- Arrest van 12 juni 2012

12/06/2012 - P.11.0858.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Nu bepalingen van de Wet Niet-conventionele Praktijken, bij gebrek aan de vereiste uitvoeringsbesluiten, niet in werking zijn getreden, zijn de kinesitherapeuten uitsluitend gemachtigd om de geneeskunde uit te oefenen onder de voorwaarden vermeld in de Wet Gezondheidsberoepen (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0858.N

BEROEPSVERENIGING VAN GENEESHEREN AKUPUNKTURISTEN VAN BELGIË, met zetel te 1140 Evere, S. Hoedenmaeckerssquare 21, bus 7,

burgerlijke partij,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25,

tegen

P D V,

beklaagde,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, kantoor houdende te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 29 maart 2011.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft op 24 mei 2012 ter griffie een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het door de verweerder opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid van het aangevoerde cassatiemiddel

1. De verweerder voert aan dat het middel niet ontvankelijk is bij gebrek aan belang: de beslissing dat de verweerder niet schuldig is aan onwettige uitoefening van de geneeskunde door als kinesitherapeut de acupunctuur uit te oefenen, blijft naar recht verantwoord op grond van de zelfstandige niet-bekritiseerde reden dat het moreel bestanddeel van het ten laste gelegde misdrijf ontbreekt, minstens dat de verweerder zich bevond in een situatie van overmacht doordat het voor hem onmogelijk is te voldoen aan de voorwaarde zich te laten registreren, wat in geen enkel opzicht aan hem te wijten is en hem dan ook niet ten kwade kan worden ge-duid.

2. De appelrechters oordelen dat de verweerder niet vervolgd wordt wegens een inbreuk op de bepalingen van de wet van 29 april 1999 betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kine-sitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen (hierna: Wet Niet-conventionele Praktijken) maar wel voor de onwettige uitoefening van de genees-kunde. Zij oordelen verder dat het loutere gegeven dat de verweerder die voldoet aan alle wettelijke voorwaarden waaraan hij op heden kan voldoen om de acu-punctuur als niet-conventionele praktijk uit te oefenen, geen erkenning heeft in de zin van de Wet Niet-conventionele Praktijken, als dusdanig niet betekent dat de verweerder zich schuldig zou maken aan het onwettig uitoefenen van de genees-kunde.

Bovendien doet het arrest in het dictum "het bestreden vonnis teniet nu het vast-stelt dat er geen misdrijf is wegens het bestaan van een rechtvaardigende nood-toestand of van rechtsdwaling in hoofde van [de verweerder]".

De verweerder gaat er aldus ten onrechte van uit dat de appelrechters hun beslis-sing hebben gegrond op de zelfstandige reden dat het noodzakelijk moreel be-standdeel van het aan de verweerder ten laste gelegde misdrijf ontbreekt of dat de verweerder zich bevond in een situatie van overmacht.

Het middel van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen.

Middel in zijn geheel

3. Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 2, § 1, tweede lid, en voor zover als nodig de artikelen 21bis, in het bijzonder § 1, § 4 en § 6, 38, § 1, 43, § 1, en 44 Wet Gezondheidsberoepen: de appelrechters oordelen ten onrechte dat de kinesitherapeut zich slechts schuldig maakt aan onwettige uitoefening van de geneeskunde indien hij een patiënt behandelt door middel van acupunctuur na zelf een diagnose te hebben gesteld.

Het tweede onderdeel voert schending aan van de artikelen 2, § 1, 2°, 3, in het bij-zonder § 3, eerste lid, en 8, in het bijzonder § 1, eerste lid, Wet Niet-conventionele Praktijken en artikel 21bis Wet Gezondheidsberoepen: de appelrechters oordelen dat, niettegenstaande de verweerder niet geregistreerd is, zoals bepaald door arti-kel 8, § 1, eerste lid, Wet Niet-conventionele Praktijken, hij "aan alle thans moge-lijke voorwaarden voldoet om als kinesitherapeut de acupunctuur uit te oefenen"; aldus verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht, minstens breiden zij op onwettige wijze de toepassingsvoorwaarden uit waaraan een persoon dient te vol-doen om de kinesitherapie wettig uit te oefenen.

