisers]: "Uit de onderzoekingen en analyses blijkt dat de overstromingen in de kelder [van de verweerster] te wijten zijn aan water dat afkomstig is uit de eigendom [van de eisers] die als enigen een beerput hebben; op dat vlak zijn de analyses duidelijk".

De werkelijke oorzaak van het probleem werd niet gevonden, aangezien het water, na de uitvoering van de door de deskundige aanbevolen werkzaamheden, waaronder een nieuw afwateringsnet, is blijven stijgen in de kelder, weliswaar minder snel.

Niettemin hebben de [verweerders] ten genoege van recht het bewijs geleverd dat het water afkomstig is uit het huis van de [eisers].

Aangezien het probleem zijn oorsprong vindt in de eigendom van de [eisers], dienen laatstgenoemden het probleem te verhelpen en zelf de oorzaak ervan op te sporen';

Dit geschil heeft inderdaad in hoofdzaak betrekking op een aansprakelijkheidsprobleem, namelijk de vraag naar de herkomst van de ongemakken van de [verweerders];

Zoals eerder gezegd, is de deskundige daaromtrent heel duidelijk geweest;

In verband met de mogelijke oplossingen die de gerechtsdeskundige eveneens moest aanreiken, moet worden vastgesteld dat de tips van de deskundige slechts ten dele tot een oplossing hebben geleid; die deskundige kan echter niet worden verweten dat hij ondanks zijn inspanningen en de gebruikte technieken, niet de perfecte technische oplossing heeft gevonden;

Het is hoe dan ook duidelijk geworden dat de bewuste overstromingen niet afkomstig zijn uit het pand van de [verweerders] maar wel uit het pand van de [eisers];

Wegens die vaststelling moeten [de eisers] burgerrechtelijk aansprakelijk worden gesteld op grond van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek en van de wetsbepalingen inzake nabuurschap;

Het bestreden vonnis is dus naar behoren met redenen omkleed en het moet in al zijn beschikkingen worden bevestigd".

Grieven

Eerste onderdeel

In zijn verslag van 22 december 2004 kwam de deskundige tot de volgende conclusie: "Uit de onderzoekingen en analyses blijkt dat de overstromingen in de kelder [van de verweerster] te wijten zijn aan water dat afkomstig is van de eigendom [van de eisers] die als enigen een beerput hebben; op dat vlak zijn de analyses duidelijk". Tevens preciseert hij dat "de zwakte van de muren of het gaatje in de wand van de tank verklaren waarom het water uit de tank ontsnapt en uiteindelijk zijn weg vindt om in de kelder van [de verweerster] aan de oppervlakte te komen".

Hij stelde een aantal werkzaamheden voor om de vastgestelde problemen te verhelpen: "de beerput, een voormalige watertank, moet geledigd, schoongemaakt, ontsmet en buiten gebruik gesteld worden. Het hele afwateringsnet moet verzameld worden in een inspectieput. Vanuit die nieuwe put moet er een aansluiting op de openbare riolering gebeuren die onder het gebouw en door de kelder loopt. [...]. De kelder [van de verweerster] moet schoongemaakt en ontsmet worden".

Nadat de eisers hadden benadrukt dat een vonnis van 24 februari 2006 deskundige D. met een bijkomende opdracht had belast, maar dat het desbetreffende eindverslag nooit werd neergelegd, betwistten zij de bevindingen van het verslag van de gerechtsdeskundige van 22 december 2004 en hielden zij staande dat niet met duidelijkheid kon worden uitgemaakt waar de schade van de verweerders vandaan kwam en dat geenszins aangetoond was dat het water dat in de kelder van het pand van hun buren was terechtgekomen, van bij hen kwam.

Nadat de eisers eraan hadden herinnerd dat in het enige neergelegde verslag "de deskundige tot de bevinding is gekomen dat de overstromingen in de kelder te wijten zouden zijn aan een beerput van de [eisers], dat, volgens hem, de zwakte van de muren of het gaatje in de wand van de tank verklaren waarom het water uit de tank ontsnapt en uiteindelijk zijn weg vindt om in de kelder van [de verweerster] aan de oppervlakte te komen", voerden zij aan dat zij reeds "in hun conclusie van 2 juni 2005, dat verslag betwistten en [dat] sindsdien de onjuistheid van die zienswijze [was] bewezen".

Zij wezen erop dat de gerechtsdeskundige, bij zijn plaatsbezoek op 26 september 2005 "vaststelt dat de [eisers] de werkzaamheden hebben uitgevoerd zoals ze waren omschreven in het deskundigenverslag" en dat hij "herhaaldelijk heeft de juiste uitvoering en de goede werking ervan heeft geïnspecteerd".

Zij wezen er ook op dat "de deskundige, na de uitvoering van dat werk, aan de eisers [...] gevraagd heeft om de nutteloos geworden beerput te legen en te ontsmetten [...], vervolgens aan de [verweerders] om hun kelder leeg te maken en te ontsmetten [en] ten slotte [...] aan de [eisers] om de beerput volledig te dichten en buiten gebruik te stellen. Dat bijkomend werk werd eveneens uitgevoerd. De kelder van de [verweerders] blijft echter telkens weer onderlopen door water waarin nog fecaliën aanwezig zijn. Het bewijs is dus geleverd dat de schade van de [verweerders] niet te wijten kan zijn aan die beerput daar die thans gedicht is".

