- Arrest van 10 september 2012

10/09/2012 - C.10.0636.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het feit dat het contract, krachtens hetwelk een van de partijen een zaak aan de andere afgeeft om gebruik ervan te maken, geen termijn bepaalt, belet op zich niet dat de nemer gehouden is die zaak terug te geven en dat het contract dus als bruikleen moet worden beschouwd.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0636.F

W. D.,

Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

I. H.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

ten aanzien van

F. B.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 21 april 2010 gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Bergen.

Bij beschikking van 20 augustus 2012 heeft de eerste voorzitter van het Hof de zaak verwezen naar de derde kamer

Raadsheer Sylviane Velu heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan:

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

Volgens artikel 1875 van het Burgerlijk Wetboek is bruiklening of commodaat een contract waarbij de ene partij aan de andere een zaak afgeeft om daarvan gebruik te maken, onder verplichting voor degene die de zaak ontvangt, die terug te geven na daarvan gebruik te hebben gemaakt.

Het enkele feit dat het contract, krachtens hetwelk een van de partijen een zaak aan de andere afgeeft om er gebruik van te maken, geen termijn bepaalt, belet niet dat de ontvanger gehouden is die zaak terug te geven en dat het contract dus als bruikleen moet worden beschouwd.

Het bestreden vonnis stelt vast dat de eiser en de verweerster, toen ze samenleef-den, "samen een pand [...] hebben gekocht waarbij [de eerste] het volledige vruchtgebruik ervan verwierf en [de tweede] de volledige naakte eigendom", en dat de eiser "onherroepelijk beslist heeft, middels een dading" dat de verweerster in de toekomst dat pand "[mocht en zou mogen] betrekken en er om het even wel-ke andere persoon naar wens mocht toelaten en dit ten kosteloze titel en voor on-bepaalde duur."

Het bestreden vonnis omschrijft die overeenkomst als een contract "sui generis" "van kosteloze bewoning voor onbepaalde duur" en "sluit aldus bruikleen uit, enkel op grond van de overweging dat die overeenkomst" "in een bewoning voor onbepaalde duur voorziet, terwijl bruikleen een teruggave van de geleende zaak veronderstelt."

Het vonnis verantwoordt aldus zijn beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Omvang van het cassatieberoep

De vernietiging van de beslissing die uitspraak doet over de hoofdvordering en de tegenvordering strekt zich uit tot de beslissing over de nieuwe vordering van de eiser tot betaling van een bewoningsvergoeding omdat het bestreden vonnis heeft vastgesteld dat die beslissingen met elkaar verbonden zijn.

Overige grieven

Het tweede onderdeel, dat niet tot ruimere cassatie kan leiden, hoeft niet te wor-den onderzocht.

Over de vordering tot bindendverklaring van het arrest

De eiser heeft er belang bij dat dit arrest bindend wordt verklaard aan de partij die daartoe in de zaak voor het Hof is opgeroepen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre dat het principaal beroep ontvankelijk verklaart en uitspraak doet over de hoofdvordering en de tegenvordering, over de nieuwe vordering van de eiser tot betaling van een bewoningsvergoeding en over de kosten.

Verklaart dit arrest bindend aan F.B..

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis;

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over;

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Doornik, zitting houdende in hoger beroep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Sylviane Velu, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 10 september 2012 uitge-sproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overgeschre-ven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Bruiklening of commodaat

  • Geen termijn bepaald

  • Verplichting tot teruggave