- Arrest van 7 juni 2012

07/06/2012 - C.11.0034.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De aansprakelijkheidsverzekeraar kan zich in de verzekeringsovereenkomst een recht van verhaal tegen de verzekeringnemer en de verzekerde voorbehouden voor de gevallen waarin hij zijn verweer niet kan tegenwerpen aan de benadeelde.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0034.N

ALLIANZ BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Lakensestraat 35,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. C.D.S.,

2. M.J.,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 36, waar de verweerders woonplaats kiezen,

3. AG INSURANCE nv, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest,

4. ETHIAS nv, met zetel te 4000 Luik, rue des Croisiers 24,

verweerster,

5. D.D.S.,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde van 2 april 2009.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. De eiseres voert aan dat zij de eerste verweerder en de tweede verweerster niet diende te vrijwaren op grond van artikel 6.C.1 van de verzekeringsovereen-komst omdat de derde verweerster zelf geen dekking verschuldigd was ten voor-dele van de slachtoffers.

Deze grief houdt geen miskenning van bewijskracht in en is mitsdien niet ontvan-kelijk.

Tweede onderdeel

2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eise-res voor de appelrechters heeft aangevoerd dat zij de eerste verweerder en de tweede verweerster niet diende te vrijwaren omdat één van de toepassingsvoor-waarden van artikel 6.C.1 van de verzekeringsovereenkomst, met name dat de slachtoffers niet werden vergoed door de WAM-verzekeraar, niet vervuld was.

Het onderdeel is nieuw en mitsdien niet ontvankelijk.

Derde onderdeel

3. De appelrechters dienden niet te antwoorden op het verweer van de eiseres met betrekking tot artikel 7.7 van de verzekeringsovereenkomst dat betrekking had op een veronderstelde afwezigheid van dekking die, gelet op hun oordeel om-trent artikel 6.C.1 van de verzekeringsovereenkomst, niet meer dienend was.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Vierde onderdeel

4. De appelrechters stellen vast dat artikel 6.C.1 van de verzekeringsovereen-komst gesloten tussen de eiseres en de tweede verweerster dekking verleent voor de schade veroorzaakt door de verzekerde die zonder daartoe de wettelijk vereiste leeftijd te hebben bereikt, een landmotorrijtuig bestuurt dat onderworpen is aan een bij wet verplichte verzekering en dit buiten het medeweten van de ouders.

5. De appelrechters oordelen dat de eiseres op grond van voormeld artikel van de verzekeringsovereenkomst tot vrijwaring van de eerste verweerder en de twee-de verweerster gehouden is omdat de eerste verweerder nog niet de wettelijk ver-eiste leeftijd bereikt had om een voertuig te besturen en niet bewezen is dat de eerste verweerder het voertuig met medeweten van de tweede verweerster be-stuurde.

Zij geven met deze redenen geen uitleg van artikel 6.C.1 van de verzekerings-overeenkomst, maar beoordelen enkel de juridische gevolgen ervan.

Het onderdeel is niet ontvankelijk.

Vijfde onderdeel

6. De appelrechters kennen aan de tussen de eiseres en de tweede verweerster afgesloten verzekeringsovereenkomst het gevolg toe dat zij, volgens hun uitleg ervan, wettig tussen de partijen heeft en schenden mitsdien artikel 1134 Burgerlijk Wetboek niet.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Zesde onderdeel

7. Krachtens artikel 87, § 1, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst kan de verzekeraar in de verplichte verzekeringsovereenkomsten de excepties, vrijstellingen, nietigheid en verval van recht voortvloeiend uit de wet of de over-eenkomst en die hun oorzaak vinden in een feit dat zich voor of na het schadege-val heeft voorgedaan, niet tegenwerpen aan de benadeelde. Deze verweermiddelen die de verzekeraar aan de benadeelde niet kan tegenwerpen, zijn die welke de verzekeraar op grond van een bestaande verzekeringsovereenkomst kan inroepen om zich van zijn verplichtingen tegenover de verzekerde te bevrijden.

Hieruit volgt dat de verzekeraar de verweermiddelen die betrekking hebben op het bestaan en de draagwijdte van de verzekeringsovereenkomst, aan de benadeelde wel kan tegenwerpen.

8. Krachtens artikel 88, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst kan de verzekeraar zich, voor zover hij volgens de wet of de verzekeringsovereenkomst de prestaties had kunnen weigeren of verminderen, een recht van verhaal voorbe-houden tegen de verzekeringnemer, en indien daartoe grond bestaat, tegen de ver-zekerde die niet de verzekeringnemer is.

9. Uit deze wetsbepalingen volgt dat de aansprakelijkheidsverzekeraar zich in de verzekeringsovereenkomst een recht van verhaal tegen de verzekeringnemer en de verzekerde kan voorbehouden voor de gevallen waarin hij zijn verweer niet kan tegenwerpen aan de benadeelde.

