- Arrest van 9 mei 2012

09/05/2012 - P.12.0605.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De band, waardoor samenhang ontstaat tussen verscheidene vervolgingen, mag niet worden verward met de band waarop het collectief misdrijf is gegrond (1). (1) Cass. 9 mei 1979, AC 1978-1979, p. 1077.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0605.F

M. Ch.,

Mr. Xavier Carrette, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest nr. 226 van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 27 februari 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de veroordelende beslissing op de strafvordering

Tweede middel

De band waardoor samenhang ontstaat tussen verscheidene vervolgingen, houdt geen verband met de band waarop het collectief misdrijf is gegrond.

De rechter kan alleen met toepassing van artikel 65 Strafwetboek één enkele straf uitspreken wegens verschillende misdrijven, wat evenwel veronderstelt dat die feiten gelijktijdig aan zijn beoordeling worden voorgelegd.

Samenhang die vereist dat verscheidene zaken samen door dezelfde rechter worden berecht, wordt evenwel beoordeeld op het ogenblik dat de zaak bij hem aanhangig is gemaakt.

Ofschoon uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 25 januari 2012 blijkt dat de eiser heeft verzocht "om één enkele straf van vier jaar met uitstel voor een gedeelte van de straf wegens beide hem ten laste gelegde zaken", blijkt uit de rechtspleging niet dat het hof van beroep de zaak voordien bij een andere zaak had gevoegd, ook al had het hof, op de rechtszitting van 11 januari 2012 waarnaar de zaak verdaagd is, het voornemen geuit om beide zaken later tegelijk te behandelen.

In strijd met wat is aangevoerd kan uit die vermelding in het proces-verbaal van de rechtszitting niet worden afgeleid dat de eiser en zijn raadsman, die aangaande één zaak in hun uitleg en pleidooi zijn gehoord, vóór het debat als bedoeld in artikel 210 Wetboek van Strafvordering gevraagd hebben dat die zaak, met het oog op een goede rechtsbedeling, gelijktijdig zou worden beoordeeld met een andere die op dezelfde rechtszitting wordt behandeld.

In zoverre het middel het arrest verwijt dat het niet antwoordt op een verzoek om de zaken te voegen wegens samenhang, mist het feitelijke grondslag.

Het middel dat voor het overige kritiek uitoefent op de beoordeling van de samenhang, wat een beoordeling van feitelijke aard is, is niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen het bevel tot onmiddellijke aanhouding

Wegens de hierna uit te spreken verwerping van het cassatieberoep krijgt de veroordelende beslissing kracht van gewijsde, zodat het cassatieberoep geen bestaansreden meer heeft.

Er is geen grond om te antwoorden op het eerste middel dat kritiek uitoefent op de samenstelling van het rechtscollege, vermits die grief geen verband houdt met het feit dat het cassatieberoep geen bestaansreden meer heeft.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare rechtszitting van 9 mei 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Eenheid van opzet

  • Band waarop het collectief misdrijf is gegrond

  • Samenhang