- Arrest van 21 augustus 2012

21/08/2012 - P.12.1394.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Hoewel een nieuwe, met toepassing van artikel 74/5, § 1, 1°, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen genomen beslissing tot opsluiting, een autonome titel van vrijheidsberoving is, doet het bestaan van een dergelijke beslissing de eerdere titel van vrijheidsberoving waartegen bij de rechterlijke macht beroep is ingesteld, alleen vervallen wanneer van die nieuwe beslissing kennis werd gegeven aan de betrokkene overeenkomstig artikel 62 van de voormelde wet (1). (1) Zie Cass. 3 maart 2010, AR P.10.0272.F, AC 2010, nr. 146. In dat geval had de verweerster een beroep ingediend tegen een op 27 juni 2012, met toepassing van artikel 74/5 Vreemdelingenwet, genomen beslissing tot vasthouding in een welbepaalde plaats. Vervolgens werden twee andere beslissingen tot vasthouding genomen op 2 en 4 juli 2012, maar van de laatste beslissing was haar geen kennis gegeven.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1394.F

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding,

Mr. Elisabeth Derriks, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

N. Z.,

Mr. Papis Tshimpangila Lufuluabo, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 juli 2012.

De eiser voert in een memorie,waarvan een ensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Michel Lemal heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Hoewel een nieuwe, met toepassing van artikel 74/5, § 1, 1°, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vesti-ging en de verwijdering van vreemdelingen genomen beslissing tot opsluiting, een autonome titel van vrijheidsberoving is, doet het bestaan van een dergelijke be-slissing de in het beroep bij de rechterlijke macht bedoelde titel van vrijheidsbero-ving alleen vervallen wanneer van die nieuwe beslissing kennis werd gegeven aan de betrokkene overeenkomstig artikel 62 van de voormelde wet.

Het bestreden arrest dat vaststelt dat van de beslissing van 4 juli 2012 geen kennis was gegeven aan de verweerster, beslist bijgevolg naar recht dat het "oorspronke-lijk verzoek niet zonder voorwerp is geworden door de beslissing van 4 juli 2012".

In zoverre kan het middel niet aangenomen worden.

Voor het overige blijkt uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan dat het beroep van de verweerster gericht is tegen een op 27 juni 2012 met toepassing van artikel 74/5 van de wet van 15 december 1980 genomen beslissing tot opsluiting.

Enerzijds stelt het bestreden arrest vast dat er op 2 juli 2012 een nieuwe beslissing tot opsluiting werd genomen met toepassing van dezelfde wetsbepaling en dat de verweerster verzocht heeft dat haar oorspronkelijk verzoek tot die tweede beslis-sing zou worden uitgebreid, op grond van artikel 807 Gerechtelijk Wetboek.

Krachtens artikel 71, tweede lid, van de wet van 15 december 1980, dient het be-roep van de vreemdeling die met toepassing van artikel 74/5 van die wet vastge-houden wordt in een welbepaalde aan de grens gelegen plaats, tegen die maatregel ingesteld te worden door een verzoekschrift neer te leggen bij de raadkamer van de correctionele rechtbank van de plaats waar hij wordt vastgehouden. Krachtens artikel 72, vierde lid, van dezelfde wet, wordt er gehandeld overeenkomstig de wettelijke bepalingen op de voorlopige hechtenis, behoudens deze betreffende het bevel tot aanhouding, de onderzoeksrechter, het verbod van vrij verkeer, de be-schikking tot gevangenneming, de voorlopige invrijheidstelling of de invrijheid-stelling onder borgtocht en het inzagerecht in het administratief dossier.

Artikel 807 Gerechtelijk Wetboek, op grond waarvan de vordering die voor de rechter aanhangig is, uitgebreid of gewijzigd kan worden, is niet toepasselijk op die procedure, omdat de toepassing van de voormelde artikelen 71, tweede lid, en 72, vierde lid, niet verenigbaar is met de toepassing van die bepaling van het Ge-rechtelijk Wetboek.

Daaruit volgt dat het bestreden arrest niet wettig uitspraak heeft kunnen doen over het beroep tegen de beslissing van 2 juli 2012.

Anderzijds kan de rechter alleen het bestaan maar niet de wettigheid onderzoeken van een nieuwe beslissing die dateert van na de beslissing waartegen de vreemde-ling het beroep heeft ingesteld bepaald in het voormelde artikel, aangezien de pro-cedure zonder voorwerp is geworden door die nieuwe beslissing, die een afzon-derlijke titel uitmaakt die losstaat van de voorgaande beslissing.

Bijgevolg had het arrest, dat vaststelt dat er op 2 juli 2012, met toepassing van ar-tikel 74/5, § 1, 1°, van de wet van 15 december 1980, een nieuwe beslissing tot opsluiting werd genomen, naar recht moeten oordelen dat het beroep tegen de be-slissing van 27 juni 2012 zonder voorwerp is geworden.

Het middel is in zoverre gegrond.

Tweede middel

Het middel dat niet tot een ruimere cassatie kan leiden, behoeft geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het voor recht zegt dat het oor-spronkelijke verzoek niet ingevolge de beslissing van 4 juli 2012 zonder voorwerp is geworden.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van in-beschuldigingstelling, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, te Brussel, door af-delingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Alain Smetryns, Martine Regout, Gustave Steffens en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 21 augustus 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van afgevaardigd griffier Vé-ronique Kosynsky.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Antoine Lievens en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Administratieve maatregel van vrijheidsberoving

  • Beroep bij de rechterlijke macht

  • Nieuwe beslissing tot opsluiting

  • Verval van de vroegere titel van vrijheidsberoving