- Arrest van 4 september 2012

04/09/2012 - P.12.0149.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De enkele omstandigheid dat tegen een politieambtenaar, die krachtens artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet, dat bepaalt dat de overheidspersonen die door de Koning worden aangewezen om toezicht te houden op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, de overtredingen op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten vaststellen door processen-verbaal die bewijskracht hebben zolang het tegendeel niet is bewezen, dergelijke vaststellingen in een proces-verbaal heeft verricht, klacht wordt neergelegd, heeft niet voor gevolg dat daardoor het bewijs van het tegendeel is geleverd en dat het proces-verbaal zijn bijzondere bewijswaarde verliest.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0149.N

C C,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Kris Masson, advocaat bij de balie te Antwerpen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Antwerpen van 16 december 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat het proces-verbaal opgesteld door de bevoegde over-heidspersoon bewijs oplevert zolang het tegendeel niet is bewezen; de eiser heeft klacht ingediend tegen de verbalisant wegens valsheid van dit proces-verbaal; daardoor is de verbalisant betrokken partij; het openbaar ministerie heeft het ver-haal van de verbalisant geloofd, zonder eiser daarover te verhoren en zonder een onderzoek te doen naar de gegrondheid van zijn klacht; het was voor de eiser zeer belangrijk gehoord te kunnen worden met de bijstand van zijn raadsman; ook heeft de verbalisant de eiser belaagd door hem meer dan vijf jaar na de uitspraak, opeenvolgend twee vonnissen van de politierechtbank te betekenen en zich ettelij-ke malen zonder huiszoekingsbevel te begeven in eisers woning en in het voertuig van zijn moeder; de verbalisant heeft eisers moeder niet verhoord over de wijze waarop zij haar voertuig achterliet; aldus is eisers recht op een eerlijk proces mis-kend en is de redelijke termijn overschreden.

2. In zoverre het middel opkomt tegen het optreden van het openbaar ministe-rie en van de politie en het de overschrijding van de redelijke termijn aanvoert, is het niet gericht tegen het bestreden vonnis en is het niet ontvankelijk.

3. Het bestreden vonnis oordeelt dat de eiser tot twee maal toe uitgenodigd werd om gehoord te worden, maar hieraan geen gevolg gaf en dat hij tijdens het debat voor zowel de eerste rechter als voor de appelrechters uitvoerig de moge-lijkheid kreeg om tegenspraak te voeren zodat zijn recht van verdediging niet miskend werd. Die beslissing, waardoor de appelrechters ook te kennen geven dat het recht op een eerlijk proces niet is miskend, is naar recht verantwoord.

In zoverre kan het middel niet aangenomen worden.

4. Artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat de overheidspersonen die door de Koning worden aangewezen om toezicht te houden op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, de overtredingen vaststellen door proces-sen-verbaal die bewijskracht hebben zolang het tegendeel niet is bewezen.

De enkele omstandigheid dat tegen een politieambtenaar die dergelijke vaststel-lingen in een proces-verbaal heeft verricht, klacht wordt neergelegd, heeft niet voor gevolg dat daardoor het bewijs van het tegendeel is geleverd en dat het pro-ces-verbaal zijn bijzondere bewijswaarde verliest.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

5. Voor het overige komt het middel op tegen de beoordeling van de feiten door de rechter of verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Tweede middel

6. Het middel voert schending aan van artikel 8 EVRM, artikel 89bis en vol-gende Wetboek van Strafvordering en artikel 29 Wet Politieambt, alsmede een motiveringsgebrek: de politieambtenaar heeft zich zonder geldige reden toegang verschaft tot eisers woning en tot het voertuig van zijn moeder; het bestreden vonnis beantwoordt eisers desbetreffende verweer niet.

7. In zoverre het middel opkomt tegen het optreden van de politieambtenaar, is het niet gericht tegen het bestreden vonnis en is het niet ontvankelijk.

8. Uit het bedoelde verweer heeft de eiser geen gevolg getrokken met betrek-king tot de ontvankelijkheid van de strafvordering of tot het al dan niet bewezen zijn van de ten laste gelegde feiten. Het bestreden vonnis hoefde bijgevolg dat doelloos verweer niet te beantwoorden.

In zoverre kan het middel niet aangenomen worden.

Derde middel

9. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden vonnis oordeelt dat de bewijswaarde van het proces-verbaal van vaststelling door-slaggevend is en dat de eiser slechts loutere beweringen doet; deze redenen zijn zeer gebrekkig; bovendien antwoordt het bestreden vonnis niet op eisers verweer betreffende het doorzoeken van het voertuig van de moeder van de eiser, de on-schendbaarheid van de woning en het gebrek aan motivering van het beroepen vonnis.

10. Het bestreden vonnis bevestigt het beroepen vonnis op grond van eigen re-denen. Het feit dat het niet antwoordt op het verweer dat het beroepen vonnis niet of gebrekkig gemotiveerd is, kan de eiser derhalve niet grieven.

In zoverre is het middel bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

11. In zoverre het middel een gebrek aan antwoord op eisers verweer over het doorzoeken van het voertuig en de onschendbaarheid van de woning aanvoert, heeft het dezelfde strekking als het tweede middel en kan het op grond van het daarop gegeven antwoord niet aangenomen worden.

12. Het feit dat een antwoord op een verweer kort is, houdt geen afwezigheid van motivering in.

In zoverre het middel uitgaat van het tegendeel, faalt het naar recht.

13. In zoverre het middel aanvoert dat de eiser klacht heeft ingediend tegen de verbaliserende overheid, voert het formeel een motiveringsgebrek aan, maar ver-plicht het in werkelijkheid tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet be-voegd is.

In zoverre is het middel evenmin ontvankelijk.

Vierde middel

14. Het middel voert schending aan van de artikelen 29, § 2, en 48.1 Wegver-keerswet en de artikelen 8.5, eerste lid, en 32bis Wegverkeersreglement: het be-streden vonnis meent te kunnen voortgaan op het proces-verbaal van vaststelling; nochtans heeft de eiser tegen de verbaliserende overheid klacht neergelegd zonder dat er duidelijkheid is over het onderzoek daarvan; eisers moeder werd niet ge-hoord over het parkeren en het achterlaten van het voertuig; er is ten minste twijfel en het is niet bewezen dat de eiser tekortgeschoten is aan een der vermelde be-palingen.

15. Het middel komt volledig op tegen de beoordeling van de feiten door de rechter of verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is.

Het middel is niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 61,05 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 4 september 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzit-ter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet

  • Bewijskracht tot het tegendeel bewezen is

  • Proces-verbaal van vaststelling van overtreding

  • Klacht tegen de verbalisant