- Arrest van 13 juni 2012

13/06/2012 - P.12.0642.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het geschil over rechtsmacht waardoor er grond is tot regeling van rechtsgebied, veronderstelt een tegenstrijdigheid tussen twee beslissingen over de bevoegdheid; het feit dat een onderzoeksgerecht een aangelegenheid tot zich trekt waarover het reeds uitspraak heeft gedaan, en een tweede beslissing wijst die de eerste tegenspreekt, doet geen geschil over rechtsmacht ontstaan (1). (1) Zie Cass. 5 dec. 2007, AR P.07.1329.F, AC 2007, nr. 618.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0642.F

J.-P. M.,

Mr. Christophe Bodson, advocaat bij de balie te Luik,

in zake

1. PROCUREUR DES KONINGS TE LUIK,

2. J.-P. M.,

tegen

C. G.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

In een verzoekschrift, waarvan een eensluidend afschrift aan dit arrest is gehecht, verzoekt de eiser om regeling van rechtsgebied, ingevolge een arrest van het hof van beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling, van 7 juni 2010, en een beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te Luik, van 31 januari 2006.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft op 30 mei 2012 een conclusie neergelegd op de griffie van het Hof.

Op de rechtszitting van 13 juni 2012 heeft afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. FEITEN

Bij beschikking van 31 januari 2006 heeft de raadkamer van de rechtbank van eer-ste aanleg te Luik C. G. naar de correctionele rechtbank van dat rechtscollege verwezen wegens het feit dat hij slagen heeft toegebracht aan de eiser, in de uit-oefening van diens ambt van agent die drager is van het openbaar gezag of van de openbare macht, en wegens weerspannigheid tegen drie inspecteurs van politie. Die feiten zijn gepleegd te Herstal, op 27 juni 2004.

De correctionele rechtbank heeft van die telastleggingen geen kennis genomen, aangezien zij, op 26 april 2006, de vervolgingen wegens de voormelde feiten van elkaar losgekoppeld heeft en het onderzoek van de desbetreffende strafvordering en burgerlijke rechtsvordering heeft verdaagd.

Bij beschikking van 17 december 2008 heeft de raadkamer te Luik gezegd dat er geen grond is om C. G. te vervolgen wegens slagen aan de eiser en weerspannig-heid tegen drie inspecteurs van politie, gepleegd te Herstal, op 27 juni 2004.

Dezelfde beslissing beveelt de buitenvervolgingstelling van de drie inspecteurs van politie tegen wie C. G. een vordering had ingesteld.

Op het hoger beroep dat laatstgenoemde in zijn hoedanigheid van burgerlijke par-tij had ingesteld, heeft de kamer van inbeschuldigingstelling, bij arrest van 7 juni 2010, de buitenvervolgingstelling bevestigd van de partijen tegen wie dat hoger beroep was ingesteld.

De eiser die zich burgerlijke partij had gesteld tegen C. G., zet uiteen dat de pro-cureur des Konings zich verzet tegen een nieuwe dagbepaling van de zaak voor de rechtbank, op grond dat het onderzoeksgerecht zich heeft tegengesproken door achtereenvolgens de verwijzing en de buitenvervolgingstelling te bevelen, wegens dezelfde feiten.

Hij leidt daaruit af dat er grond is tot regeling van rechtsgebied en voert aan dat de tweede beslissing nietig dient te worden verklaard.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

De tegenstrijdigheid die de eiser aanklaagt, slaat niet op het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Luik van 7 juni 2010. Bij dat hof was immers geen hoger beroep ingesteld tegen de buitenvervolgingstelling van C. G. Het heeft die beslissing dus niet bevestigd vermits zij niet bij het hof aanhangig was gemaakt.

De tegenstrijdigheid die de eiser aanklaagt, slaat op de beschikkingen van de raadkamer die, op 31 januari 2006 en 17 december 2008, achtereenvolgens de verwijzing en de buitenvervolgingstelling heeft bevolen in de zaak van dezelfde inverdenkinggestelde en wegens dezelfde feiten.

Een geschil over rechtsmacht waardoor er grond is tot regeling van rechtsgebied, veronderstelt dat er tegenstrijdigheid bestaat tussen twee beslissingen over de be-voegdheid.

Het feit dat een onderzoeksgerecht een geschilpunt te berde brengt waarover het reeds uitspraak had gedaan, en een tweede beslissing wijst die de eerste tegen-spreekt, doet geen geschil over rechtsmacht ontstaan.

Aangezien het verzoek op een belemmering van het verloop van de rechtspleging is gegrond die niet voortvloeit uit een toekenning van bevoegdheid of een verkla-ring van onbevoegdheid maar een schending van artikel 19 Gerechtelijk Wetboek, strekt het niet tot de regeling van rechtsgebied en is het bijgevolg niet ontvanke-lijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het verzoek tot regeling van rechtsgebied.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare rechtszitting van 13 juni 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van eerste voorzitter Etienne Goethals en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De eerste voorzitter,

Vrije woorden

  • Geschil over rechtsmacht

  • Voorwaarden

  • Onderzoeksgerecht

  • Tweede beslissing over een aangelegenheid waarover reeds uitspraak is gedaan

  • Tegenstrijdigheid tussen de twee beslissingen