- Arrest van 4 juni 2012

04/06/2012 - C.10.0734.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De opzettelijke fout zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid Wet Landverzekeringsovereenkomst, kan niet worden ingeroepen tegen degene die voor de persoon die deze begaat, burgerrechtelijk aansprakelijk is en hiervoor verzekerd is.

Arrest - Integrale tekst

I.

Nr. C.10.0734.N

MERCATOR VERZEKERINGEN nv, met zetel te 2600 Berchem, Posthofbrug 16,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kan-toor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. J.C.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woonplaats kiest,

2. ALLIANZ BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Lakensestraat 35,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Pierre van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de verweerster woonplaats kiest,

3. K.L.,

4. M.P.,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerders woonplaats kiezen,

5. I.D.,

6. M.G.,

7. C.N.,

8. T.G.,

verweerders.

II.

Nr. C.11.0177.N

1. ALLIANZ BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Lakensestraat 35,

2. M.G.,

3. C.N.,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Pierre van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassa-tie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

1. J.C.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woonplaats kiest,

2. MERCATOR VERZEKERINGEN nv, met zetel te 2600 Berchem, Posthofbrug 16,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de verweerster woonplaats kiest,

3. K.L.,

4. M.P.,

5. I.D.,

6. T.G.,

verweerders.

III.

Nr. C.12.0070.N

K.L.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

MERCATOR VERZEKERINGEN nv, met zetel te 2600 Berchem, Posthofbrug 16,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kan-toor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 11 februari 2010.

De zaken zijn bij beschikking van de voorzitter van 3 april 2012 verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres I voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

De eisers II voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

De eiser III voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Voeging

1. De cassatieberoepen zijn gericht tegen hetzelfde arrest. Ze dienen te worden ge-voegd.

Middel van de eiseres I

Eerste onderdeel

2. Artikel 8, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst bepaalt dat niettegen-staande enig andersluidend beding, de verzekeraar niet verplicht kan worden dekking te geven aan hem die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt.

De opzettelijke fout zoals bedoeld in voormeld artikel 8, eerste lid, kan niet worden ingeroepen tegen degene die voor de persoon die deze begaat, burgerrechtelijk aan-sprakelijk is en hiervoor verzekerd is.

3. De appelrechters oordelen dat:

- over de persoonlijke aansprakelijkheid van de vierde verweerster reeds uitspraak werd gedaan in het arrest van 31 mei 2005 van het hof van assisen te Brugge;

- de derde verweerder medeaansprakelijk is voor de aanslag gepleegd op de eerste verweerder en de eiseres ingevolge deze opzettelijke fout zijn persoonlijke burger-rechtelijke aansprakelijkheid niet moet dekken;

- de vierde verweerster eveneens aansprakelijk is op grond van artikel 1384, tweede lid, Burgerlijk Wetboek voor de daden van de derde verweerder;

- de vierde verweerster het op haar rustend vermoeden van fout in de opvoeding of gebrek in het toezicht niet weerlegt.

4. Door op deze gronden te oordelen dat de eiseres niet kan gehouden zijn dekking te verlenen wat betreft de persoonlijke burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de vierde verweerster maar zij wel gehouden is dekking te verlenen voor de kwalitatieve aansprakelijkheid van de vierde verweerster als burgerrechtelijk aansprakelijke voor de derde verweerder, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

5. Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, heeft de eiseres in appelconclusie niet aangevoerd dat zij geen dekking moet verlenen omdat de vierde verweerster met opzet een foutieve opvoeding heeft gegeven en een gebrekkig toezicht heeft gehouden, maar enkel omdat zij de derde verweerder tot het plegen van de feiten heeft aangezet.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Middel van de eisers II

Eerste onderdeel

6. Artikel 1384, tweede lid, Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de vader en de moeder aansprakelijk zijn voor de schade veroorzaakt door hun minderjarige kinderen.

