- Arrest van 24 mei 2012

24/05/2012 - F.11.0001.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Bij de terugbetaling van de ontheven belastingverhogingen is moratoriuminterest verschuldigd (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0001.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de ontvanger der directe belastingen te Gent 2, met kantoor te 9000 Gent, Martelaarslaan 23 en de gewes-telijk directeur der directe belastingen, gewestelijke directie Gent (taxatie), met kantoor te 9050 Gent (Ledeberg), Gaston Crommenlaan 6/604,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

F. D. P.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 27 oktober 2009.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 19 maart 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste, tweede, derde en vierde onderdeel

1. De eiser voert aan dat uit de appelconclusies van de partijen blijkt dat zij het eens waren over de toepassing van artikel 418 WIB92 en over de berekening van de moratoriuminterest op de terugbetaalde belastingverhogingen overeenkomstig deze bepaling. Het bestreden arrest oordeelt, enerzijds, dat die moratoriuminterest op de terugbetaalde belastingverhogingen moet berekend worden overeenkomstig artikel 418 WIB92 en, anderzijds, dat artikel 418 WIB92 geen toepassing vindt op de vordering van de verweerder.

2. De eiser die aanvoert dat de moratoriuminterest op de belastingverhogingen moet worden berekend overeenkomstig artikel 418 WIB92 heeft geen belang op te komen tegen de beslissing die de moratoriuminterest aldus berekent.

De onderdelen zijn bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Vijfde onderdeel

3. Het onderdeel voert schending aan van artikel 308 WIB64, artikel 418 WIB92 en artikel 1154 Burgerlijk Wetboek: het arrest verleent onterecht inte-rest op de moratoriuminterest die verschuldigd is op de ontheven belastingverho-gingen.

4. De toepasselijke artikelen 308 WIB64 en 418 WIB92 voorzien niet in een spe¬ci¬fieke moratoriuminterest bij terugbetaling van belastingverhogingen. Het Grond¬wettelijk Hof heeft echter bij arrest nr. 85/2004 van 12 mei 2004 geoor-deeld dat artikel 418 WIB92, vóór de wijziging ervan bij artikel 43 van de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen, in die zin geïnterpreteerd dat het niet toestaat dat moratoriuminterest wordt toegekend bij de terugbetaling van belastingverhogingen, de artikelen 10 en 11 Grondwet schendt.

Hieruit volgt dat moratoriuminterest verschuldigd is bij de terugbetaling van de ontheven belastingverhogingen.

5. Krachtens de toepasselijke artikelen 308 WIB64 en 418 WIB92 wordt die moratoriuminterest per kalendermaand berekend op het bedrag van elke betaling, afgerond op het lagere veelvoud van 10 euro. De maand waarin de betaling is ge-schied wordt niet meegerekend, maar de maand waarin aan de belastingschuldige het bericht wordt gestuurd dat de terug te betalen som te zijner beschikking stelt, wordt voor een gehele maand geteld.

6. Uit het geheel van die bepalingen volgt dat de regels voor de moratoriumin-terest in burgerlijke zaken niet gelden bij de terugbetaling van ontheven belas-tingverhogingen. Artikel 1154 Burgerlijk Wetboek is dus niet van toepassing op de in de artikelen 308 WIB64 en 418 WIB92 bedoelde interest.

7. Het bestreden arrest dat anders oordeelt, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het intrestkapitalisatie toekent op de ver-vallen moratoriuminterest op de ontheven belastingverhogingen en uitspraak doet over de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de raadsheren Eric

Stassijns, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 24 mei 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van grif-fier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Belastingverhogingen

  • Terugbetaling

  • Moratoriuminterest