- Arrest van 4 juni 2012

04/06/2012 - C.11.0321.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 6, eerste lid, van het door de Nationale Raad van de Orde van de Architecten op 16 december 1983 vastgestelde reglement van beroepsplichten, goedgekeurd bij het koninklijk besluit van 18 april 1985, luidens hetwelk de architect-ambtenaar degene is die aangeworven of benoemd is als architect door een openbare dienst zoals de Staat, een gewest, een provincie, een gemeente, een intercommunale, een openbare instelling of een parastatale instelling, veronderstelt niet dat een dergelijke dienst een administratieve overheid moet zijn in de zin van artikel 14, § 1, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en dat hij, in het bijzonder, beslissingen moet kunnen nemen die derden binden (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2012, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0321.F

NATIONALE RAAD VAN DE ORDE VAN ARCHITECTEN,

Mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

L. H.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing die op 16 maart 2011 is gewezen door de Franstalige raad van beroep van de Orde van Architecten.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft op 10 mei 2012 een conclusie neer-gelegd ter griffie.

De zaak is bij beschikking van 15 mei 2012 van de eerste voorzitter verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Mireille Delange heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert volgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 5 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect;

- de artikelen 4, eerste lid, en 6, eerste lid, van het door de Nationale Raad van de Orde van Architecten vastgestelde reglement van beroepsplichten, verbindend verklaard door artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1985 tot goedkeuring van dat reglement.

Aangevochten beslissingen

De bestreden beslissing beslist, met bevestiging van de beslissing van 25 februari 2010 van de raad van de Orde van Architecten van de provincie Henegouwen, om de verweerder in te schrijven op het tableau van de Orde van Architecten in de hoedanigheid van architect-bezoldigde en "zegt dat hij pas na voorafgaande machtiging van de Orde als zelfstandig architect zal kunnen optreden; dat de orde die machtiging om voor rekening van andere personen dan de werkgever te werken slechts zal geven indien de betrokkene over de nodige tijd beschikt om de door het beroep van architect vereiste plichten na te komen; zegt dat hij aan de Orde een afschrift van het dossier moet meedelen voor de opdrachten die hij in die zin zal ontvangen".

Die beslissing is gegrond op de volgende redenen:

"Volgens artikel 6 van het reglement van beroepsplichten ‘is de architect-ambtenaar degene die aangeworven of benoemd is als architect door een openbare dienst zoals de Staat, een gewest, een provincie, een gemeente, een intercommunale, een openbare instelling of een parastatale instelling'.

De instellingen die zijn opgericht of erkend door de federale overheid, de overheid van de gemeenschappen en gewesten, de provincies en gemeenten, die belast zijn met een openbare dienst en niet behoren tot de rechterlijke of wetgevende macht, zijn in beginsel administratieve overheden, in zoverre hun werking door die overheid wordt bepaald en gecontroleerd en zij beslissingen kunnen nemen die derden binden. Een vennootschap die, ook al is zij opgericht door een administratieve overheid en onderworpen aan de controle van de overheid, geen beslissingen kan nemen die derden kunnen binden, heeft niet die aard van een administratieve overheid. Hiervoor doet niet ter zake dat haar een taak van alge-meen belang wordt toevertrouwd (Cass., 10 juni 2005, C.04.0278.N).

De Waalse sociale huisvestingsmaatschappijen kunnen, na machtiging van de "Société wallonne du logement", overgaan tot onteigening en hebben een recht van voorkoop. Die bevoegdheden zijn evenwel verwant met die welke toegekend worden door de Vlaamse Wooncode, zodat zij, gelet op het arrest van het Hof van Cassatie van 10 juni 2005, geen imperiumbevoegdheid hebben die ruim genoeg is om die vennootschappen als administratieve overheden te beschouwen (...).

(De verweerder) heeft te dezen een arbeidsovereenkomst gesloten met de vereniging zonder winstoogmerk ‘Consult-consultance et gestion de projets du logement public pour l'immobilière sociale de la région montoise Toit & moi'. Die vereniging zonder winstoogmerk bestaat uit twee sociale huisvestigingsmaatschappijen en een buurtvereniging.

Uit de statuten van de vereniging zonder winstoogmerk en meer bepaald uit haar maatschappelijk doel blijkt weliswaar dat zij een opdracht van openbare dienst helpt vervullen.

