- Arrest van 5 juni 2012

05/06/2012 - P.11.1749.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 163, vierde lid, Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat de rechter de geldboete kan uitspreken beneden het wettelijk minimum van de boete indien de overtreder om het even welk document voorlegt dat zijn precaire financiële toestand bewijst, belet de rechter niet om, wanneer hij ingeval van een aangetoonde precaire financiële toestand beslist een geldboete beneden het wettelijk minimum uit te spreken, voor een wanbedrijf een politiestraf op te leggen; de niet-toepasselijkheid van artikel 85 Strafwetboek op het wanbedrijf, bepaald in artikel 33, §1, 1°, Wegverkeerwet, doet hieraan geen afbreuk (1). (1) Het openbaar ministerie had geconcludeerd tot vernietiging zonder verwijzing. Het Hof dat vaststelt dat de strafvordering verjaard is, geeft in het arrest niet aan waarom het, na vernietiging van het bestreden vonnis, in casu de zaak toch verwijst.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1749.N

PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE OUDENAARDE,

eiser,

tegen,

I. M.,

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Oudenaarde van 7 oktober 2011.

De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel in zijn geheel

1. De onderdelen voeren schending aan van de artikelen 85 en 100 Strafwet-boek, artikel 163, vierde lid, Wetboek van Strafvordering en de artikelen 29, § 4, en 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis veroordeelt de verweerder voor de telastlegging A (inbreuk op artikel 33, § 1, 1° Wegverkeerswet) ten on-rechte tot een politiestraf; artikel 163, vierde lid, Wetboek van Strafvordering laat immers niet toe dit wanbedrijf te contraventionaliseren (eerste onderdeel); het contraventionaliseren van een door artikel 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet bedoeld wanbedrijf is niet mogelijk aangezien artikel 85 Strafwetboek daarop niet van toepassing is en zulks geldt ook voor artikel 29, § 4, Wegverkeerswet (tweede on-derdeel).

2. Artikel 163, vierde lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt: "De rechter kan de geldboete uitspreken beneden het wettelijk minimum van de boete indien de overtreder om het even welk document voorlegt dat zijn precaire financiële toestand bewijst".

3. Deze bepaling belet de rechter niet om, wanneer hij ingeval van een aange-toonde precaire financiële toestand beslist een geldboete beneden het wettelijk minimum uit te spreken, voor een wanbedrijf een politiestraf op te leggen. De niet-toepasselijkheid van artikel 85 Strafwetboek op het in artikel 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet bepaalde misdrijf, doet hieraan geen afbreuk.

Het middel dat in zijn beide onderdelen uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Vierde middel

4. Het middel voert schending aan van artikel 21, vierde lid, Voorafgaande Ti-tel Wetboek van Strafvordering en de artikelen 1, 2, § 1, eerste lid, 22 en 24 WAM-1989: voor de telastlegging B (het in het verkeer brengen van een voertuig zonder geldige burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering) spreekt het bestreden vonnis een politiestraf uit; dit aldus gecontraventionaliseerde wanbedrijf was op het ogenblik van de uitspraak van het bestreden vonnis reeds verjaard.

5. De aard van het misdrijf wordt bepaald door de uitgesproken straf.

Wanneer de rechter overeenkomstig artikel 163, vierde lid, Wetboek van Straf-vordering beneden het wettelijk minimum een geldboete oplegt en zo bovendien ook een politiestraf uitspreekt, is het misdrijf waarvoor die straf wordt opgelegd een overtreding.

6. Overeenkomstig artikel 21, vierde lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, zoals hier toepasselijk, bedraagt de termijn voor de verjaring van de strafvordering één jaar wanneer een wanbedrijf wordt omgezet in een overtre-ding, tenzij de wet een bijzondere regeling bepaalt.

7. Met de bevestiging van het beroepen vonnis past het bestreden vonnis arti-kel 163, vierde lid, Wetboek van Strafvordering toe en veroordeelt het de ver-weerder voor de telastlegging B (inbreuk op artikel 22 WAM-1989) onder meer tot een geldboete van 20 euro en drie dagen vervangende gevangenisstraf.

Aldus spreekt het bestreden vonnis voor die telastlegging, waarvoor geen van de in artikel 21, vierde lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, bepaal-de afwijkende verjaringstermijn geldt, een politiestraf uit.

8. Aangezien het bestreden vonnis uitspraak doet meer dan twee jaar na de dag waarop het feit van de telastlegging B zou zijn gepleegd en bij ontstentenis van schorsing, was op het ogenblik van de uitspraak voor dat feit de strafvordering vervallen door verjaring. Bijgevolg is eisers schuldigverklaring en bestraffing voor de telastlegging B niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond.

Overige middelen

9. De overige middelen die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering voor het overige

10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het met betrekking tot de telastlegging B uitspraak doet over de tegen de verweerder ingestelde strafvordering.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Dendermonde, zitting houdende in hogere beroep.

Bepaalt de kosten op 90,35 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit raadsheer Paul Maffei, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 5 juni 2012 uitgesproken door waarnemend voorzit-ter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Wanbedrijf

  • Bewijs van precaire financiële toestand van de overtreder

  • Opleggen van geldboete beneden wettelijk minimum