- Arrest van 18 juni 2012

18/06/2012 - S.11.0002.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Aan de vereiste van aanvaarding van de reïntegratie is voldaan wanneer de werkgever zich binnen de gestelde termijn onvoorwaardelijk ertoe verbindt de werknemer onder dezelfde arbeidsvoorwaarden als voorheen opnieuw tewerk te stellen. De aanvaarding is niet onderworpen aan een op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereiste, zodat de werkgever het bestaan ervan met alle rechtsmiddelen mag bewijzen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.11.0002.N

BLIJWEERT ALUMINIUM HOLDING nv, met zetel te 9220 Hamme, Zwaarveld 44,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kan-toor houdende te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

A.D.B.,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het arbeidshof te Gent van 11 maart 2009 en 9 juni 2010.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

1. Krachtens artikel 17, § 1, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden moet wanneer de werknemer of de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorge-dragen, zijn reïntegratie heeft aangevraagd en deze door de werkgever niet werd aanvaard binnen dertig dagen na de dag waarop het verzoek hem bij een ter post aangetekende brief werd gezonden, deze werkgever aan de werknemer de bij arti-kel 16 bedoelde vergoeding betalen, evenals het loon voor het nog resterende ge-deelte van de periode tot het einde van het mandaat van de leden die het personeel vertegenwoordigen bij de verkiezingen waarvoor hij kandidaat is geweest.

Krachtens artikel 17, § 2, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden moet de werkgever in geval van betwisting het bewijs leveren dat hij de reïntegratie, die hem gevraagd werd, aanvaard heeft.

2. Aan de vereiste van aanvaarding van de reïntegratie is voldaan, wanneer de werkgever zich binnen de gestelde termijn onvoorwaardelijk ertoe verbindt de werknemer onder dezelfde arbeidsvoorwaarden als voorheen opnieuw tewerk te stellen.

De aanvaarding is evenwel niet onderworpen aan een op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereiste, zodat de werkgever het bestaan ervan met alle rechtsmiddelen mag bewijzen.

Wanneer de reïntegratie wordt aangevraagd door tussenkomst van de organisatie die de kandidatuur van de werknemer heeft voorgedragen, wordt de kennisgeving van die aanvaarding door de werkgever rechtsgeldig gedaan aan deze organisatie.

3. De appelrechters stellen in het arrest van 11 maart 2009 vast dat:

- de verweerder bij middel van een aangetekende brief van 30 december 2004, uitgaande van de vakorganisatie die zijn kandidatuur voordroeg, aan de eiseres een vraag tot reïntegratie in de onderneming formuleerde;

- de verweerder niet kan ontkennen dat, na voorafgaande besprekingen in de loop van januari 2005, zijn ontslag een agendapunt was van de ondernemings-raad in de Aliplast-groep van 17 januari 2005;

- uit dit verslag blijkt dat de eiseres zich ertoe verbond aan het arbeidsovereen-komst van de verweerder niets te wijzigen;

- een exemplaar van dit verslag werd overgemaakt aan de opvolger van de ver-weerder in de ondernemingsraad en kortelings daarop aan de secretaris van de vakorganisatie van de verweerder.

Op grond van die vaststellingen oordelen zij in hetzelfde arrest dat het bewijs is geleverd dat de eiseres zich ten aanzien van derden onvoorwaardelijk verbond tot herplaatsing van de verweerder, maar niet dat die verbintenis ook werd gedaan aan de verweerder, terwijl het nochtans de werknemer zelf is die voor het verstrij-ken van de termijn zekerheid dient te krijgen dat zijn ontslag werd vernietigd.

4. De appelrechters die aldus oordelen dat de kennisgeving door de werkgever van de aanvaarding van de aanvraag tot reïntegratie binnen de termijn van dertig dagen enkel rechtsgeldig kan gedaan worden aan de werknemer en niet aan de or-ganisatie die de kandidatuur van de werknemer heeft voorgedragen en die de aanvraag tot reïntegratie heeft geformuleerd, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Omvang van cassatie

5. De gedeeltelijke vernietiging van het arrest van 11 maart 2009 dient te wor-den uitgebreid tot het arrest van 9 juni 2010 dat het gevolg ervan is.

Overige grieven

6. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt de bestreden arresten van 11 maart 2009 en 9 juni 2010, behalve in zo-verre het arrest van 11 maart 2009 uitspraak doet over de ontvankelijkheid van het hoger beroep.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest van 11 maart 2009 en van het vernietigde arrest van 9 juni 2010.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Mireille Delange en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 18 juni 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Ontslag

  • Verzoek om reïntegratie

  • Aanvaarding door de werkgever

  • Draagwijdte

  • Bewijs