- Arrest van 12 september 2012

12/09/2012 - P.12.0544.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het recht op een eerlijke behandeling van de zaak houdt in dat de beslissing op de strafvordering, met inbegrip van de beslissing die daaraan een einde stelt bij de regeling van de rechtspleging, de voornaamste redenen tot staving van die beslissing vermeldt; motivering, wat eigen is aan een eerlijke behandeling van de zaak, is ook bij ontstentenis van een conclusie vereist (1). (1) Zie Cass. 8 juni 2011, AR P.11.0570.F, AC 2011, nr. 391, met concl. adv.-gen. Vandermeersch, J.T., 2011, p. 491; Cass. 16 mei 2012, AR P.12.0112.F, AC 2012, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0544.F

O. D.,

tegen

1. Ph. H.,

2. S. N.,

3. L. V.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 10 februari 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. FEITEN

De eiser werd vervolgd wegens opzettelijke slagen en verwondingen aan de derde verweerder.

Op 13 februari 2009, dus vooraleer definitief over die feiten uitspraak was gedaan, heeft de eiser zich burgerlijke partij gesteld voor de onderzoeksrechter te Charleroi, tegen de derde verweerder wegens laster en tegen de eerste twee wegens valse getuigenis. De onderzoeksrechter heeft die klacht nog dezelfde dag meegedeeld aan het parket, teneinde te vorderen zoals het behoort.

In zijn arrest van 16 maart 2009 heeft het hof van beroep te Bergen de veroorde-ling van de eiser wegens slagen bevestigd.

Op 30 maart 2009 heeft de procureur des Koning de buitenvervolgingstelling van de drie verweerders gevorderd.

De eiser heeft op 7 mei 2009 op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Charleroi een verzoekschrift neergelegd, waarin met name verzocht wordt dat de personen tegen wie hij zich burgerlijke partij had gesteld, verhoord zouden wor-den.

De onderzoeksmagistraat heeft op 12 mei 2009 een beschikking gewezen waarbij dit verzoekschrift wordt afgewezen op grond dat de maatregel niet noodzakelijk was om de waarheid aan het licht te brengen.

De kamer van inbeschuldigingstelling te Bergen, waar het hoger beroep van de ei-ser aanhangig is gemaakt, heeft op 3 december 2010 die beschikking tot verwer-ping bevestigd, door te oordelen dat de gevorderde onderzoeksverrichtingen niet noodzakelijk waren omdat de eiser bij eindbeslissing schuldig was verklaard aan slagen die hij aan de derde verweerder had toegebracht.

De raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te Charleroi heeft op 30 sep-tember 2011 een beschikking gewezen volgens welke er geen grond is om de drie verweerders te vervolgen wegens valse getuigenis en laster.

De eiser heeft tegen die beschikking tot buitenvervolgingstelling hoger beroep in-gesteld.

Het bestreden arrest bevestigt de bestreden beslissing.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Het recht op een eerlijke behandeling van de zaak, als gewaarborgd bij artikel 6.1 EVRM, houdt in dat de beslissing op de strafvordering, met inbegrip van de be-slissing die daaraan een einde stelt op het ogenblik van de regeling van de rechts-pleging, de voornaamste redenen tot staving van die beslissing vermeldt.

De motivering, die eigen is aan een eerlijke behandeling van de zaak, is ook bij ontstentenis van een conclusie vereist.

Het bestreden arrest bevestigt de buitenvervolgingstelling, met als enige grond dat er niet voldoende aanwijzingen van schuld bestaan en dat de door de onderzoeks-magistraat bevolen onderzoeken voldoende en volledig blijken te zijn.

Terwijl de buitenvervolgingstelling een einde stelt aan de rechtspleging die door de burgerlijke partij is ingesteld, stellen de voormelde algemene overwegingen de burgerlijke partij niet in staat de redenen te kennen die de kamer van inbeschuldi-gingstelling ertoe gebracht hebben om, in navolging van de eerste rechter, meteen te besluiten dat de klacht niet gegrond en haar onderzoek nutteloos is.

Zoals het arrest gemotiveerd is, beantwoordt het niet aan de vereisten van een eer-lijke behandeling van de zaak, in de uitlegging die het Europees Hof van de Rech-ten van de Mens aan artikel 6 van het Verdrag geeft.

In zoverre is het middel gegrond.

Aangezien de uitgesproken vernietiging totaal is, is er geen grond om uitspraak te doen over het tweede middel, dat geen ander ander resultaat kan hebben.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Bergen, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 12 september 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en over-geschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Regeling van de rechtspleging

  • Beslissing die een einde stelt aan de strafvordering

  • Recht op een eerlijke behandeling van de zaak

  • Geen conclusie

  • Motiveringsplicht