- Arrest van 22 juni 2012

22/06/2012 - C.11.0493.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
In de regel worden de vorderingen tot betichting van valsheid in burgerlijke zaken op straffe van nietigheid medegedeeld aan het openbaar ministerie.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0493.F

R. D. nv,

Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. C. D.,

2. M. R.,

en in aanwezigheid van

J.-P. D., notaris.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 4 oktober 2010 van het hof van beroep te Luik.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert een middel aan:

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 764, eerste lid, 5°, 780, 1° en 4°, 1042 en 1138, 5°, Gerechtelijk Wetboek

Aangevochten beslissingen

Het arrest verklaart het hoger beroep van de eiseres niet gegrond, bevestigt de beslissing waarbij [de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij] wordt veroordeeld tot betaling van een provisionele euro op de morele en materiële schade van de verweerders en houdt de uitspraak voor het overige aan.

Het arrest dat het hoger beroep van de eiseres niet gegrond verklaart, bevestigt de beslissing waarbij de rechtbank van eerste aanleg

a) de vordering tot betichting van valsheid gegrond verklaard had en bijgevolg het als bijlage bij de authentieke koopakte van 29 juni 1991 gevoegde plan vals had verklaard, had bevolen dat overeenkomstig artikel 904 Gerechtelijk Wetboek op kosten van de eiseres en van [de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij] van het vonnis melding zou worden gemaakt op de kant van de authentieke akte van 29 juni 1991 de inbeslagneming had bevolen van het vals verklaarde stuk, had beslist dat voornoemd stuk, met een kopie van het vonnis door de griffier zou worden toegezonden aan de procureur des Konings, de authentieke akte van 29 juni 1991 waardoor de eigendomsovergang tot stand komt, voor het overige geldig verklaard had, had beslist dat de grenzen van het verkochte goed moeten worden afgebakend aan de hand van het plan dat gevoegd is bij de door de partijen op 2 maart 1991 ondertekende voorlopige koopakte, en had beslist dat de eiseres en [de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij] gehouden zijn tot betaling van de kosten van de verweerders;

b) de tegenvordering waarbij de eiseres vroeg dat de verweerders zouden worden veroordeeld om het bijgebouw naast haar onroerend goed in de vorige staat te herstellen, niet gegrond verklaard had.

Grieven

1. Krachtens artikel 764, eerste lid, 5°, Gerechtelijk Wetboek worden de vorde-ringen tot betichting van valsheid in burgerlijke zaken op straffe van nietigheid meegedeeld aan het openbaar ministerie.

Overeenkomstig artikel 780, 1° en 4°, van dat wetboek bevat het vonnis, op straffe van nietigheid, de naam van de magistraat van het openbaar ministerie die zijn advies heeft gegeven en de vermelding van dat advies.

Die regels zijn krachtens artikel 1042 van voornoemd wetboek eveneens toepasselijk op de rechtsmiddelen.

Artikel 1138, 5°, van voornoemd wetboek bepaalt dat er tegen de beslissingen in laatste aanleg voorziening in cassatie openstaat wegens overtreding van de wet, indien de mededeling aan het openbaar ministerie niet is geschied, in de gevallen waarin de wet die voorschrijft.

2. Het arrest dat uitspraak doet over de door de verweerders ingestelde vordering tot betichting van valsheid in burgerlijke zaken bevat noch de naam van de magistraat van het openbaar ministerie die zijn advies gegeven heeft noch de vermelding van dat advies.

Noch het blad van de zitting van 21 september 2009 waarop de termijnen om conclusies te nemen zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 747 Gerechtelijk Wetboek, noch het blad van de zitting van 13 september 2010 waarop de partijen hun dossier hebben neergelegd, over de zaak hebben gepleit, het debat gesloten is verklaard, de zaak in beraad genomen is en de datum voor de uitspraak van het arrest is vastgesteld op 4 oktober 2010 noch het blad van de zitting van 4 oktober 2010 waarop het arrest is uitgesproken, bevatten die vermeldingen.

De processen-verbaal van de zittingen van 21 september 2009, 13 september 2010 en 4 oktober 2010 bevatten die vermeldingen evenmin.

Aldus blijkt uit geen enkel stuk waarop het Hof vermag acht te slaan dat het openbaar ministerie zijn advies in deze zaak heeft gegeven.

Het arrest schendt bijgevolg de artikelen 764, eerste lid, 5°, 780, 1° en 4°, 1042 en 1138, 5°, Gerechtelijk Wetboek.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het arrest stelt eerst vast dat "de eerste rechter, bij vonnis van 16 januari 2009, waartegen de partijen geen hoger beroep hebben ingesteld, heeft geoordeeld dat de in de artikelen 895 en volgende Gerechtelijk Wetboek bepaalde procedure moest worden gevolgd" en dat "[die] rechter, na afloop van die procedure, het beroepen [...] vonnis waarbij het bij de authentieke koopakte van 29 juni 1991 gevoegde plan vals verklaard wordt, gewezen heeft op 19 juni 2009". Het beslist vervolgens dat voornoemd vonnis "moet worden bevestigd".

Krachtens artikel 764, eerste lid, 5°, Gerechtelijk Wetboek worden de vorderingen tot betichting van valsheid in burgerlijke zaken op straffe van nietigheid medege-deeld aan het openbaar ministerie.

Uit het arrest noch uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat het openbaar ministerie zijn advies heeft gegeven.

Het arrest schendt het bovenvermelde artikel 764, eerste lid, 5°.

Het middel is gegrond.

De eiseres heeft er belang bij dat het arrest bindend zou worden verklaard voor de partij die daartoe voor het Hof opgeroepen is in de zaak.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Verklaart dit arrest bindend voor notaris J.-P. D.

Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, raadsheer Didier Batselé, afdelingsvoorzitter Albert

Fettweis, de raadsheren Sylviane Velu en Alain Simon, en in openbare rechtszit-ting van 22 juni 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezig-heid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier

Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Eric Dirix en over-geschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Mededeling

  • Valsheid in burgerlijke zaken