- Arrest van 21 mei 2012

21/05/2012 - C.11.0206.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De artikelen 35 en 36 van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden verhinderen dat de overtreder van een in die wet omschreven bepaling zowel strafrechtelijk als administratiefrechtelijk zou gesanctioneerd worden maar staan er niet aan in de weg dat meerdere processen-verbaal worden opgemaakt en dat die processen-verbaal een verschillend gevolg krijgen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0206.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 2, voor wie optreedt de algemene directie veiligheids- en preventiebeleid, voetbalcel, met kantoor te 1000 Brussel, Waterloon 76,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

M.V.,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de politierechtbank te Gent van 20 mei 2010.

De zaak is bij beschikking van de voorzitter van 4 april 2012 verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. De artikelen 35 en 36 van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden, hierna Wet 21 december 1998, verhinderen dat de overtreder van een in die wet omschreven bepaling zowel strafrechtelijk als administratiefrechtelijk zou worden gesanctioneerd.

Die bepalingen staan evenwel niet eraan in de weg dat meerdere processen-verbaal worden opgemaakt en dat die processen-verbaal een verschillend gevolg krijgen.

Het bestreden vonnis stelt vast dat twee processen-verbaal werden opgemaakt.

Het bestreden vonnis stelt echter niet vast dat de verweerder voorheen reeds strafrechtelijk is gesanctioneerd, zodat het opleggen van een bijkomende administratieve sanctie daadwerkelijk een dubbele bestraffing zou zijn. Het oordeelt enkel dat dit "de poort opent naar een dubbele bestraffing". Aldus verantwoordt het zijn beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede onderdeel

Tweede subonderdeel

2. Artikel 35, eerste lid, Wet 21 december 1998 bepaalt: "De procureur des Konings beschikt over een termijn van een maand, te rekenen van de dag van ontvangst van het afschrift van het proces-verbaal bedoeld in artikel 25 om de ambtenaar bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, in te lichten dat een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek werd opgestart of een strafrechtelijke vervolging of een vervolging in het kader van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming werd ingesteld. Vóór het verstrijken van deze termijn kan de ambtenaar bedoeld in artikel 26, § 1, eerste lid, geen administratieve sanctie opleggen op basis van de artikelen 24 tot 24quater, behoudens voorafgaande mededeling door de procureur des Konings dat deze geen gevolg aan het feit wenst te geven."

3. De voornoemde bepaling verhindert alleen dat de bevoegde ambtenaar vóór het verstrijken van de termijn van een maand een administratieve sanctie oplegt. Ze staat niet eraan in de weg dat hij binnen die termijn al beslist dat er reden is om de administratieve procedure aan te vatten.

4. Het bestreden vonnis dat anders beslist, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het subonderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

eenparig beslissend,

Vernietigt het bestreden vonnis, behalve in zoverre het oordeelt over de ontvankelijkheid van het hoger beroep.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de politierechtbank te Oudenaarde.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit raadsheer Eric Stassijns, als voorzitter, de raadsheren Alain Smetryns en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 21 mei 2012 uitgesproken door raadsheer Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Voetbalwet

  • Administratieve en strafrechtelijke sanctie

  • Cumulverbod

  • Samenloop administratieve en strafrechtelijke procedure

  • Opstellen meerdere processen-verbaal