- Arrest van 21 juni 2012

21/06/2012 - F.11.0133.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De Staat kan enkel in rechte optreden door de tussenkomst van de minister tot wiens bevoegdheden het voorwerp van het geschil hoort; indien de akte van rechtsingang ook de procesvertegenwoordiger vermeldt, ontstaat hierdoor geen onzekerheid over wie in rechte optreedt (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0133.N

BELGISCHE STAAT, Federale overheidsdienst Financiën, administratie van de btw, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de ontvanger van de successierechten, met kantoor te 1000 Brussel, Regentschapstraat 54,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

PENSIOENFONDS BIAC vzw, in vereffening, met zetel te 1030 Brussel

August Reyerslaan 80, Diamant Building,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 26 mei 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 6 februari 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. De verweerster werpt een middel van niet-ontvankelijkheid op: het cassatie-beroep van de Belgische Staat werd ingesteld door de ontvanger der successie-rechten die ter zake niet over de vereiste vertegenwoordigingsbevoegdheid be-schikt.

2. De Staat kan enkel in rechte optreden door de tussenkomst van de minister tot wiens bevoegdheden het voorwerp van het geschil hoort. Indien de akte van rechtsingang ook de procesvertegenwoordiger vermeldt, ontstaat hierdoor geen onzekerheid over wie in rechte optreedt.

3. Het cassatieberoep werd ingesteld door de Belgische Staat "vertegenwoor-digd door de minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat, 12, in de persoon van de ontvanger der successierechten (...)".

4. Anders dan de verweerster aanvoert, laat het cassatieberoep er geen ondui-delijkheid over bestaan dat het werd ingesteld door de minister van Financiën als bevoegd orgaan van de Belgische Staat.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Middel

Ontvankelijkheid

5. De verweerster werpt een grond van niet-ontvankelijkheid van het middel op: het middel heeft geen belang aangezien het oordeel van de appelrechters dat "het geding betrekking (heeft) op de vraag of de (verweerster) al dan niet onder-worpen is aan, of eventueel vrijgesteld is van de taks tot vergoeding van de suc-cessierechten" en "de hamvraag in deze kwestie, die het hof moet beantwoorden, is of de (verweerster) al dan niet als een openbare instelling kan worden beschouwd" waarop de bestreden beslissing eveneens steunt, niet is aangevochten.

6. Anders dan de verweerster aanvoert, geven de appelrechters met deze rede-nen louter omschrijvingen van de kernbetwistingen zonder hierbij enige volledig-heid na te streven.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Gegrondheid

7. De eiser heeft geconcludeerd zoals in het middel is weergegeven. De appel-rechters beantwoorden dit verweer niet.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de interest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 21 juni 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward

Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van afge-vaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Belgische Staat

  • Procesvertegenwoordiging

  • Bevoegde minister

  • Vermelding van de procesvertegenwoordiger van de minister