- Arrest van 5 juni 2012

05/06/2012 - P.12.0555.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Geen enkele wetsbepaling belet de rechter om met betrekking tot feiten die een voortdurend misdrijf vormen eensdeels te oordelen dat die feiten deels de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van hetzelfde misdadig opzet als feiten waarvoor de beklaagde reeds bij een in kracht van gewijsde getreden beslissing werd veroordeeld, en voor al deze feiten samen bij toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek en rekening houdende met de reeds opgelegde straf een bijkomende straf op te leggen en anderdeels om voor de feiten, daterend van na de in kracht van gewijsde getreden rechterlijke beslissing, een afzonderlijke straf op te leggen; aldus legt de rechter niet voor eenzelfde feit of dezelfde feiten twee afzonderlijke straffen op, maar bestraft hij twee afzonderlijke feiten.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0555.N

G. P. D. C. A.,

beklaagde,

eiser,

met als raadslieden mr. Pieter Pauwels, advocaat bij de balie te Dendermonde, en mr. Hans Van Bavel, advocaat bij de balie te Brussel.

tegen

1. C. M.,

burgerlijke partij,

2. M. D. S.,

burgerlijke partij,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 2 maart 2012.

In een memorie en een aanvullende memorie die aan dit arrest zijn gehecht, voert de eiser respectievelijk vier middelen en een middel aan.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Het arrest ontslaat de eiser van rechtsvervolging voor de telastleggingen C1, C2 en C3, telkens wat betreft de periode van 10 maart 2007 tot 4 juni 2008. Het zegt dat er geen wettelijke herhaling is wat betreft de feiten voorwerp van de te-lastleggingen A, B1 en B2, wat betreft de telastlegging C1 voor de periode van 6 april 2001 tot en met 29 juni 2005 en wat betreft de telastlegging C2 voor de peri-ode van 1 januari 2003 tot en met 29 juni 2005.

Het tegen die beslissingen gerichte cassatieberoep is bij gebrek aan belang in zo-verre niet ontvankelijk.

Cassatieberoep tegen de beslissing tot onmiddellijke aanhouding

2. Het cassatieberoep tegen de beslissing tot onmiddellijke aanhouding heeft geen bestaansreden meer aangezien de eiser bij arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 8 maart 2012 in vrijheid werd ge-steld.

De middelen, in zoverre ze met die beslissing verband houden, behoeven geen antwoord.

Vierde middel

3. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 14 IVBPR, evenals miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de onpartijdigheid van de rechter: een van de magistraten die het arrest heeft gewezen, maakte deel uit van de zetel die het vonnis van 14 juni 2005 heeft gewezen; het arrest steunt zich voor het aannemen van de wettelijke herhaling en de toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek op dit vonnis; aangezien een van de raadsheren reeds kennis heeft genomen van de feiten die hebben geleid tot het vonnis van 14 juni 2005, is erbij de beoordeling van de voorliggende strafzaak een schijn van partijdigheid gewekt.

4. Geen schijn van partijdigheid kan worden afgeleid uit de enkele omstandig-heid dat de rechter bij een strafvervolging een rechterlijke beslissing in aanmerking neemt als grondslag voor wettelijke herhaling of voor de toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek, die hij zelf heeft gewezen of mede heeft gewezen.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Middel van de aanvullende memorie

5. Het middel voert schending aan van artikel 14.7 IVBPR en artikel 65 Strafwetboek, evenals miskenning van het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem: de appelrechters hebben voor de telastlegging C1, C2 en C3, feiten van ge-bruik van valse stukken, twee afzonderlijke straffen opgelegd, eensdeels voor de periode voorafgaand aan 26 juni 2006, anderdeels voor de periode tussen 27 juni 2006 en 9 maart 2007, terwijl dergelijk voortdurend misdrijf een strafbaar feit uitmaakt zolang er aan het gebruik geen einde is gesteld door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak, door de wil van de dader of ten gevolge van uitwendige omstandigheden.

6. Geen enkele wetsbepaling belet de rechter om met betrekking tot feiten die een voortdurend misdrijf vormen:

- eensdeels te oordelen dat die feiten deels de opeenvolgende en voortgezette uit-voering zijn van hetzelfde misdadig opzet als feiten waarvoor de beklaagde reeds bij een in kracht van gewijsde getreden beslissing werd veroordeeld, en voor al deze feiten samen bij toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek en reke-ning houdende met de reeds opgelegde straf een bijkomende straf op te leggen;

- anderdeels om voor de feiten, daterend van na de in kracht van gewijsde getre-den rechterlijke beslissing, een afzonderlijke straf op te leggen.

Aldus legt de rechter niet voor eenzelfde feit of dezelfde feiten twee afzonderlijke straffen op, maar bestraft hij twee afzonderlijke feiten.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 97,88 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit raadsheer Paul Maffei, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 5 juni 2012 uitgesproken door waarnemend voorzit-ter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Eenheid van opzet

  • Definitieve strafrechtelijke veroordeling

  • Andere feiten die een voortdurend misdrijf vormen

  • Andere feiten deels voor die veroordeling gepleegd

  • Opeenvolgende en voortgezette uitvoering van een zelfde misdadig opzet

  • Andere feiten deels na die veroordeling gepleegd

  • Strafbaarheid