De verweerders betwistten niet dat de eisers dat werk hadden uitgevoerd, maar zij voerden aan dat er na de neerlegging van het deskundigenverslag nog vervuild water de kelder was binnengesijpeld, dus na december 2004, en meer bepaald in april en in juni 2006, alsook in maart 2007.

(...)

Derde onderdeel

De aansprakelijkheid op grond van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek kan slechts in aanmerking worden genomen indien de rechter een foutieve daad vaststelt die kan bestaan in een verzuim dat aan de verweerder op de rechtsvordering kan worden toegerekend. De bewijslast van een fout rust op de eiser op de rechtsvordering en de verweerder kan niet worden verplicht zelf de oorzaak van de schade op te sporen en ze te verhelpen.

Het bestreden vonnis stelt eerst vast dat "de werkelijke oorzaak van het probleem niet werd gevonden", waarna het met overneming van de redenen van de eerste rechter overweegt dat, "aangezien de oorzaak van het probleem in de eigendom van de [eisers] ligt, zij het probleem dienen te verhelpen en zelf de oorzaak ervan op te sporen" en met eigenen redenen, overweegt dat "dit geschil [...] inderdaad in hoofdzaak betrekking [heeft] op een aansprakelijkheidsprobleem, namelijk de vraag naar de herkomst van de ongemakken van de [verweerders]. [...] Het is hoe dan ook duidelijk geworden dat de bewuste overstromingen niet afkomstig zijn uit het pand van de [verweerders] maar wel uit het pand van de [eisers]. Wegens die vaststelling moeten [de eisers] burgerrechtelijk aansprakelijk worden gesteld op grond van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek".

Het bestreden vonnis dat de aansprakelijkheid van de eisers afleidt uit de omstandigheid dat de overstromingen afkomstig zijn uit hun pand, maar aan hun zijde geen daad, verzuim of foutieve gedraging vaststelt, schendt de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek.

Vierde onderdeel

Krachtens artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek is de eigenaar van een onroerend goed die door een daad, een verzuim of eender welke gedraging, ook al zijn ze niet foutief, het evenwicht tussen de twee eigendommen verbreekt door aan zijn nabuur een stoornis op te leggen die de maat van de gewone nabuurschapsnadelen overschrijdt, hem een rechtmatige en passende compensatie verschuldigd, waardoor het verbroken evenwicht hersteld wordt.

Daaruit volgt dat de rechter een eigenaar niet mag veroordelen op grond van artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek zonder vast te stellen dat de stoornis die hij vaststelt ontstaan is door de gedraging van die eigenaar.

Het bestreden vonnis dat, na te hebben vastgesteld dat "de werkelijke oorzaak van het probleem niet werd gevonden", de eisers aansprakelijk verklaart op grond van "de wettelijke bepalingen inzake nabuurschap", op grond dat "het duidelijk is geworden dat de [...] overstromingen [...] afkomstig zijn uit [...] het pand van de [eisers]", zonder vast te stellen dat een gedraging van hen ze heeft veroorzaakt, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht (schending van artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek).

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Derde onderdeel

Wanneer de eiser op grond van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek schadevergoeding wil verkrijgen, moet hij niet alleen schade hebben geleden maar moet de verweerder ook een fout hebben begaan die de schade heeft veroorzaakt.

Schade alleen impliceert niet noodzakelijk een fout.

Het bestreden vonnis stelt, met overneming van de redengeving van het beroepen vonnis, vast dat "volgens de deskundige, [...] de overstromingen in de kelder [van de verweerders] te wijten zijn aan water dat afkomstig is uit de eigendom [van de eisers] die als enigen een beerput hebben".

Het bestreden vonnis vermeldt, met overneming van de middelen van het beroepen vonnis, vast dat "de werkelijke oorzaak van het probleem niet werd gevonden, aangezien het water, na de uitvoering van de door de deskundige aanbevolen werkzaamheden, waaronder een nieuw afwateringsnet, is blijven stijgen in de kelder, weliswaar minder snel".

Het bestreden vonnis dat overweegt dat, hoewel "in verband met de [...] oplossingen [...] moet worden vastgesteld dat de tips van de deskundige slechts ten dele tot een oplossing hebben geleid" het "hoe dan ook duidelijk [is] geworden dat de [...] overstromingen niet afkomstig zijn uit het pand van de [verweerders] maar wel uit het pand van de [eisers]", verantwoordt niet naar recht zijn beslissing dat "[de eisers] wegens die vaststelling burgerrechtelijk aansprakelijk moeten worden gesteld op grond van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek".

Het onderdeel is gegrond.

Vierde onderdeel

Artikel 544 Burgerlijk Wetboek kent aan elke eigenaar het recht toe om van zijn zaak een normaal genot te hebben.

Iemand is slechts tot compensatie van een abnormale burenhinder gehouden, indien die hinder is veroorzaakt door een daad, een verzuim of een gedraging die hem kan worden toegerekend.

Met de vermeldingen in het derde onderdeel verantwoordt het bestreden vonnis niet naar recht zijn beslissing dat de eisers burgerrechtelijk aansprakelijk moeten worden gesteld "op grond van de toepasselijke wetsbepalingen inzake nabuurschap".

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Namen, rechtszitting houdende in hoger beroep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Alain Simon, Mireille

Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 4 mei 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Eric Stassijns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Burgerrechtelijke aansprakelijkheidstelling