- Arrest van 11 mei 2012

11/05/2012 - C.11.0746.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Hoewel geen enkele wetsbepaling iets zegt over de plaats en de vorm van dat deel van het vonnis dat de beslissing van de rechter over de betwisting uitmaakt, is het toch noodzakelijk dat het beschikkend gedeelte, ook al staat het tusen de vermeldingen van het vonnis, op dezelfde rang als de redenen die de grondslag ervan vormen, die beslissing verwoordt (1). (1) Zie Cass. 4 okt. 2005, AR P.05.082.N, AC 2005, nr. 478 en Cass. 20 maart 1991, AR 8716, AC 1990-91, nr. 387.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0746.N

COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG),

Mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

STAD WAVER,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 21 juni 2011.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 16 april 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert een middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 149 van de Grondwet;

- de artikelen 780 en 1017, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.

Aangevochten beslissingen

Het arrest bevat geen beschikkend gedeelte.

Grieven

Eerste onderdeel

Artikel 780 van het Gerechtelijk Wetboek luidt als volgt: het vonnis bevat, op straffe van nietigheid, behalve de gronden en het beschikkende gedeelte: 1° de vermelding van de rechter of de rechtbank die het heeft gewezen; de namen van de rechters die over de zaak hebben geoordeeld, van de magistraat van het openbaar ministerie die zijn advies heeft gegeven en van de griffier die bij de uitspraak tegenwoordig is geweest; 2° de naam, de voornaam en de woonplaats die de partijen bij hun verschijning en hun conclusies hebben opgegeven; 3° het onderwerp van de vordering en het antwoord op de conclusies of middelen van de partijen; 4° de vermelding van het advies van het openbaar ministerie; 5° de vermelding en de datum van de uitspraak in openbare zitting en, in voorkomend geval aanduiding van de naam der advocaten.

Uit die bepalingen volgt dat de gronden en het beschikkende gedeelte een wezenlijk bestanddeel van het vonnis zijn en dat ze op straffe van nietigheid vereist zijn.

Hoewel geen enkele wetsbepaling iets zegt over de plaats en de vorm van het beschikkende gedeelte dat de beslissing van de rechter over de betwisting uitmaakt, moet elke door de hoven en rechtbanken gewezen beslissing een beschikkend gedeelte bevatten.

Het arrest vermeldt: "Er is echter geen bezwaar dat het hof [van beroep] zijn beslissing in de plaats stelt van die van reguleringsinstantie in de gevallen waar zijn vonnis niet leidt tot de uitoefening van een discretionaire beoordeling". Die vermelding wordt onmiddellijk gevolgd door de ondertekening van het arrest zonder verdere beslissing over dat punt.

Het arrest dat vaststelt dat "er echter geen bezwaar [is] dat het hof zijn beslissing in de plaats stelt van die van reguleringsinstantie in de gevallen waar zijn vonnis niet leidt tot de uitoefening van een discretionaire beoordeling" en onder die vermelding direct de ondertekening van het arrest bevat zonder dat ergens de redenen terug te vinden zijn over de vraag of het, in deze zaak, gaat om een discretionaire beoordeling, en het arrest evenmin een beschikkend gedeelte bevat over het bestaan in deze zaak van een beslissing die de beoordeling [van het hof van beroep] al dan niet in de plaats stelt van die van de [eiseres], schendt artikel 780 van het Gerechtelijk Wetboek.

Het is bovendien onmogelijk uit te maken of het hof van beroep zijn beslissing al dan niet in de plaats heeft gesteld van die van de [eiseres] en, zo ja, in welke zin, waardoor het Hof onmogelijk zijn toezicht kan uitoefenen en bijgevolg artikel 149 van de Grondwet wordt geschonden.

Tweede onderdeel

Krachtens artikel 1017, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, verwijst ieder eindvonnis, zelfs ambtshalve, tenzij bijzondere wetten anders bepalen, de in het ongelijk gestelde partij in de kosten, onverminderd de overeenkomst tussen partijen, die het eventueel bekrachtigt.

Hoewel de veroordeling in de kosten niet uitdrukkelijk moet worden verantwoord, blijft zij een juridisch gevolg van de veroordeling over het geschil zelf en moet zij dus worden uitgesproken zodra een eindvonnis is gewezen.

Het arrest bevat geen enkele veroordeling in de kosten.

Het schendt bijgevolg artikel 1017, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede middel

Eerste onderdeel

Krachtens artikel 780, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek moet het vonnis, op straffe van nietigheid, een beschikkend gedeelte bevatten.

Hoewel geen enkele wetsbepaling iets zegt over de plaats en de vorm van dat deel van het vonnis dat de beslissing van de rechter over de betwisting uitmaakt, is het toch noodzakelijk dat het beschikkende gedeelte, ook al staat het tussen de vermeldingen van het vonnis, op dezelfde rang als de redenen die de grondslag ervan vormen, die beslissing verwoordt.

Het arrest zegt eerst dat het eerste en het vijfde middel die de verweerder aanvoert om de beslissing van de eiseres nietig te doen verklaren, gegrond zijn, overweegt vervolgens dat de overige middelen niet onderzocht dienden te worden aangezien ze niet tot ruimere nietigverklaring kunnen leiden en vermeldt tot slot dat "krachtens artikel 29bis, § 2, van de wet [van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt], het hof [van beroep] van het geschil zelf heeft kennisgenomen en over een bevoegdheid van volle rechtsmacht beschikt" dat "het hof [van beroep] op grond hiervan niet de bevoegdheden van de reguleringsinstantie uitoefent" maar dat "er echter geen bezwaar is dat [het] zijn beslissing in de plaats stelt van die van reguleringsinstantie in de gevallen waar zijn vonnis niet leidt tot de uitoefening van een discretionaire beoordeling".

Die vermeldingen worden onmiddellijk gevolgd door de vermelding van de datum van de terechtzitting waarop het arrest is uitgesproken en door de vermelding van de tegenwoordigheid en de handtekening van de rechters die het hebben gewezen en van die griffier de hen heeft bijgestaan.

Het arrest dat geen beschikkend gedeelte bevat met de beslissing van het hof van beroep over het geschil, die het, blijkens de redenen ervan, heeft menen te moeten wijzen, schendt artikel 780, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Sylviane Velu, Martine Regout, Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 11 mei 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Eric Dirix en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Beschikkend gedeelte

  • Plaats en vorm

  • Vereiste