Net als de Waalse huisvestingsmaatschappijen waaruit de vereniging zonder winstoogmerk Consult is samengesteld, kan de vereniging evenwel geen beslissingen nemen die derden binden en die van haar een administratieve overheid en dus een openbare dienst zouden maken in de zin van artikel 6 van het reglement van beroepsplichten.

De raad van de Orde van de provincie Henegouwen heeft (de verweerder) dus terecht ingeschreven als architect-bezoldigde."

Grieven

Krachtens artikel 4 van het door de Nationale Raad van de Orde van Architecten vastgestelde reglement van beroepsplichten, verbindend verklaard bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1985 tot goedkeuring van dat reglement, "oefent de architect zijn beroep uit hetzij als zelfstandige, hetzij als ambtenaar of beambte van een openbare dienst, hetzij als bezoldigde". Luidens artikel 6, eerste lid, van dat reglement, "is de architect-ambtenaar degene die aangeworven of benoemd is als architect door een openbare dienst zoals de Staat, een gewest, een provincie, een gemeente, een intercommunale, een openbare instelling of een parastatale instelling". Het tweede lid bepaalt dat "dit niet geldt voor de personen bedoeld in alinea 2 van artikel 5 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect", dat wil zeggen de architecten die een onderwijstaak hebben voor een vak dat verband houdt met de architectuur of de bouwtechniek en die bij de Orde van architecten ingeschreven moeten worden als architect-bezoldigde (zie artikel 8, tweede lid, van het reglement van beroepsplichten). Volgens artikel 7, eerste lid, van dat reglement "is de architect-bezoldigde degene die het beroep geheel of ten dele in dienst van een natuurlijke of rechtspersoon uitoefent in het raam van een arbeidsovereenkomst voor bedienden".

De architecten-ambtenaren en de architecten-bezoldigden zijn voor de uitoefening van hun beroep niet aan dezelfde beperkingen onderworpen.

De uitoefening van het beroep van architect-ambtenaar, met uitzondering van degene die bedoeld wordt in het tweede lid van artikel 5 van de wet van 20 februari 1939, wordt beperkt door artikel 5, eerste lid, van deze wet, dat luidt als volgt: "De ambtenaars en beambten van de Staat, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen mogen buiten hun functies niet als architect optreden." Van die regel wordt krachtens artikel 5, derde lid, van de voormelde wet, evenwel afgeweken wanneer die architecten "de plannen van hun persoonlijke woning willen opstellen en ondertekenen en toezicht willen uitoefenen op de desbetreffende bouwwerken".

De architect-bezoldigde, van zijn kant, kan krachtens artikel 8, eerste lid, van het reglement van beroepsplichten, "zijn beroep niet als zelfstandige uitoefenen dan met voorafgaande machtiging van de Raad van de Orde die beslist, rekening houdend met de elementen eigen aan de zaak, inzonderheid met de beschikbaarheid van de architect voor de bouwheer". Van die bepaling wordt evenwel afgeweken ten behoeve van de architect die een onderwijstaak heeft bij een overheid (artikel 8, tweede lid, van dat reglement).

Artikel 5, eerste lid, van de wet van 20 juni 1939, dat de ambtenaren en de beambten van de Staat, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen verbiedt "buiten hun functies als architect op te treden", strekt tot bescherming zowel van het openbaar belang als van de privébelangen van het beroep door, enerzijds, de vermenging van het openbaar belang en de privébelangen te voorkomen en, anderzijds, een ongezonde concurrentie tegen te gaan tussen architecten, waarvan sommige in openbare diensten werken.

De overheden en de openbare instellingen waarbij de architecten-ambtenaren bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het reglement van beroepsplichten statutair zijn benoemd of contractueel zijn aangeworven en op wie het verbod bepaald in artikel 5, eerste lid, van de wet van 20 februari 1939 van toepassing is, zijn niet noodzakelijk "administratieve overheden" in de zin van artikel 14, § 1, 1°, van de gecoördineerde wetten van 12 januari 1973 op de Raad van State, luidens hetwelk de afdeling bestuursrechtspraak "uitspraak doet, bij wijze van arresten, over de beroepen tot nietigverklaring [...] ingesteld tegen de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden". Onder "administratieve overheden", in de zin van die bepaling, moeten alleen de instellingen worden verstaan die zijn opgericht of erkend door de federale overheid, de overheid van de ge-meenschappen en gewesten, de provincies of gemeenten, die belast zijn met een openbare dienst en die daarenboven beslissingen kunnen nemen die derden binden.

