- Arrest van 16 mei 2012

16/05/2012 - P.12.0112.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het recht, voor een burgerlijke partij, om een conclusie neer te leggen voor het onderzoeksgerecht, houdt in dat het onderzoeksgerecht daarop antwoordt en, als het van mening is dat het de vordering dient af te wijzen, de voornaamste redenen aangeeft die de partij in staat stellen de beslissing te begrijpen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0112.F

1. B. de M.,

2. R. Z.,

Mr. Christophe Marchand, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

1. POLITIEZONE NIJVEL-GENAPPE,

2. E. H.,

3. T. H.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 5 januari 2012.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

B. Cassatieberoepen van de eisers, burgerlijke partijen

Tweede middel

Het recht, voor een burgerlijke partij, om een conclusie neer te leggen voor het onderzoeksgerecht, houdt in dat het onderzoeksgerecht daarop antwoordt en, als het van mening is dat het de vordering dient af te wijzen, de voornaamste redenen aangeeft die de partij in staat stellen de beslissing te begrijpen.

De eisers hebben een conclusie neergelegd waarin zij aanvoeren dat de tweede en derde verweerder tegen hen feiten hebben gepleegd die kunnen aangemerkt wor-den als de wanbedrijven in de zin van de artikelen 147, 151, 257 en 398 Strafwet-boek.

Tot staving van hun klacht hebben de eisers de geneeskundige getuigschriften aangevoerd, de verklaringen van de getuigen en van de buren, het relaas van de kinderen die de feiten hebben bijgewoond en het gebrek aan samenhang dat vol-gens hen de verklaringen van de politieagenten vertonen.

Het arrest beslist dat er onvoldoende bewijzen bestaan voor de telastleggingen waarvoor de eisers klacht hebben ingediend, omdat hun versie tegengesteld is aan die van de politieagenten en het gerechtelijk onderzoek het niet mogelijk maakt de tweede versie uit te sluiten ten gunste van de eerste.

Die ene overweging stelt de eisers niet in staat te begrijpen waarom de middelen die tot staving van hun eis zijn uiteengezet werden afgewezen en antwoordt niet op de conclusie die zij hadden neergelegd.

In zoverre is het middel gegrond.

Het eerste middel dat niet tot een ruimere vernietiging kan leiden behoeft geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit het hoger beroep van de eerste eiser en de burgerlijkepartijstelling van de tweede eiser niet gegrond verklaard.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eisers in de helft van de kosten van hun cassatieberoep en de tweede en derde verweerder in een vierde van die kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van in-beschuldigingstelling, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare rechtszitting van 16 mei 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van procureur-generaal François Leclercq, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van eerste voorzitter Etienne Goethals en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Strafzaken

  • Eerlijke behandeling van de zaak

  • Onderzoeksgerechten

  • Redenen van het arrest

  • Burgerlijke partij

  • Besluiten