- Arrest van 14 september 2012

14/09/2012 - C.11.0619.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De uitkering waarop de echtgenoot die de echtscheiding heeft verkregen, aanspraak kan maken, moet in de regel worden vastgesteld naar de inkomsten van de partijen op het tijdstip van de overschrijving van de echtscheiding (1); zo de rechter ook rekening moet houden met de wijzigingen die zich in de bestaansmiddelen van de uitkeringsgerechtigde hebben voorgedaan tussen de uitspraak van de echtscheiding en de over de uitkering te wijzen beslissing, zelfs al betreft het geen aanzienlijke of ingrijpende wijzigingen (2), moet hij geen rekening houden met toekomstige en onzekere wijzigingen in de bestaansmiddelen van de uitkeringsgerechtigde (3). (1) Cass. 11 juni 1992, AR 9365, AC 1991-92, nr. 535. (2) Cass. 26 mei 2006, AR C.05.0090.F, AC 2006, nr. 291. (3) Artikel 301, § 1 Burgerlijk Wetboek, zoals van toepassing voor zijn wijziging door de wet van 27 april 2007 betreffende de hervorming van de echtscheiding.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0619.N

F.C.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Michèle Gregoire, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/3b, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

P.S.,

verweerster,

die rechtsbijstand geniet bij beslissing van het bureau voor rechtsbijstand van het Hof van 2 november 2011, nr. G.11.0241.N.

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 27 april 2011.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. De appelrechters verwijzen ter rechtvaardiging van hun oordeel over de de-volutieve werking niet naar een conclusie van de eiser, maar wel naar een conclusie van de verweerster van 30 november 2004.

2. Het onderdeel berust op een verkeerde lezing van het arrest en mist mitsdien feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

3. De appelrechters oordelen dat de eiser in zijn syntheseconclusie ten onrechte verwijst naar zijn vorige conclusies en stelt dat deze als volledig hernomen dienen te worden beschouwd, aangezien zij in toepassing van artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek slechts rekening kunnen houden met wat in de syntheseconclusies is vermeld.

Zij geven daarmee enkel te kennen dat zij slechts gehouden zijn te antwoorden op de syntheseconclusie van de eiser.

4. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de appelrechters oordelen dat het hen verboden is rekening te houden met de eerdere conclusies van de eiser, berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist mitsdien feitelijke grondslag.

Tweede middel

Eerste onderdeel

5. Krachtens artikel 301, § 1, Burgerlijk Wetboek, zoals hier van toepassing, kan de rechtbank aan de echtgenoot die de echtscheiding heeft verkregen, uit de goederen en de inkomsten van de andere echtgenoot, een uitkering toekennen die, rekening houdend met zijn inkomsten en mogelijkheden, hem in staat kan stellen in zijn bestaan te voorzien op een gelijkwaardige wijze als tijdens het samenleven.

Artikel 301, § 3, tweede lid, Burgerlijk Wetboek, zoals hier van toepassing, be-paalt dat indien de toestand van de uitkeringsgerechtigde een ingrijpende wijzi-ging heeft ondergaan zodat het bedrag van de uitkering niet meer verantwoord is, de rechtbank de uitkering kan verminderen of opheffen.

6. De uitkering waarop de echtgenoot die de echtscheiding heeft verkregen, aanspraak kan maken, moet in de regel worden vastgesteld naar de inkomsten van de partijen op het tijdstip van de overschrijving van de echtscheiding.

Zo de rechter ook rekening moet houden met de wijzigingen die zich in de be-staansmiddelen van de uitkeringsgerechtigde hebben voorgedaan tussen de uit-spraak van de echtscheiding en de over de uitkering te wijzen beslissing, zelfs al betreft het geen aanzienlijke of ingrijpende wijzigingen, moet hij geen rekening houden met toekomstige en onzekere wijzigingen in de bestaansmiddelen van de uitkeringsgerechtigde.

7. De appelrechters oordelen met betrekking tot de uitkering na echtscheiding dat het bedrag dient te worden bepaald op grond van de inkomsten en middelen van de voormalige echtgenoten en van de mogelijkheden van de uitkeringsgerech-tigde ten tijde van de voltrekking van de echtscheiding.

Ze oordelen verder dat met de gelden die de verweerster mogelijk nog zal ontvan-gen uit de vereffening-verdeling vooralsnog geen rekening kan worden gehouden gezien deze nog niet beschikbaar zijn en de gerechtigheden van de verweerster in de staat van vereffening, gelet op de aan de gang zijnde procedure van zwarighe-den, geenszins vaststaan.

8. Door aldus te oordelen, schenden de appelrechters voormeld artikel 301, § 1, Burgerlijk Wetboek niet.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

9. Met hun in r.o. 7 weergegeven oordeel beantwoorden de appelrechters het in het onderdeel bedoelde verweer.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Derde onderdeel

10. Het onderdeel voert aan dat de appelrechters aan de verweerster een uitke-ring na echtscheiding toekennen die manifest het bedrag overschrijdt dat nodig is om haar in staat te stellen in haar bestaan te voorzien op een gelijkwaardige wijze als tijdens het samenleven.

11. Het onderdeel dat het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten, is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 800,88 euro en voor de verweerster op 84,69 in debet.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 14 september 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Uitkering na echtscheiding

  • Vaststelling

  • Ingrijpende wijziging in de bestaansmiddelen van de uitkeringsgerechtigde echtgenoot

  • Criteria