- Arrest van 8 mei 2012

08/05/2012 - P.12.0730.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De omstandigheid dat sommige leden van het Hof uit hoofde van hun ambt al dan niet in ambtskledij aanwezig zijn bij de ter gelegenheid van de nationale feestdag of het feest van de monarchie georganiseerde Te Deum's, die plaatshebben in een gebouw van de katholieke eredienst en waarin de aartsbisschop voorgaat, houdt niet in dat daardoor objectief gezien bij de verzoeker en bij de publieke opinie de schijn ontstaat dat die leden van dit Hof niet langer meer onpartijdig en onafhankelijk in zijn zaak zouden kunnen beslissen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0730.N

J.-M. d. M.,

verzoeker tot wraking,

met als raadsman mr. Alain De Jonge, advocaat bij de balie te Brussel,

in de zaak van

A. J. G. L.,

inverdenkinggestelde,

met als raadslieden mr. Fernand Keuleneer en mr. Jelle Flo, advocaten bij de balie te Brussel,

tegen

J.-M. d. M., reeds vermeld,

burgerlijke partij,

met als raadsman mr. Alain De Jonge, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De verzoeker heeft op 23 april 2012 een akte neergelegd ter griffie van het Hof, waarbij hij in hoofdorde alle, minstens sommige, zetelende magistraten van het Hof en in ondergeschikte orde E. G. wraakt.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Wraking van alle of minstens sommige zetelende magistraten van het Hof

1. Het verzoek strekt ertoe alle, minstens sommige zetelende magistraten van het Hof te wraken op grond van artikel 828, 11°, Gerechtelijk Wetboek: alle zetelende magistraten, minstens sommigen onder hen, hebben meerdere malen in ambtskledij deelgenomen aan jaarlijkse Te Deum's in een katholieke kerk; daarbij heeft A. L. als aartsbisschop hen aan de ingang van de kerk begroet en ontvangen; dit creëert een schijn van partijdigheid "temeer de aanwezige magistraten op aangeven van [A. L.] dienen recht te staan en te gaan zitten en aldus eerbied voor [zijn] persoon en ambt (...) dienen te betuigen"; bovendien is hij grootkanselier van de KULeuven en daardoor voorzitter van de inrichtende macht van die instelling waardoor ten aanzien van de magistraten van het Hof die als professor, docent of lector verbonden zijn aan die instelling, een arbeidsrechterlijke gezagsverhouding geldt tegenover hem.

2. In zoverre het verzoek de wraking van alle zetelende magistraten van het Hof beoogt, is het geen wrakingsverzoek, maar in werkelijkheid een verzoek tot onttrekking van de zaak.

3. Geen enkele wettelijke bepaling voorziet in de mogelijkheid een zaak te onttrekken aan het Hof. Bij gebrek aan een ander rechtscollege naar wie de onttrokken zaak zou kunnen worden verwezen, zou dergelijke onttrekking de behandeling van de zaak onmogelijk maken en de grondrechten van de andere partijen, bepaald in artikel 6 EVRM, in het gedrang brengen.

4. Artikel 6.1 EVRM bepaalt dat eenieder bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging recht heeft op een behandeling van zijn zaak door een bij wet ingestelde onafhankelijke en onpartijdige rechter.

5. De rechter wordt tot bewijs van het tegendeel vermoed onpartijdig, onafhankelijk en onbevangen te oordelen.

6. Bij de beoordeling of er wettige redenen zijn om te twijfelen aan deconpartijdigheid van sommige leden van een rechtscollege, kan rekening worden gehouden met de overtuiging die een partij op dit punt zegt te hebben. Die overtuiging vormt evenwel geen exclusief criterium. Bepalend is of de vrees voor een partijdige behandeling van de zaak objectief is gerechtvaardigd.

7. Het Te Deum, gehouden ter gelegenheid van de nationale feestdag of het feest van de Dynastie, is een protocollaire plechtigheid waarop onder meer de gestelde lichamen van het Land zijn uitgenodigd.

De omstandigheid dat sommige leden van het Hof uit hoofde van hun ambt al dan niet in ambtskledij aanwezig zijn bij de ter gelegenheid van de nationale feestdag of het feest van de monarchie georganiseerde Te Deum's, die plaatshebben in een gebouw van de katholieke eredienst en waarin de aartsbisschop voorgaat, houdt niet in dat daardoor objectief gezien bij de verzoeker en bij de publieke opinie de schijn ontstaat dat die leden van dit Hof niet langer meer onpartijdig en onafhankelijk in zijn zaak zouden kunnen beslissen.

8. Krachtens artikel 151, § 1, Grondwet is de rechter onafhankelijk in de uitoefening van zijn rechtsprekende functie.

Magistraten van een rechtscollege zijn in de uitoefening van hun rechtsprekende functie niet onderworpen aan welk hiërarchisch gezag dan ook, maar oordelen in alle onafhankelijkheid.

Het feit dat sommige magistraten van het Hof als professor, docent of lector verbonden zouden zijn aan de KULeuven waarvan A. L. grootkanselier zou zijn, houdt niet in dat bij de verzoeker en de publieke opinie de schijn ontstaat dat die leden niet langer meer onpartijdig en onafhankelijk zouden kunnen beslissen.

Het verzoek is in zoverre kennelijk niet ontvankelijk.

Wraking van E. G.

9. Artikel 6.1 EVRM bepaalt dat eenieder bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging recht heeft op een behandeling van zijn zaak door een bij wet ingestelde onafhankelijke en onpartijdige rechter.

10. De rechter wordt tot bewijs van het tegendeel vermoed onpartijdig, onafhankelijk en onbevangen te oordelen.

11. De levensbeschouwing alleen van een magistraat creëert geen schijn van partijdigheid.

De omstandigheid dat een magistraat al dan niet lid zou zijn van een levensbeschouwelijke vereniging en deelneemt aan de activiteiten van die vereniging, doet dan ook geen wettige verdenking ontstaan.

Het verzoek is in zoverre eveneens kennelijk niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het verzoek.

Wijst gerechtsdeurwaarder Louis Dangoisse, met kantoor te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Edmond Machtenslaan 135/2, aan om op verzoek van de griffier het arrest binnen achtenveertig uur aan de partijen te betekenen.

Veroordeelt de verzoeker in de kosten, met inbegrip van de kosten van betekening van dit arrest.

Bepaalt de kosten tot op heden op 0 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 8 mei 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Te Deum's

  • Deelname van magistraten uit hoofde van uw ambt