4. Krachtens artikel 2, § 1, 2°, eerste lid, Wet Niet-conventionele Praktijken wordt voor de toepassing van deze wet onder niet-conventionele praktijk verstaan "het gewoonlijk verrichten van handelingen die tot doel hebben de gezondheids-toestand van een menselijk wezen te bevorderen en/of te bewaken, met inachtne-ming van de in deze wet opgenomen voorschriften en voorwaarden", waaronder de acupunctuur.

Volgens artikel 3, § 3, Wet Niet-conventionele Praktijken brengt de paritaire commissie, binnen de drie maanden nadat de betrokken kamer een ontwerp van advies heeft meegedeeld, een advies uit over de voorwaarden waaronder de beoe-fenaars van een geregistreerde niet-conventionele praktijk individueel geregi-streerd kunnen worden.

Artikel 8, § 1, eerste lid, Wet Niet-conventionele Praktijken bepaalt dat niemand één van de geregistreerde niet-conventionele praktijken mag beoefenen of hande-lingen stellen die tot die praktijk behoren, dan na voor die praktijk te zijn geregi-streerd.

Krachtens het tweede lid van deze bepaling mag de betrokken beroepsbeoefenaar de desbetreffende niet-conventionele praktijk niet blijven uitoefenen zolang de minister zich niet heeft uitgesproken over de individuele registratie, overeenkom-stig de procedure bedoeld in § 2.

Krachtens het derde lid van deze bepaling mag, in afwijking van het eerste lid, de beroepsbeoefenaar die een aanvraag tot registratie heeft ingediend binnen een pe-riode van zes maanden na bekendmaking, in het Belgisch Staatsblad, van de krachtens artikel 3, § 3, genomen maatregelen, de niet-conventionele praktijk blij-ven uitoefenen. De minister moet zich krachtens deze bepaling binnen een termijn van twaalf maanden uitspreken over de aanvraag van registratie.

Artikel 12 Wet Niet-conventionele Praktijken bepaalt dat de artikelen 3, 8, 9, 10 en 11 van deze wet in werking treden zes maanden na de eerste dag van de maand volgend op de inwerkingtreding van de benoeming van de leden van de in artikel 5 bedoelde paritaire commissie.

Vermits de voormelde bepalingen van de Wet Niet-conventionele Praktijken, bij gebrek aan de vereiste uitvoeringsbesluiten, niet in werking zijn getreden, zijn de kinesitherapeuten uitsluitend gemachtigd om de geneeskunde uit te oefenen onder de voorwaarden vermeld in de Wet Gezondheidsberoepen.

5. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van de voormelde artikelen 3 en 8 Wet Niet-conventionele Praktijken die bij gebrek aan uitvoeringsbesluiten op het beslechte geschil niet toepasselijk zijn en door het arrest overigens niet werden toegepast, is het tweede onderdeel derhalve niet ontvankelijk.

6. Krachtens artikel 1 Wet Gezondheidsberoepen omvat de geneeskunst de ge-neeskunde, de tandheelkunde inbegrepen, uitgeoefend ten aanzien van menselijke wezens, en de artsenijbereidkunde, onder hun preventief of experimenteel, cura-tief, continu en palliatief voorkomen.

Gelet op deze ruime definitie strekt de geneeskunst zich ook uit tot de acupunc-tuur.

7. Artikel 2, § 1, eerste en tweede lid, Wet Gezondheidsberoepen bepaalt: "Niemand mag de geneeskunde uitoefenen die niet het wettelijk diploma bezit van doctor in de genees-, heel- en verloskunde, dat werd behaald in overeenstemming met de wetgeving op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, of die niet wettelijk ervan vrijgesteld is, en die bo-vendien de voorwaarden gesteld bij artikel 7 niet vervult.

Wordt beschouwd als onwettige uitoefening van de geneeskunde, het gewoonlijk verrichten door een persoon die het geheel van de voorwaarden, gesteld bij lid 1 van deze paragraaf, niet vervult, van elke handeling die tot doel heeft, of wordt voorgesteld tot doel te hebben, bij een menselijk wezen, hetzij het onderzoeken van de gezondheidstoestand, hetzij het opsporen van ziekten en gebrekkigheden, hetzij het stellen van de diagnose, het instellen of uitvoeren van een behandeling van een fysische of psychische, werkelijke of vermeende pathologische toestand, hetzij de inenting."

