- Arrest van 12 juni 2012

12/06/2012 - P.11.2025.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter is bevoegd om de externe en interne wettigheid van een herstelvordering te toetsen en met name te onderzoeken of zij al dan niet door machtsoverschrijding of machtsafwending is aangetast, zonder dat de rechter zich evenwel mag uitspreken over de opportuniteit van een dergelijke vordering; een gewijzigde planologische bestemming kan een gegeven zijn dat maakt dat een herstelvordering die voordien wettig gemotiveerd was, op het ogenblik van de beslissing feitelijk onjuist, mitsdien onwettig wordt zodat de rechter die de herstelvordering op die grond overeenkomstig artikel 159 Grondwet buiten toepassing laat, zijn beslissing naar recht verantwoordt (1). (1) Cass. 10 feb. 2009, AR P.08.1163.N, AC 2009, nr. 108.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.2025.N

STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR, bevoegd voor het grondgebied van de provincie Oost-Vlaanderen, met kantoor te 9000 Gent, Gebroeders van Eyckstraat 4-6,

eiser tot herstel,

eiser,

tegen

1. W G B L,

beklaagde,

2. 'T SCHUURKEN nv, met zetel te 9260 Wichelen (Serskamp), Wette-rensteenweg 16,

beklaagde,

3. VAN DER HAEGEN W. EN CO vof, met zetel te 9260 Wichelen (Sers-kamp), Meulebosstraat 6,

beklaagde,

4. W R V d H,

beklaagde,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 4 november 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 159 Grondwet, artikel 149, § 1, § 2 en § 4, Stedenbouwdecreet 1999 en de artikelen 6.1.7 en 6.1.41, § 1, § 4 en § 7 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: het arrest oordeelt ten onrechte dat de door de eiser voor de herstelvordering aangevoerde motieven niet langer geldig zijn, de herstelvordering niet afdoende gemotiveerd is en die vordering daarom buiten toepassing moet worden gelaten; een herstelvordering kan slechts dan niet worden ingewilligd als de rechter vaststelt dat de vordering ingevolge de gewijzigde omstandigheden zonder voorwerp is, strijdig is met het actueel herstelbeleid of kennelijk onredelijk is; de enkele vaststelling dat de motieven van de herstelvordering, hoewel wettig op het ogenblik van het inleiden ervan, door gewijzigde omstandigheden niet langer geldig zijn, volstaat niet om de herstelvordering als onwettig buiten toepassing te verklaren.

2. De rechter is bevoegd om de externe en interne wettigheid van een herstel-vordering te toetsen en met name te onderzoeken of zij al dan niet door machts-overschrijding of machtsafwending is aangetast, zonder dat de rechter zich even-wel mag uitspreken over de opportuniteit van een dergelijke vordering.

Een gewijzigde planologische bestemming kan een gegeven zijn dat maakt dat een herstelvordering die voordien wettig gemotiveerd was, op het ogenblik van de beslissing feitelijk onjuist, mitsdien onwettig wordt. De rechter die de herstelvor-dering op die grond overeenkomstig artikel 159 Grondwet buiten toepassing laat, verantwoordt zijn beslissing naar recht.

3. De appelrechters stellen vast dat:

- de eiser tot herstel bij brief van 10 maart 2004 aan het parket een vordering tot herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand heeft toegestuurd;

- de misdrijven omschreven in de bewezen verklaarde telastleggingen A.1 en A.2 een toereikende grondslag vormen voor de vordering van de eiser tot herstel;

- de regularisatievergunning van 4 augustus 2006 die betrekking heeft op de in de telastleggingen A.1 en A.2 vermelde constructies bij arrest nr. 201.016 van de Raad van State van 17 februari 2010 werd vernietigd;

- uit de door de eerste verweerder neergelegde stukken blijkt dat de Raad van State bij arrest nr. 208.217 van 19 oktober 2010 het beroep tot nietigverklaring tegen het besluit van 1 september 2008 tot goedkeuring van het BPA nr. 9 't Schuurken heeft verworpen;

- de eiser tot herstel bij brief van 14 juni 2011 heeft meegedeeld zijn herstelvor-dering te handhaven zolang geen nieuwe stedenbouwkundige vergunning is verleend;

- de tweede verweerster op 16 september 2011 een nieuwe stedenbouwkundige vergunning heeft aangevraagd strekkende onder meer tot regularisatie van de wederrechtelijk tot stand gebrachte constructies;

- de omstandigheid dat bij ontstentenis aan een regularisatievergunning of een herstel van de plaats in de oorspronkelijke staat nog geen einde is gesteld aan de wederrechtelijke toestand ontstaan ingevolge de telastleggingen A.1 en A.2, niet wegneemt dat de appelrechters rekening moeten houden met de sinds de inleiding van de herstelvordering gewijzigde planologische toestand;

- op basis van het BPA nr. 9 't Schuurken garages, open standplaatsen en par-keerruimte op het betrokken terrein onder voorwaarden voor vergunning in aanmerking komen, terwijl dit niet het geval was op het ogenblik dat de her-stelvordering werd ingeleid;

- de strijdigheid met de planologische bestemming en de onmogelijkheid een vergunning te verkrijgen, waarop de herstelvordering aanvankelijk wezenlijk steunde, niet meer bestond op het ogenblik dat de eiser bij brief van 14 juni 2011 de herstelvordering heeft gehandhaafd.

Met die redenen verantwoorden de appelrechters de beslissing naar recht dat de herstelvordering overeenkomstig artikel 159 Grondwet buiten toepassing wordt gelaten.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

4. De substantiële en op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 431,03 euro waarvan 36,66 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit raadsheer Paul Maffei, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 12 juni 2012 uitgesproken door waarnemend voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Toetsing van de herstelvordering door de rechter

  • Gewijzigde planologische bestemming