- Arrest van 30 mei 2012

30/05/2012 - P.12.0425.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het middel dat het hof van assisen verwijt dat het weigert de jury een bijkomende vraag te stellen betreffende een andere kwalificatie, wanneer de feiten in hun oorspronkelijke omschrijving bewezen zijn verklaard, tot staving van een motivering overeenkomstig artikel 334 van het Wetboek van Strafvordering, is niet ontvankelijk (1). (1) Cass. 25 juli 1995, AR P.95.0800.F, AC 1995, nr. 351.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0425.F

I. A. M.,

II. A. M.,

III. A. M.,

Mrs. Didier de Quévy en Karina Ganeeva, advocaten bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen de arresten van het hof van assisen van de provincie Hengouwen van 16 en 17 februari 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep tegen het arrest alvorens recht te doen van 16 februari 2012

De eerste twee middelen samen

De eiser verwijt het arrest dat het weigert de jury een bijkomende vraag te stellen, waarom hij had verzocht, betreffende de moordpoging.

Uit het motiverend arrest blijkt dat de gezworenen bevestigend hebben geant-woord op de hoofdvragen betreffende de opzettelijke doodslag en de verzwa-rende omstandigheid voorbedachte rade.

Aangezien de feiten in hun oorspronkelijke omschrijving bewezen verklaard zijn, tot staving van een motivering overeenkomstig artikel 334 Wetboek van Strafvor-dering, had de vraag die de eiser voorstelt nooit een bevestigend antwoord kunnen krijgen.

De middelen zijn niet ontvankelijk bij gebrek aan belang.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare rechtszitting van 30 mei 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en over-geschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Tussenarrest

  • Vragen

  • Bijkomende vraag betreffende een andere kwalificatie

  • Weigering de vraag te stellen

  • Feiten bewezen verklaard in hun oorspronkelijke kwalificatie

  • Cassatiemiddel

  • Ontvankelijkheid