- Arrest van 22 mei 2012

22/05/2012 - P.12.0740.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De vernietiging van de beslissing op de tegen de beklaagde ingestelde burgerlijke rechtsvordering, brengt de vernietiging mee van de beslissing over de strafvordering waarbij de rechters zich het recht ontzeggen uitspraak te doen over de strafvordering (1). (1) De vordering van het O.M. luidde als volgt: De ondergetekende procureur-generaal heeft de eer ter kennis te brengen dat het Hof, tweede kamer, op 3 jan. 2012 onder nummer P.10.1662.N arrest heeft gewezen in zake SINGLES HAIR B.V.B.A., burgerlijke partij, eiseres tegen beklaagde, verweerster. Het cassatieberoep van de eiseres was gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 15 sept. 2010. Het Hof oordeelde (rechtsoverweging 4) dat "het arrest dat beslist tot de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering en van de daarop geënte burgerlijke rechtsvordering om de enkele redenen dat het de taak is van de politie om bij toepassing van artikel 28bis, §1, Wetboek van Strafvordering onder de leiding van het parket misdrijven op te sporen en vast te stellen en dat L.V. geen enkele bevoegdheid had om zelf onderzoeksdaden te stellen en de handtas van de verweerster te onderzoeken, is niet naar recht verantwoord" en verklaarde het middel gegrond. Het dictum van het arrest luidt: "Het hof, Vernietigt het bestreden arrest waar het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering van de eiseres. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijke vernietigde arrest. Verwijst de aldus beperkt zaak naar het hof van beroep te Antwerpen". Luidens artikel 4 Voorafgaande titel Wetboek van Strafvordering hangt de ontvankelijkheid van de burgerlijke rechtsvordering die voor het strafgerecht is gebracht, af van de ontvankelijkheid van de strafvordering (Cass. 12 feb. 1974, AC 1974, 640; Cass. 6 mei 1993, AR nr. 6416, AC 1993, nr. 225). Wanneer de rechter de strafvordering en de burgerlijke rechtsvordering tegen de beklaagde niet ontvankelijk heeft verklaard, heeft de op het cassatieberoep van de burgerlijke partij uitgesproken vernietiging van de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering de vernietiging tot gevolg van de beslissing waarbij de rechter zich het recht om uitspraak te doen op de strafvordering heeft ontzegd (Cass. 13 nov. 1990, AR nr. 3958, AC 1990-91, nr. 145; Cass. 1 feb. 1994, AR P.93.1466.N, AC 1994, nr. 62). Nu het arrest van het Hof van 3 jan. 2012 dat het bestreden arrest vernietigt waar het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering van de eiseres, maar in het dictum geen uitspraak doet over de strafvordering, is er grond tot intrekking van het bedoeld arrest. Om die reden, vordert de ondergetekende procureur-generaal dat het aan het Hof behage zijn arrest AR nr. P.10.1662.N van 3 jan. 2012 in te trekken, en opnieuw te statueren over de voorziening van de eiseres.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0740.N

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN CASSATIE,

verzoeker tot intrekking,

in de zaak van

SINGLES HAIR bvba, met zetel te 9160 Lokeren, Luikstraat 68,

burgerlijke partij,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

V L K D M,

beklaagde,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Gelet op het arrest van het Hof van 3 januari 2012.

Gelet op het verzoekschrift van de Procureur-generaal dat aan dit arrest is gehecht en daarvan deel uitmaakt.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Over de intrekking

1. Om de redenen vermeld in het verzoekschrift van de procureur-generaal, is er aanleiding toe om het arrest van het Hof van 3 januari 2012 gewezen in deze zaak in te trekken zoals hierna bepaald en bij nieuwe beschikking over de omvang van de cassatie uitspraak te doen.

Omvang van de cassatie

2. De vernietiging van de beslissing van het arrest van het hof van beroep te Gent van 15 september 2010 op de tegen de verweerster ingestelde burgerlijke rechtsvordering, brengt de vernietiging mee van de beslissing over de strafvordering waarbij de appelrechters zich het recht ontzeggen uitspraak te doen over de strafvordering.

Dictum

Het Hof,

Trekt het arrest in de zaak P.10.1662.N gewezen door het Hof op 3 januari 2012 in in zoverre het de cassatie beperkt tot de beslissing op de tegen de verweerster ingestelde burgerlijke rechtsvordering en het cassatieberoep voor het overige verwerpt.

Doet bij wijze van nieuwe beslissing uitspraak over de omvang van de cassatie.

Vernietigt het bestreden arrest eveneens in zoverre het uitspraak doet over de tegen de verweerster ingestelde strafvordering.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het bestreden arrest en van het arrest van het Hof van 3 januari 2012.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Bepaalt de kosten in het geheel op 0 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Paul Maffei, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Alain Bloch, Peter Hoet en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 22 mei 2012 uitgesproken door waarnemend voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Strafvordering en burgerlijke rechtsvordering

  • Rechter die beslist tot de niet-ontvankelijkheid

  • Vernietiging van de beslissing over de burgerlijke rechtsvordering