- Arrest van 1 juni 2012

01/06/2012 - F.11.0089.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de Regeling van 10 juli 2002 tussen de bevoegde autoriteiten van Frankrijk en België inzake uitwisseling van inlichtingen en administratieve samenwerking ter bestrijding van het ontgaan en ontduiken van belasting volgt niet dat dit document niet geldig zou zijn met betrekking tot de invordering van belastingen (1). (1) Het O.M. had in zijn andersluidende conclusie overwogen, net zoals de belastingadministratie, dat de Regeling van 10 juli 2002 tussen België en Frankrijk geen verband hield met de invordering, en op die grond geconcludeerd tot vernietiging op het tweede onderdeel.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0089.F

BELGISCHE STAAT, minister van Financiën,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

R. L.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 25 januari 2011.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 7 mei 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In zijn cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit arrest is gevoegd, voert de eiser een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

Uit de Regeling van 10 juli 2002 tussen de bevoegde autoriteiten van Frankrijk en België inzake uitwisseling van inlichtingen en administratieve samenwerking ter bestrijding van het ontgaan en ontduiken van belasting volgt niet dat dit document niet geldig zou zijn met betrekking tot de invordering van belastingen.

Het onderdeel dat van het tegenovergestelde uitgaat, faalt naar recht.

Tweede onderdeel

Krachtens artikel 40, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek is de betekening in het bui-tenland of aan de procureur des Konings ongedaan indien de partij op wier ver-zoek ze verricht is, de woonplaats of de verblijfplaats of de gekozen woonplaats van degene aan wie betekend wordt, in België of, in voorkomend geval in het bui-tenland, kende of moest kennen.

Her arrest vermeldt dat de eiser "nagelaten heeft de centrale diensten van de Franse belastingadministratie met betrekking tot de woonplaats [van de verweer-der] te raadplegen overeenkomstig de bepalingen van de [voormelde] regeling".

Het overweegt aldus, op de grond van een feitelijke beoordeling, dat de eiser de woonplaats, verblijfplaats, of gekozen woonplaats van degene aan wie betekend wordt in het buitenland, had moeten kennen en verantwoordt naar recht zijn be-slissing dat de betekening van het litigieuze bevel aan de procureur des Konings ongedaan is.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Sylviane Velu, Martine Regout, Gustave Steffens en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 1 juni 2012 uitgesp-roken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van Erwin Francis en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Betekening

  • Belgisch-Franse Regeling van 10 juli 2002

  • Invordering van belastingen

  • Toepassing