- Arrest van 21 mei 2012

21/05/2012 - C.11.0482.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het vakbondsverlof bedoeld in artikel 82 van het koninklijk besluit van 28 september 1984, wordt slechts van rechtswege verkregen wanneer uit de door het personeelslid voorgelegde oproeping volgt dat die betrekking heeft op een deelname aan de werkzaamheden van de in de vakorganisatie opgerichte algemene commissies en comités.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0482.N

M.J., als syndicale afgevaardigde van CS Sport en Recreatie/Sporthal Kiel,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

STAD ANTWERPEN, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen, met zetel te 2000 Antwerpen, Grote Markt 1,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de vrederechter te Antwerpen van 8 februari 2011.

De zaak is bij beschikking van de voorzitter van 4 april 2012 verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Artikel 18 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkin-gen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel bepaalt dat de Ko-ning de regelen stelt die voor de vakbondsafgevaardigden gelden ter zake van hun activiteit in de overheidsdienst. Hij bepaalt de administratieve stand van de perso-neelsleden die deze hoedanigheid bezitten, onder meer in de gevallen waarin de tijd dat zij een vakbondsopdracht vervullen, met diensttijd wordt gelijkgesteld.

Krachtens artikel 82 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoe-ring van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, verkrijgen de personeelsleden die vooraf aan hun hiërarchische meerdere een van een verantwoordelijke leider uit-gaande persoonlijke oproeping voorleggen, van rechtswege, gedurende de daartoe benodigde tijd, vakbondsverlof om deel te nemen aan de werkzaamheden van de in de vakorganisatie opgerichte algemene commissies en comités.

2. Het in deze bepaling bedoelde verlof wordt slechts van rechtswege verkre-gen wanneer uit de door het personeelslid voorgelegde oproeping volgt dat die be-trekking heeft op een deelname aan de werkzaamheden van de in de vakorganisa-tie opgerichte algemene commissies en comités.

3. Het bestreden vonnis stelt vast dat de eiseres aan haar hiërarchische meerde-re een uitnodiging heeft voorgelegd voor een vergadering op 26 februari 2010 van de erkende vakbond IFOD en zodoende syndicaal verlof vroeg om de vergadering te kunnen bijwonen.

Het oordeelt dat, vermits de eiseres geen nadere precisering gaf, de verweerster niet kon nagaan of de eiseres van rechtswege gerechtigd was op dit vakbondsver-lof.

4. Door aldus te oordelen dat het vakbondsverlof niet van rechtswege werd verkregen omdat uit de door de eiseres voorgelegde oproepingsbrief niet bleek dat deze betrekking had op een deelname aan de werkzaamheden van de in de vakor-ganisatie opgerichte algemene commissies en comités, verantwoordt het bestreden vonnis zijn beslissing naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

5. Het onderdeel gaat ervan uit dat uit de vaststellingen van het bestreden von-nis volgt dat de eiseres de tijd waarin zij afwezig was heeft benut om deel te ne-men aan een syndicale vergadering waarvoor zij van rechtswege vakbondsverlof genoot.

Het bestreden vonnis stelt dit niet vast.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Derde onderdeel

6. Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, oordeelt het bestreden vonnis niet dat de eiseres onwettig afwezig was omdat zij niet de preciseringen zou heb-ben gegeven vereist bij de toepassingsnota opgesteld met het ACOD, ACV-OD en VSOA.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Vierde onderdeel

7. Het bestreden vonnis dat terecht oordeelde dat het vakbondsverlof niet van rechtswege werd verkregen omdat uit de door de eiseres voorgelegde oproeping niet bleek dat deze betrekking had op een deelname aan de werkzaamheden van de in de vakorganisatie opgerichte algemene commissies en comités, hoefde niet meer te antwoorden op het in het onderdeel bedoelde verweer.

Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.

8. De overige grieven zijn volledig afgeleid uit het vergeefs aangevoerd moti-veringsgebrek en zijn mitsdien niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

eenparig beslissend,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 586,50 euro en voor de verweerster op 109,69 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit raadsheer Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Alain Sme-tryns en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 21 mei 2012 uitgesp-roken door raadsheer Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Vakbondsverlof

  • Verkrijging van rechtswege