- Arrest van 28 juni 2012

28/06/2012 - C.11.0362.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
In geval van onteigening te algemenen nutte rusten de verplichting tot onderzoek naar eventuele bodemverontreiniging en de saneringsplicht op de onteigenende overheid en is het de rechter niet toegestaan om bij de bepaling van de onteigeningsvergoeding de te verwachten saneringskosten in mindering te brengen (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0362.N

1. M.P.,

2. M.M.,

in hun hoedanigheid van curatoren, aangesteld bij vonnis van 13 januari 1997 van de rechtbank van koophandel te Dendermonde van het faillissement van de Over-zeese Textielmaatschappij nv,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kan-toor houdende te 1050 Brussel, Villain XIIII-straat, 17, waar de eisers woonplaats kiezen.

tegen

INTERGEMEENTELIJK SAMENWERKINGSVERBAND VAN HET LAND VAN WAAS, publiekrechtelijk rechtspersoon, dienstverlenende vereni-ging ten behoeve van de aangesloten gemeenten, met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Lamstraat 113,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 21 december 2010.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 22 maart 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Artikel 16 Grondwet bepaalt dat iemand slechts tegen een billijke en voor-afgaande schadeloosstelling ten algemenen nutte van zijn eigendom kan worden ontzet.

Om billijk te zijn moet de onteigeningsvergoeding even groot zijn als het bedrag dat moet betaald worden om zich een onroerend goed aan te schaffen van dezelfde waarde als het goed waarvan de onteigende werd ontzet.

2. Krachtens artikel 41, § 1, van het toepasselijke decreet van de Vlaamse Raad van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering (hierna: Bodemsane-ringsdecreet) meldt de overheid die van plan is over te gaan tot onteigening ten algemene nutte dit aan OVAM. Krachtens § 2 van deze bepaling vraagt de in § 1 bedoelde overheid een bodemattest aan betreffende de gronden die ze wil onteigenen.

Artikel 42, § 1, eerste lid, Bodemsaneringsdecreet bepaalt dat er voor de onteige-ning een oriënterend bodemonderzoek moet plaatsvinden, indien de onteigening betrekking heeft op gronden waarop een inrichting gevestigd is, of was of een ac-tiviteit wordt of werd uitgevoerd die opgenomen is op de lijst bedoeld in artikel 3, § 1.

Krachtens het tweede lid van deze bepaling wordt het oriënterend bodemonder-zoek op verzoek van de onteigenende overheid door OVAM uitgevoerd.

Krachtens artikel 42, § 2, Bodemsaneringsdecreet moet geen nieuw onderzoek plaatsvinden indien een oriënterend bodemonderzoek verricht werd binnen een periode van twee jaar voor de onteigening en indien sinds dit onderzoek geen ac-tiviteiten hebben plaatsgevonden die tot een bijkomende bodemverontreiniging kunnen leiden.

Artikel 43, § 1, Bodemsaneringsdecreet bepaalt dat OVAM binnen dertig dagen na de melding of na het oriënterend bodemonderzoek bij de overheid die tot ont-eigening wil overgaan advies uitbrengt over de mogelijke ernst van de bodemver-ontreiniging en over de mogelijke kostprijs van de bodemsanering.

Krachtens § 2 van deze bepaling wordt na de onteigening overgegaan tot bodem-sanering, naargelang van het geval, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 of artikel 30, en worden de kosten verhaald op de aansprakelijke overeenkomstig de artikelen 25 tot 28 of 32.

3. Uit deze bepalingen volgt dat de overheid die van plan is tot onteigening over te gaan, voorafgaandelijk OVAM daarvan inlicht, welke desgevallend over-gaat tot een oriënterend bodemonderzoek en op basis daarvan een advies verstrekt vóór de onteigening over de ernst van de bodemverontreiniging en de mogelijke kostprijs van de bodemsanering en dat de onteigenende overheid na de onteige-ning instaat voor de bodemsanering, waarvan de kosten kunnen worden verhaald op de aansprakelijke overeenkomstig de artikelen 25 tot 28 of 32.

4. Gelet op deze wettelijke regeling rust de verplichting tot onderzoek naar eventuele bodemverontreiniging en de saneringsplicht op de onteigenende over-heid en is het de rechter niet toegestaan om bij de bepaling van de onteigenings-vergoeding de te verwachten saneringskosten in mindering te brengen.

5. Door voor de innemingen 5 en 6 van de onteigeningsvergoeding bij de be-groting van de onteigeningsvergoeding rekening te houden met de geraamde sane-ringskost van de bodemvervuiling, schenden de appelrechters derhalve de aange-voerde wetsbepalingen.

Het middel is gegrond.

Overige grieven

De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden, ze behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de onteigenings-vergoeding voor de innemingen 5 en 6, alsmede over de interesten en de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Dirix, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Koen

Mestdagh, en in openbare rechtszitting van 28 juni 2012 uitgesproken door afde-lingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Bodemverontreiniging

  • Verplichting tot onderzoek

  • Saneringsplicht

  • Gehoudene

  • Onteigeningsvergoeding

  • Omvang

  • Saneringskosten