Hieruit volgt dat de persoon die de behandeling uitvoert, zich ook aan onwettige uitoefening van de geneeskunde schuldig kan maken zonder dat hij zelf de dia-gnose hiervoor heeft gesteld.

8. Artikel 21bis Wet Gezondheidsberoepen bepaalt:

- in § 1, eerste lid: "In afwijking van artikel 2, § 1, en zonder de betekenis van het begrip ‘de geneeskunde', bepaald in dit artikel, te beperken, mag niemand de kinesitherapie uitoefenen die niet houder is van een erkenning afgegeven door de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort."

- in § 4: "Als onwettige uitoefening van de kinesitherapie wordt beschouwd, het gewoonlijk verrichten door een persoon die er niet toe gemachtigd is krachtens § 1 van:

1° systematische handelingen met als doel functieproblemen van spierskeletale, zenuwfysiologische, respiratoire, cardiovasculaire en psychomotorische aard te verhelpen door het toepassen van één van de volgende vormen van therapie:

a) de lichaamsoefeningstherapie, zijnde het tot een geneeskundig doel door de patiënt doen uitvoeren van bewegingen, met of zonder fysische bijstand;

b) de massagetherapie, zijnde het tot een geneeskundig doel toepassen van massagetechnieken op de patiënt;

c) de fysische therapieën, zijnde het tot geneeskundig doel aan de pati-ent toedienen van niet-invasieve fysische prikkels, zoals elektrische stromen, elektromagnetische stralingen, ultrageluiden, warmte- en koudeapplicaties en balneotherapie;

2° het verrichten van onderzoeken en het opstellen van balansen van de moto-riek van de patiënt met als doel bij te dragen tot het stellen van een diagnose door een geneesheer of een behandeling bestaande uit de in het 1° bedoelde handelingen in te stellen;

3° het concipiëren en het uitwerken van behandelingen bestaande uit de onder het 1° bedoelde handelingen;

4° de prenatale en postnatale gymnastiek."

- in § 6, eerste lid, dat de krachtens § 1 erkende personen enkel kinesitherapie mogen uitoefenen ten aanzien van de patiënten die op grond van een voor-schrift door een persoon worden verwezen die krachtens artikel 2, § 1, eerste lid, gemachtigd is om de geneeskunde uit te oefenen.

Uit deze bepalingen volgt dat, in afwijking van artikel 2, § 1, Wet Gezondheidsberoepen, de personen die door de minister werden erkend om de kinesitherapie uit te oefenen, gemachtigd zijn om de in artikel 21bis, § 4, opgesomde handelingen te verrichten op voorschrift van een persoon die gemachtigd is om de geneeskunde uit te oefenen.

De acupunctuur behoort tot geen van de onder deze bepaling opgesomde genees-kundige handelingen die een kinesitherapeut krachtens de Wet Gezondheidsbe-roepen kan uitoefenen.

9. De appelrechters oordelen dat vermits de verweerder aan alle vereisten qua opleiding en competentie voldoet, hij lid is van een erkende beroepsvereniging en het niet bewezen is gebleken dat hij niet steeds in samenspraak met een behande-lende arts zou hebben gehandeld, kan gesteld worden dat hij bij gebrek aan uit-voeringsbesluiten die de wettelijk voorziene registratie moeten toelaten, aan alle thans mogelijke voorwaarden voldoet om als kinesitherapeut de acupunctuur uit te oefenen zodat enige inbreuk op de artikelen 1, 2, § 1, 38, § 1, 1°, 43, § 1, en 44 Wet Gezondheidsberoepen in zijne hoofde niet bewezen voorkomt en hij bijge-volg ontslagen dient te worden van elke rechtsvervolging zonder kosten.

Door aldus te oordelen dat het de verweerder toegelaten is om een geneeskundige handeling te stellen die niet voorkomt in artikel 21bis, § 4, Wet Gezondheidsbe-roepen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering van de eiseres.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de verweerder tot de kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Bepaalt de kosten op 196,09 euro waarvna 166,09 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit raadsheer Paul Maffei, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 12 juni 2012 uitgesproken door waarnemend voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Wet Niet-conventionele Praktijken

  • Afwezigheid van uitvoeringsbesluiten

  • Gevolg

  • Kinesitherapeuten