- Arrest van 15 juni 2012

15/06/2012 - C.12.0231.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De kansspelcommissie neemt een eenzijdige administratieve beslissing in de hoedanigheid van administratieve overheid wanneer zij zich uitspreekt over een aanvraag tot toekenning van een vergunning die is ingediend op grond van artikel 21, § 1, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, of t.a.v. een aanvrager die krachtens artikel 76/1 van die wet zijn activiteiten mag voortzetten tot de commissie een beslissing heeft genomen, aangezien voormeld artikel 21, § 1, de commissie niet opdraagt een geschil te beslechten maar alleen zich in positieve of negatieve zin uit te spreken over de haar voorgelegde vergunningsaanvragen; hieruit volgt dat de commissie die kennis neemt van een aanvraag tot toekenning van een vergunning, geen rechter is in de zin van de artikelen 648 e.v. van het Gerechtelijk Wetboek en dat de vordering tot onttrekking van de zaak aan die commissie kennelijk niet ontvankelijk is (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2012, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0231.F

BETTING CONSULT bvba,

verzoekster tot onttrekking van de zaak aan de kansspelcommissie,

Mr. Hakim Boularbah, mr. Thibault Verbiest, mr. Ronald Fonteyn, advocaten bij de balie te Brussel, en mr. Raphaël Douny, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De verzoekster vordert bij een met redenen omkleed en door mr. Hakim Boular-bah, advocaat bij de balie te Brussel, ondertekend verzoekschrift, dat op 11 mei 2012 ter griffie van het Hof van Cassatie is ingediend, dat de procedure betreffen-de de toekenning van haar vergunningen wegens wettige verdenking aan de kans-spelcommissie zou worden onttrokken.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 6 juni 2012 een conclusie neergelegd ter griffie.

Raadsheer Mireille Delange heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Krachtens artikel 21, § 1, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de wed-denschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, spreekt de kansspelcommissie zich uit, bij een met redenen omklede beslissing, over de aanvragen tot toekenning van de vergunningen die in deze wet zijn voorzien.

Die bepaling draagt de commissie niet op een geschil te beslechten maar alleen zich in positieve of negatieve zin uit te spreken over de haar voorgelegde vergun-ningsaanvragen.

Hieruit volgt dat de commissie, wanneer zij zich uitspreekt over een op grond van voormeld artikel 21, § 1, ingediende aanvraag, een eenzijdige administratieve be-slissing neemt in de hoedanigheid van administratieve overheid.

Dat is ook het geval ten aanzien van een aanvrager die krachtens artikel 76/1 van die wet zijn activiteiten mag voortzetten tot de commissie een beslissing heeft ge-nomen.

Hieruit volgt dat de kansspelcommissie die kennisneemt van een aanvraag tot toe-kenning van een vergunning, geen rechter is in de zin van de artikelen 648 en vol-gende van het Gerechtelijk Wetboek.

Het verzoek is kennelijk niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het verzoek.

Veroordeelt de verzoekster in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 15 juni 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advo-caat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koen Mestdagh en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Kansspelcommissie

  • Aanvraag tot toekenning van een vergunning

  • Hoedanigheid

  • Beslissing

  • Aard

  • Vordering tot onttrekking van de zaak

  • Ontvankelijkheid