- Arrest van 4 september 2012

04/09/2012 - P.12.0556.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De kamer van inbeschuldigingstelling kan krachtens de artikelen 189ter en 235ter Wetboek van Strafvordering de regelmatigheid toetsen van een van vóór de wet van 6 januari 2003 betreffende de bijzondere opsporingsmethoden en enige andere onderzoeksmethoden daterende bijzondere opsporingsmethode observatie; die toetsing kan niet geschieden overeenkomstig de door deze wet ingevoerde bepalingen inzake de observatie, maar houdt in dat aan de hand van het strafdossier wordt onderzocht of daadwerkelijk een bijzondere opsporingsmethode observatie werd toegepast en in bevestigend geval of die opsporingsmethode werd uitgevoerd na een voorafgaande machtiging door de gerechtelijke overheid en onder haar toezicht en met inachtneming van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit (1). (1) Gw. H., nr. 22/2008 van 21 feb. 2008, BS 17 april 2008 (tweede uitgave), 20777; Cass. 28 okt. 2008, AR P.08.0706.N, AC 2008, nr. 586 met concl. O.M.; Cass. 10 maart 2009, AR P.09.0061.N, AC 2009, nr. 188; Cass. 9 maart 2010, AR P.09.1871.N, AC 2010, nr. 165.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0556.N

D R alias D W alias C K,

beklaagde,

eiseres,

met als raadsman mr. Hans Rieder, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Recollettenlei 39-40, waar de eiseres woonplaats kiest.

I. RECHSTPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 28 februari 2012.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 189ter en 235ter Wetboek van Strafvordering: de appelrechters achten zich spijts de afwezigheid van een vertrouwelijk dossier ten onrechte bevoegd om de controle te doen van het ge-bruik van een bijzondere opsporingsmethode; die bevoegdheid ratione materiae is beperkt tot de controle van de inhoud van het vertrouwelijk dossier en bij gebrek aan een dergelijk dossier kan de kamer van inbeschuldiginstelling niet bevoegd zijn; het arrest kon dan ook niet oordelen dat er geen sprake is van enige onregel-matigheid of onwettig uitgevoerde observatie.

2. De kamer van inbeschuldigingstelling kan krachtens de artikelen 189ter en 235ter Wetboek van Strafvordering de regelmatigheid toetsen van een van vóór de wet van 6 januari 2003 betreffende de bijzondere opsporingsmethoden en enige andere onderzoeksmethoden (hierna BOM-wet 2003) daterende bijzondere opsporingsmethode observatie. Die toetsing kan niet geschieden overeenkomstig de door de BOM-wet 2003 ingevoerde bepalingen inzake de observatie, maar houdt in dat aan de hand van het strafdossier wordt onderzocht of daadwerkelijk een bijzondere opsporingsmethode observatie werd toegepast en in bevestigend geval of die opsporingsmethode werd uitgevoerd na een voorafgaande machtiging door de gerechtelijke overheid en onder haar toezicht en met inachtneming van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.

3. Het niet-bestaan van een vertrouwelijk dossier met betrekking tot een van vóór de inwerkingtreding van de BOM-wet 2003 daterende bijzondere opspo-ringsmethode observatie verhindert de kamer van inbeschuldigingstelling niet de door artikel 235ter Wetboek van Strafvordering bedoelde controle uit te voeren.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt in zoverre naar recht.

4. De appelrechters oordelen dat het niet-bestaan van een vertrouwelijk dossier met betrekking tot een machtiging tot observatie hen niet onbevoegd maakt om te onderzoeken of uit de gegevens van het aanvankelijk proces-verbaal van 13 mei 1997 en het navolgend proces-verbaal van 29 juni 1998 blijkt dat er gebruik werd gemaakt van de bijzondere opsporingsmethode observatie. Die beslissing is naar recht verantwoord.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 73,59 euro

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 4 september 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzit-ter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Kamer van inbeschuldigingstelling

  • Controle van de bijzondere opsporingsmethoden observatie

  • Artikel 235ter Sv.

  • Draagwijdte

  • Toepassing in de tijd

  • Controle van observatie verricht vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 januari 2003