- Arrest van 24 mei 2012

24/05/2012 - F.11.0057.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Conclusie van advocaat-generaal Thijs.


Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0057.N

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, Onroerend Erfgoed, Werk en Sport, met kantoor te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

MERCINVEST nv, met zetel te 8200 Sint-Andries, Doornstraat 310,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 7 oktober 2010.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 10 januari 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens het hier toepasselijke artikel 36 Leegstandsdecreet, decreet van de Vlaamse Raad van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, is het bedrag van de gewestelijke heffing gelijk aan het resultaat van de volgende formule:

(KI x V+ M) x (P+1):

waarbij:

- KI staat voor het kadastraal inkomen van het gebouw en/of de woning, vastge-steld overeenkomstig de artikelen 255 en 256 van het Wetboek van de Inkom-stenbelastingen, zoals die van toepassing zijn op het Vlaamse Gewest ingevolge het artikel 60 van het decreet van 21 december 1990 en geïndexeerd over-eenkomstig artikel 518 van hetzelfde wetboek. Als zich meerdere gebouwen en/of woningen bevinden op een kadastraal perceel staat KI voor het kadastraal inkomen van de grond en de opstanden van het gehele perceel, berekend overeenkomstig de vorige bepaling, vermenigvuldigd met een breuk waarin de teller gelijk is aan de oppervlakte van het geïnventariseerde gebouw en/of woning en de noemer gelijk is aan de totale oppervlakte van de gebouwen en/of woningen die zich op het kadastraal perceel bevinden;

- V staat voor ½, als het gebouw en/of de woning enkel op de lijst van de ver-waarloosde gebouwen en/of woningen voorkomt, en voor 1 in de andere geval-len;

- M staat voor het bedrag waarmee het resultaat van de vermenigvuldiging van KI met V in voorkomend geval moet worden verhoogd om het bedrag van 20.000 frank te bereiken, of om het bedrag van 40.000 frank te bereiken als het gebouw en/of de woning voorkomt op de lijst van de leegstaande gebouwen en/of woningen en op de lijst van verwaarloosde gebouwen en/of woningen;

- P staat voor het aantal periodes van 12 maanden dat het gebouw en/of de wo-ning zonder onderbreking is opgenomen in de inventaris, bedoeld in artikel 28, zonder meer te bedragen dan 4.

2. Hieruit volgt dat de gewestelijke leegstandsbelasting wordt geheven in functie van het kadastraal inkomen. De gemeentelijke opcentiemen op de gewestelijke leegstandsbelasting hebben dezelfde aard als de basisbelasting en worden bijgevolg ook op het kadastraal inkomen als berekeningsgrondslag geheven.

In zoverre het middel ervan uitgaat dat het kadastraal inkomen van een gebouw of woning niet behoort tot de belastbare grondslag van de gewestelijke leegstands-heffing, kan het niet worden aangenomen.

In zoverre het middel ervan uitgaat dat de gemeentelijke opcentiemen niet op het kadastraal inkomen als berekeningsgrondslag worden geheven, kan het eveneens niet worden aangenomen.

3. Krachtens artikel 464, 1°, WIB92 zijn de provincies, de agglomeraties en de gemeenten niet gemachtigd tot het heffen van opcentiemen op de personenbelas-ting, op de vennootschapsbelasting, op de rechtspersonenbelasting en op de belas-ting van de niet-inwoners of van gelijkaardige belastingen op de grondslag of op het bedrag van die belastingen, uitgezonderd evenwel wat de onroerende voorhef-fing betreft.

4. Een lokale belasting die is gesteund op een van de wezenlijke componenten die rechtstreeks de grondslag van de inkomstenbelastingen bepalen, is een verbo-den gelijkaardige belasting.

5. Het kadastraal inkomen vormt de grondslag van de onroerende voorheffing en is een wezenlijke component van het netto-belastbaar inkomen in de personen-belasting.

Artikel 464, 1°, WIB92 laat de provincies en de gemeenten derhalve niet toe ge-meentebelastingen te heffen die het kadastraal inkomen als grondslag hebben.

6. Die verbodsbepaling is onverkort van toepassing als de gemeentelijke op-centiemen, die net als de basisbelasting het kadastraal inkomen als grondslag heb-ben, worden geheven op een gewestelijke belasting. Ook de omstandigheid dat de gemeentelijke opcentiemen betrekking hebben op dezelfde materie als de gewes-telijke belasting waarop ze worden geheven, doet hieraan geen afbreuk.

In zoverre het middel ervan uitgaat dat het heffen van gemeentelijke opcentiemen op de gewestelijke leegstandsheffing niet strijdig is met de verbodsbepaling van artikel 464, 1°, WIB92 omdat deze opcentiemen niet geheven worden op de in die wetsbepaling opgesomde inkomstenbelastingen, faalt het naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 137,39 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 24 mei 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van grif-fier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Lokale overheden

  • Recht tot belastingheffing

  • Inkomstenbelastingen

  • Verboden gelijkaardige belasting