De overheden en de openbare instellingen die bedoeld worden in artikel 5, eerste lid, van de wet van 20 februari 1939 en in de artikelen 4, eerste lid, en 6, eerste lid, van het door de Orde van architecten vastgestelde reglement van beroepsplichten zijn de overheden en openbare instellingen die belast zijn met een opdracht van openbare dienst die het algemeen belang dient, ook al kunnen ze geen beslissingen nemen die derden binden.

De bestreden beslissing die vaststelt dat de vereniging zonder winstoogmerk "Consult-consultance et gestion de projets du logement public pour l'immobilière sociale de la région mointoise Toit & Moi", waarmee de verweerder een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, "uit twee sociale huisvestigingsmaatschappijen en een buurtvereniging bestaat" en dat "uit de statuten van de vereniging zonder winstoogmerk en meer bepaald uit haar maatschappelijk doel weliswaar blijkt dat zij een opdracht van openbare dienst helpt vervullen", beslist vervolgens niettemin dat de verweerder bij de Orde van Architecten van de provincie Henegouwen moet zijn ingeschreven "als architect-bezoldigde", op grond dat "de vereniging, net als de Waalse huisvestingsmaatschappijen waaruit de vereniging zonder winstoogmerk Consult is samengesteld, evenwel geen beslissingen kan nemen die derden binden en die van haar een administratieve overheid en dus een openbare dienst zouden maken in de zin van artikel 6 van het reglement van beroepsplichten".

De bestreden beslissing die aldus oordeelt dat de openbare instellingen en de openbare diensten waarvoor de in artikel 5, eerste lid, van de wet van 20 februari 1939, bedoelde architecten werken en die bij de Orde van Architecten ingeschreven moeten zijn als architect-ambtenaar in de zin van de artikelen 4, eerste en zesde lid, van het door de Nationale Raad van de Orde van Architecten vastgestelde reglement van beroepsplichten, alleen administratieve overheden zijn die beslissingen kunnen nemen die derden binden, in de zin van artikel 14, § 1, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, schendt artikel 5, eerste lid, van de wet van 20 februari 1939, alsook de artikelen 4, eerste lid, en 6, eerste lid, van het door de Nationale Raad van de Orde van Architecten vastgestelde reglement van beroepsplichten, verbindend verklaard door artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1985 tot goedkeuring van dat reglement.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Luidens artikel 6, eerste lid, van het door de Nationale Raad van de Orde van Ar-chitecten op 16 december 1983 vastgestelde reglement van beroepsplichten, ver-bindend verklaard door het koninklijk besluit van 18 april 1985, is de architect-ambtenaar degene die aangeworven of benoemd is als architect door een openbare dienst zoals de Staat, een gewest, een provincie, een gemeente, een intercommu-nale, een openbare instelling of een parastatale instelling.

Die bepaling veronderstelt niet dat een dergelijke openbare dienst een administra-tieve overheid moet zijn in de zin van artikel 14, § 1, 1°, van de op 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State en dat zij, in het bijzonder, be-slissingen moet kunnen nemen die derden binden.

De bestreden beslissing stelt vast dat de verweerder een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een vereniging zonder winstoogmerk die een opdracht van openbare dienst vervult.

De bestreden beslissing die oordeelt dat de vereniging geen openbare dienst is in de zin van artikel 6, eerste lid, van het reglement van beroepsplichten, op grond dat zij "geen beslissingen kan nemen die derden binden en dus niet als een admi-nistratieve overheid beschouwd kan worden", schendt de laatstgenoemde bepaling.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt de bestreden beslissing.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernie-tigde beslissing.

Veroordeelt de verweerder in de kosten.

Verwijst de zaak naar de Franstalige raad van beroep van de Orde van Architec-ten, anders samengestelde.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Sylviane Velu, Alain Simon, Mi-reille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 4 juni 2012 uit-gesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advo-caat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koen Mestdagh en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Uitoefening van het beroep

  • Ambtenaren en beambten van de Staat, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen

  • Architect-ambtenaar

  • Omschrijving

  • Administratieve overheid