Deze aansprakelijkheid vereist dat de schade werd veroorzaakt door een objectief on-rechtmatige daad van de minderjarige. De afwezigheid van schuld ingevolge de jeug-dige leeftijd van de minderjarige of een andere grond van ontoerekenbaarheid zoals morele dwang blijft hierbij buiten beschouwing.

Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Tweede onderdeel

7. Het is niet tegenstrijdig op de door de eerste verweerder tegen de eisers ingestel-de vordering te oordelen dat tussen de partijen een akkoord bestond dat de door de zesde verweerder gestelde handeling hem op grond van artikel 71 Strafwetboek niet toerekenbaar is, zodat het hof van beroep hierover niet anders kan oordelen, eensdeels, en op de door de eerste eiseres tegen de zesde verweerder ingestelde vordering tot vrijwaring te beslissen dat niet bewezen is dat de zesde verweerder in een staat ver-keerde zoals omschreven in artikel 1386bis Burgerlijk Wetboek of gehandeld heeft onder dwang, anderdeels.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Middel van de eiser III

Ontvankelijkheid

8. De verweerster voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het middel ver-mengt feit en recht.

9. Het middel voert aan dat de appelrechters ten onrechte de eiser als een derde in de bij de verweerster afgesloten gezinsaansprakelijkheidsverzekering beschouwen.

10. Het middel dat op deze gronden een schending van artikel 41 Wet Landverzeke-ringsovereenkomst aanvoert, vermengt feit en recht niet.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Gegrondheid

11. Artikel 41, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst bepaalt dat de verze-keraar die de schadevergoeding heeft betaald, in de rechten en rechtsvorderingen van de verzekerde of de begunstigde treedt tegen de aansprakelijke derden.

12. De bij zijn ouders inwonende minderjarige die een opzettelijke daad heeft be-gaan, is een verzekerde en geen derde in het kader van de door de ouders gesloten ge-zinsaansprakelijkheidsverzekering.

13. De appelrechters oordelen dat:

- de eiser een opzettelijke fout heeft begaan waarvoor de verweerster geen dekking moet verlenen;

- de verweerster dekking moet verlenen aan Marleen Pattyn, moeder van de eiser, op grond van haar kwalitatieve aansprakelijkheid;

- de verweerster die gehouden is het slachtoffer te vergoeden, gesubrogeerd is in de rechten van Marleen Pattyn tegen de eiser;

- de eiser niet kan genieten van de uitsluiting van het subrogatoir verhaal van de ver-zekeraar op de bloedverwanten in neerdalende lijn zoals bepaald in artikel 41, vier-de lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst.

14. De appelrechters die aldus te kennen geven dat de eiser geen verzekerde is, maar een derde in de met de verweerster afgesloten verzekeringsovereenkomst en de eiser veroordeelt om de verweerster te vrijwaren voor een zevende van de bedragen waartoe zij wordt veroordeeld, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Voegt de zaken C.10.0734.N, C.11.0177.N en C.12.0070.N.

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de vrijwaringsvordering van de verweerster III tegen de eiser III en de hieraan verbonden kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Verwijst de aldus beperkt zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Veroordeelt de eiser I en de eisers II elk in de kosten van hun cassatieberoep.

Houdt de kosten in de zaak C.12.0070.N aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Bepaalt de kosten in de zaak C.10.0734.N voor de eiser op 890,73 euro, voor de ver-werende partij sub 2 op 182,70 euro, voor de verwerende partij sub 1 op 320,46 euro en voor de verwerende partijen sub 3 en 4 op 320,46 euro.

Bepaalt de kosten in de zaak C.11.0177.N voor de eisers op 2.241,52 euro, voor de verwerende partij sub 1 op 175,27 euro en voor de verwerende partij sub 2 op 109,69 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beat-rijs Deconinck, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 4 juni 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advo-caat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Artikel 8 eerste lid Wet Landverzekeringsovereenkomst

  • Verzekeringsovereenkomst tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid m.b.t. het privé-leven

  • Opzettelijke fout

  • Uitsluiting van dekking

  • Persoon waarvoor de verzekerde burgerrechtelijk aansprakelijk is

  • Toepassing