- Arrest van 14 juni 2012

14/06/2012 - C.11.0709.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het behoort de kamer van beroep van het beroepsinstituut van vastgoedmakelaars om nauwgezet in feite de gelijkwaardigheid van de diploma’s te onderzoeken en te beoordelen; het Hof gaat alleen na of de kamer van beroep uit de feiten en omstandigheden die zij vaststelt, geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0709.N

BEROEPSINSTITUUT VAN VASTGOEDMAKELAARS, met zetel te 1000 Brussel, Luxemburgstraat 16b,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

K.V.,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de kamer van beroep van het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars van 13 oktober 2011.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel vraagt een onderzoek van de studieduur en de studieomvang van de postacademische opleiding die de verweerster heeft gevolgd en nodigt het Hof aldus uit tot een onderzoek van feiten waartoe het niet bevoegd is.

Het onderdeel is niet ontvankelijk.

Tweede onderdeel

2. Het onderdeel voert in werkelijkheid geen motiveringsgebrek aan maar een onwettigheid.

In zoverre het onderdeel artikel 149 Grondwet als geschonden aanwijst, is het niet ontvankelijk.

3. Het behoort de kamer van beroep om nauwgezet in feite de gelijkwaardig-heid van de diploma's te onderzoeken en te beoordelen. Het Hof gaat alleen na of de kamer van beroep uit de feiten en omstandigheden die zij vaststelt, geen gevol-gen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen wor-den verantwoord.

De kamer van beroep stelt vast dat het voorliggend diploma zonder meer gelijk te stellen is met het diploma van gegradueerde in de handelswetenschappen, zodat de verweerster houdster is van één der voorziene akten.

De kamer van beroep verantwoordt aldus naar recht haar beslissing dat de beide diploma's als gelijkwaardig te beschouwen zijn in de zin van artikel 5, § 1, 1°, b), koninklijk besluit van 6 september 1993.

Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 473,50 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare rechtszitting van 14 juni 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Vastgoedmakelaar

  • Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars

  • Lijst van stagiairs

  • Opname

  • Diploma's

  • Gelijkwaardigheid

  • Kamer van beroep

  • Opdracht

  • Hof van Cassatie

  • Opdracht