- Arrest van 14 september 2012

14/09/2012 - C.11.0450.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De artikelen 4 en 5 Vervoerwet gelden ook ten aanzien van personenvervoer in openbare dienst (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0450.N

1. F.K.,

2. S.M.,

beiden in eigen naam en als ouders, wettelijke vertegenwoordigers en bestuurders over de persoon en de goederen van hun kinderen (...) en (...),

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ DE LIJN OI, met zetel te 2800 Mechelen, Motstraat 20, die woonplaats heeft gekozen bij gerechtsdeurwaarder mr. Guy Hemelaer, met kantoor te 2000 Antwerpen, Oudaan 15,

verweerster,

mede inzake van

AMLIN CORPORATE INSURANCE nv, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koning Albert II-laan 9,

partij opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 4 oktober 2010

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft op 5 juli 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Artikel 4 Vervoerwet bepaalt dat de vervoerder aansprakelijk is voor onge-vallen aan reizigers overkomen, tenzij hij bewijst dat de beschadiging, het verlies of het ongeval het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend.

Artikel 5 Vervoerwet bepaalt dat de vervoerder tot vrijwaring is gehouden voor de daden van de commissionair of van de tussenpersoon-vervoerder aan wie hij het vervoer toevertrouwt.

Deze bepalingen gelden ook ten aanzien van personenvervoer in openbare dienst.

2. Door de toepassing van de artikelen 4 en 5 Vervoerwet uit te sluiten in het raam van de openbare dienstverstrekking door de verweerster, schendt het vonnis de aangevoerde wetsbepalingen.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

3. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de vorderingen van de eisers tegen de verweerster ongegrond verklaart en hen veroordeelt tot de kosten.

Verklaart dit arrest bindend voor de tot bindendverklaring opgeroepen partij.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout, rechtszitting houdende in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 14 september 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Openbare dienst

  • Vervoerwet

  • Gelding