- Arrest van 13 juni 2012

13/06/2012 - P.12.0378.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De verzoeker die aanvoert dat de gevraagde bijkomende onderzoekshandelingen dienden bevolen te worden ter naleving van een internationaal verdrag dat België bindt, werpt geen onregelmatigheid op waardoor het desbetreffend stuk kan worden nietigverklaard, zoals bedoeld in artikel 131, § 1, van het Wetboek van Strafvordering.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0378.F

V. P.,

Mr. Pierre Van Hooland, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 9 februari 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

In strijd met wat de eiser betoogt, doet het arrest geen uitspraak met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering. Het bevestigt de beslissing van de onderzoeksrechter volgens welke de bijkomende onderzoekshandelingen waarom de eiser verzocht heeft niet noodzakelijk zijn om de waarheid te achterhalen.

Door aan te voeren dat de gevraagde bijkomende onderzoekshandelingen dienden bevolen te worden uit hoofde van een internationaal verdrag waardoor België ge-bonden is, heeft de eiser geen onregelmatigheid aangevoerd waardoor het desbe-treffende stuk kan worden nietigverklaard, zoals bedoeld in artikel 131, § 1, van het voormelde wetboek.

De bewering volgens welke de afwijzing van het verzoek tot het stellen van een bijkomende onderzoekshandeling de verzoeker het recht niet ontzegt op een eer-lijke behandeling van de zaak, is geen onderzoek van de regelmatigheid van de rechtspleging zoals bedoeld in het voormelde artikel 235bis.

Aangezien het hier een voorbereidend arrest en een arrest van onderzoek betreft, behoort het arrest niet tot de gevallen, bepaald in artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.

Het cassatieberoep dat voor de eindbeslissing is ingesteld, is niet ontvankelijk.

De overige punten van de memorie houden geen verband met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare rechtszitting van 13 juni 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Onregelmatigheid, verzuim of nietigheid van een onderzoekshandeling of van de bewijsverkrijging