- Arrest van 20 juni 2012

20/06/2012 - P.12.0251.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Conclusie van advocaat-generaal Vandermeersch.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0251.F

DE PROCUREUR DES KONINGS TE BRUSSEL,

tegen

A. V. G.

Mr. Juan Castiaux, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brussel van 18 november 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft op 25 mei 2012 een conclusie neergelegd op de griffie.

Op de rechtszitting van 30 mei 2012 heeft raadsheer Françoise Roggen verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ambtshalve middel : schending van artikel 216bis Wetboek van Strafvordering

In de versie die op het ogenblik van de feiten toepasselijk was, staat artikel 216bis Wetboek van Strafvordering het verval van de strafvordering toe met name tegen de betaling van een geldsom, op voorstel van het openbaar ministerie, voor elk misdrijf dat strafbaar is hetzij met geldboete, hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaar, hetzij met die beide straffen.

Die procedure is dus toepasselijk in geval van een snelheidsoverschrijding met meer dan dertig kilometer per uur, binnen een bebouwde kom.

De rechtbank heeft eerst geoordeeld dat de snelheidsmeting, vastgesteld door een automatisch werkend toestel waarvan het bewijs van de homologatie niet werd voorgelegd, alleen gold bij wijze van eenvoudige inlichting.

Het vonnis spreekt de verweerder vervolgens vrij op grond dat zijn bekentenis in het door de politie toegezonden standaardformulier "op geen enkel erkend gege-ven berust" en niet in aanmerking kan worden genomen omdat zij dubbelzinnig is. De appelrechters leiden die dubbelzinnigheid af uit het feit dat het voormelde formulier de weggebruiker eveneens vroeg of hij bereid was een minnelijke schikking te aanvaarden, ofschoon de verbaliserende agent heel goed wist dat, door de hoogte van de vastgestelde snelheid, een minnelijke schikking hier niet naar recht in overweging kon worden genomen.

Door alleen op grond daarvan te beslissen om de bekentenis van de verweerder niet in aanmerking te nemen, schendt het vonnis de voormelde wetsbepaling.

Er is geen grond om de middelen van de eiser te onderzoeken daar ze niet kunnen leiden tot cassatie, anders dan in het beschikkend gedeelte gesteld.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Nijvel, zitting houdende in hoger beroep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 20 juni 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Overtreding uitgesloten van het toepassingsgebied van die bepaling

  • Toepassing van de in het Wetboek van Strafvordering bepaalde minnelijke schikking in strafzaken