- Arrest van 23 mei 2012

23/05/2012 - P.12.0070.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Artikel 135, § 2, van het Wetboek van Strafvordering geeft de inverdenkinggestelde het recht om hoger beroep in te stellen tegen met name de beschikking tot verwijzing die een onregelmatigheid, verzuim of nietigheid vertoont; daaruit volgt dat de inverdenkinggestelde hoger beroep kan instellen tegen een beschikking waarbij hij, naar zijn mening, wordt verwezen zonder dat zijn recht van verdediging geëerbiedigd werd.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0070.F

P. L.,

Mr. Pascal Vancraeynest, advocaat bij de balie te Dinant,

tegen

1. J. B.,

2. C. C.,

Mr. André Risopoulos, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 15 december 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

De omschrijving van een telastlegging kan alleen rechtmatig gewijzigd worden als de inverdenkinggestelde of de beklaagde verwittigd werd van de wijziging of wanneer hij zich tegen de nieuwe omschrijving heeft verdedigd of heeft kunnen verdedigen.

De beschikking tot verwijzing die is gewezen zonder dat de comparant in de gele-genheid werd gesteld zich tegen de heromschreven telastlegging te verdedigen, miskent het algemeen rechtsbeginsel van de eerbiediging van het recht van verde-diging.

Artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering geeft de inverdenkinggestelde het recht om hoger beroep in te stellen tegen met name de beschikking tot verwijzing die een onregelmatigheid, verzuim of nietigheid vertoont.

Daaruit volgt dat de inverdenkinggestelde hoger beroep kan instellen tegen een beschikking waarbij hij, naar zijn mening, wordt verwezen zonder dat zijn recht van verdediging geëerbiedigd werd.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de procureur des Konings de verwijzing van de eiser heeft gevorderd wegens overtreding van de artikelen 66, 528 en 530, eerste en tweede lid, Strafwetboek, dat de verweerders een conclusie hebben neergelegd waarin zij aanvoeren dat het feit als poging tot doodslag diende te worden omschreven en dat de eiser heeft geconcludeerd dat de door het parket in aanmerking genomen omschrijving diende gehandhaafd te worden.

De eiser heeft tot staving van zijn hoger beroep aangevoerd dat hij zich niet heeft kunnen verdedigen tegen de verzwarende omstandigheid van voorbedachte rade, die door de raadkamer in aanmerking is genomen zonder dat daarover tegenspraak was gevoerd.

Het hoger beroep, dat aan de beroepen beschikking een onregelmatigheid, verzuim of nietigheid toeschrijft in de zin van artikel 135, § 2, kon niet niet-ontvankelijk worden verklaard.

De appelrechters die het tegenovergestelde beslissen op grond dat de appelant de telastleggingen niet kan betwisten, dat een herkwalificatie het recht van verdedi-ging niet kan miskennen en dat het aan de feitenrechter staat om aan de feiten hun definitieve omschrijving te geven, schenden artikel 135, § 2, en miskennen het voormelde algemeen rechtsbeginsel.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare rechtszitting van 23 mei 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van eerste voorzitter Etienne Goethals en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Onderzoek in strafzaken

  • Regeling van de rechtspleging

  • Beschikking tot verwijzing

  • Miskenning van het recht van verdediging

  • Recht van de inverdenkinggestelde om hoger beroep in te stellen