- Arrest van 5 september 2012

05/09/2012 - P.12.0418.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Indien de onregelmatigheid bewezen is van het verhoor van een verdachte dat zonder bijstand van een advocaat is afgenomen en die beklaagde zowel de daar afgelegde bekentenis als de daar gedane aangifte betwist, kan de feitenrechter, die geen gebruik mag maken van het verhoor om de persoon te veroordelen die het heeft ondergaan, dat evenmin aanwenden om de personen te veroordelen die door de ingetrokken aangifte in het geding zijn betrokken (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2012, nr. …


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0418.F

I. P. H.,

Mrs. Raf Verstraeten en François Koning, advocaten bij de balie te Brussel,

tegen

HOGE RAAD VAN DE ORDE DER DIERENARTSEN,

II. P. L.,

Mrs. Raf Verstraeten en François Koning, advocaten bij de balie te Brussel,

III. L. P. bvba,

Mrs. Raf Verstraeten en Koen Geens, advocaten bij de balie te Brussel,

tegen

1. HOGE RAAD VAN DE ORDE DER DIERENARTSEN,

2. UNION PROFESSIONNELLE VETERINAIRE vzw.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, correctionele kamer, van 7 februari 2012.

De eiser P. H. voert twee middelen aan en de eisers P. L. en de vennootschap L. P. voeren elk vier middelen aan in drie memories die aan dit arrest zijn gehecht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft op 30 augustus 2012 een con-clusie neergelegd op de griffie van het Hof.

Op de rechtszitting van 5 september 2012 heeft afdelingsvoorzitter Frédéric Close verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep van P. H.

Tweede middel

Het arrest wordt verweten dat het de eiser, gedaagde op burgerlijk gebied, veroor-deelt op grond van zelfbeschuldigende verklaringen die hij tijdens zijn vrijheids-beroving heeft afgelegd, zonder bijstand van een advocaat.

Het recht op een eerlijk proces, dat is vastgelegd in artikel 6.1 EVRM, houdt in dat de aangehouden of ter beschikking van het gerecht gestelde persoon daadwer-kelijk wordt bijgestaan door een advocaat tijdens het verhoor door de politie, dat wordt afgenomen binnen vierentwintig uren na zijn vrijheidsberoving, tenzij wordt aangetoond, in het licht van de bijzondere omstandigheden van de zaak, dat er dwingende redenen zijn om dat recht te beperken.

Daaruit volgt dat de strafrechter geen bewijs tegen de verhoorde persoon mag put-ten uit een verhoor dat in dat opzicht onregelmatig is.

Het arrest, dat vaststelt dat de aanvankelijke verklaringen van de eiser P. H., zon-der bijstand van een advocaat waren afgenomen, oordeelt vervolgens dat die ver-klaringen, ander bewijsmateriaal dat regelmatig is verkregen, kunnen bevestigen. Het steunt vervolgens op die verklaringen, hetzij om verdere vaststellingen door de politie of andere verklaringen te bevestigen, hetzij om de verklaringen van me-debeklaagden als ongeloofwaardig af te wijzen.

Door hiermee rekening te houden schendt het arrest artikel 6 van het Verdrag.

Het middel is wat dat betreft gegrond.

B. Cassatieberoepen van P. L. en van de bvba L. P.

1. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de veroordelende beslis-singen op de tegen de eisers ingestelde strafvordering

Derde middel van de eisers

De eisers verwijten het arrest dat het rekening houdt met de verklaringen die P. H. tegen hen heeft afgelegd, hoewel die onregelmatig zijn om de reeds door P.H. uit-eengezette reden.

Zoals hierboven gezegd kan de afwezigheid van een advocaat bij de verhoren die tijdens de vrijheidsberoving zijn afgenomen, het eerlijke karakter in het gedrang brengen van het proces dat gevoerd wordt tegen de persoon wiens onregelmatige zelfbeschuldigende verklaringen gebruikt worden om hem te veroordelen.

Wanneer diezelfde persoon evenwel, nog steeds zonder advocaat in deze fase van de rechtspleging, verklaringen aflegt die ook derden beschuldigen, is het aldus te-gen hen verkregen bewijs op zich niet onregelmatig. De verdachte treedt dan al-leen op als een getuige wiens verklaring, om te worden aangenomen, niet in het bijzijn van een raadsman hoeft te worden afgelegd.

Dit geldt evenwel niet wanneer de beklaagde zichzelf heeft beschuldigd en zijn mededaders heeft aangegeven in één en dezelfde onregelmatige verklaring, waar-op hij nadien is teruggekomen.

Indien de onregelmatigheid wegens afwezigheid van een advocaat bewezen is en die beklaagde zowel de bekentenis als de aangifte betwist, kan de feitenrechter, die geen gebruik mag maken van het verhoor om de persoon te veroordelen die het heeft ondergaan, dit evenmin aanwenden om de personen te veroordelen die door de ingetrokken aangifte in de zaak zijn betrokken.

De in het middel bedoelde verklaringen worden door het bestreden arrest in aan-merking genomen om te besluiten dat zowel de strafvordering tegen P. L. en diens vennootschap als de burgerlijke rechtsvordering tegen P. H. gegrond zijn.

De aldus gemotiveerde strafrechtelijke veroordelingen schenden het voormelde artikel 6.

Het middel is in zoverre gegrond.

De overige middelen van de eisers die niet tot cassatie zonder verwijzing kunnen leiden, behoeven geen antwoord.

2. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de beslissingen op de burgerlijke rechtsvorderingen van de verweerders

De hierna op de onbeperkte cassatieberoepen van de eisers, beklaagden, uit te spreken vernietiging van de beslissingen op de tegen hen ingestelde strafvorde-ring, brengt de vernietiging mee van de beslissingen op tegen hen ingestelde bur-gerlijke rechtsvorderingen die op dezelfde onwettigheid zijn gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de tegen P. L. en de vennootschap L. P. ingestelde strafvordering, behoudens in zoverre het hen vrijspreekt.

Vernietigt het arrest in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvorde-ringen tegen de drie eisers.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de Hoge Raad van de Orde der dierenartsen tot de kosten van het cassatieberoep van de eerste eiser en tot een vierde van de kosten van de cassatieberoepen van de twee andere eisers.

Veroordeelt de Union professionnelle vétérinaire tot een vierde van de kosten van de cassatieberoepen van de tweede en de derde eiser en laat de overige helft ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 5 september 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Verhoor van een verdachte tijdens vrijheidsberoving

  • Bijstand van de advocaat

  • Onregelmatig verhoor wegens afwezigheid van de advocaat

  • Gevolg

  • Verklaringen die medebeklaagden beschuldigen

  • Betwisting achteraf van de bekentenis en de aangifte

  • Inaanmerkingneming van het verhoor als bewijs