10. Krachtens artikel 3, § 1, eerste lid, WAM 1989 moet de verzekering de bur-gerrechtelijke aansprakelijkheid dekken van de in deze bepaling opgesomde per-sonen, waaronder de eigenaar en de bestuurder van het motorrijtuig, zulks met uitzondering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van hen die zich door diefstal, geweldpleging of heling de macht over het motorrijtuig hebben verschaft.

Krachtens artikel 3, 1°, tweede lid, Modelovereenkomst dekt de WAM-verzekering niet de aansprakelijkheid van hen die zich door diefstal, geweldple-ging of heling de macht over het omschreven rijtuig hebben verschaft.

Hieruit volgt dat er met betrekking tot de aansprakelijkheid van de persoon die zich de macht over het motorrijtuig heeft verschaft door diefstal, geweldpleging of heling, geen WAM-verzekering bestaat en de WAM-verzekeraar dit verweer aan de benadeelde kan tegenwerpen. Dit heeft tevens tot gevolg dat de WAM-verzekeraar tegen de dief die geen verzekerde is in het raam van de WAM-verzekering, geen contractueel recht van verhaal kan uitoefenen.

11. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de WAM-verzekeraar over een contrac-tueel recht van verhaal beschikt tegen de dief van het voertuig, faalt in zoverre naar recht.

12. Krachtens artikel 25, 3°, b), Modelovereenkomst heeft de verzekeraar een recht van verhaal op de verzekeringnemer, en, indien daartoe grond bestaat, op de verzekerde die niet de verzekeringnemer is, wanneer op het ogenblik van het schadegeval, het rijtuig bestuurd wordt door een persoon die niet voldoet aan de voorwaarden die de Belgische wet en reglementen voorschrijven om dat rijtuig te besturen, bijvoorbeeld door een persoon die de vereiste minimumleeftijd niet be-reikt heeft.

Het laatste lid van artikel 25, 3°, Modelovereenkomst bepaalt dat de verzekeraar niettemin geen verhaal kan nemen op een verzekerde, indien deze aantoont dat de tekortkomingen of de feiten waarop het verhaal gesteund is, te wijten zijn aan een andere verzekerde en dat ze zich hebben voorgedaan in strijd met zijn onderrich-tingen of buiten zijn medeweten. Uit de doelstelling van deze bepaling volgt dat dit recht van tegenbewijs ook aan de verzekeringnemer toekomt wanneer de te-kortkoming bij een derde ligt.

13. Wanneer het ongeval veroorzaakt is door een minderjarige die het voertuig gestolen heeft van zijn ouders, eigenaars van het voertuig, en de WAM-verzekeraar op grond van de aansprakelijkheid van de ouders de benadeelde heeft vergoed, kan deze verzekeraar tegen de ouders die de verzekeringnemers zijn, een verhaal op grond van artikel 25, 3°, b), Modelovereenkomst uitoefenen. De ouders kunnen evenwel aan dit verhaal ontkomen door aan te tonen dat de in deze bepa-ling bedoelde tekortkoming zich heeft voorgedaan in strijd met hun onderrichtin-gen of buiten hun medeweten.

14. De appelrechters oordelen dat:

- de eerste verweerder op het ogenblik van het ongeval het voertuig van zijn moeder, tweede verweerster, bestuurde;

- de eerste verweerder niet over een geldig rijbewijs beschikte, noch de wettelijk vereiste leeftijd had om het voertuig te besturen;

- de derde verweerster als WAM-verzekeraar gehouden was de benadeelden te vergoeden op grond van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de ouders aangezien deze gehoudenheid eveneens geldt wanneer de minderjarige zich door diefstal de macht over het motorrijtuig heeft verschaft;

- uit niets blijkt dat tweede verweerster op de hoogte was dat de eerste verweer-der het voertuig zou besturen, noch zij hem hiertoe toestemming zou gegeven hebben.

15. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de derde verweerster in de gegeven om-standigheden over een contractueel recht van verhaal beschikt tegen de tweede verweerster, kan in zoverre niet worden aangenomen.

Zevende onderdeel

16. Met de redenen die het bestreden vonnis vermeldt, beantwoorden de appel-rechters het in het onderdeel weergegeven verweer van de eiseres.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Achtste onderdeel

17. De eiseres voerde in appelconclusie aan dat een "gelijksoortige toestand waarvan sprake in artikel 7 bewezen is" en uitsluiting voorzien is "eens de gelijk-soortige toestand bewezen is".

18. Door te oordelen dat de eiseres opwerpt dat zij niet gehouden is dekking te verlenen omdat de eerste verweerder zich op het ogenblik van het ongeval in een gelijkaardige staat als een staat van dronkenschap bevond, geven de appelrechters aan de appelconclusie van de eiseres een uitleg die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 896,77 euro, voor de verweerders 1 en 2 op 149,04 euro en voor de verweerster 3 op 149,04 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 7 juni 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bij-stand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Verzekeringsovereenkomst

  • Aansprakelijkheidsverzekeraar

  • Recht van verhaal