- Arrest van 21 september 2012

21/09/2012 - C.11.0636.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Voertuigen waarvan de algemene bestemming niet het goederenvervoer over de weg is, zijn niet onderworpen aan het eurovignet; voertuigen die te beschouwen zijn als een voertuig-werktuigmachine, zoals voertuigen waarop een hoogtewerker vast is gemonteerd, zijn bijgevolg niet aan het eurovignet onderworpen (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0636.N

MAES HOOGWERKERS nv, met zetel te 3580 Beringen, Beverlosesteenweg 100,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kan-toor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, voor wie optreedt de gewestelijk directeur der directe belastingen Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43,

verweerder,

2. VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de per-soon van de minister-president, voor wie optreedt de Vlaamse minister bevoegd voor Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, met kantoor te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koning Albert II-laan 19, op vervolging en benaarsti-ging van de Vlaamse belastingsdienst, met kantoor te 9300 Aalst, Bauwensplaats 13, bus 1,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 4 januari 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 14 maart 2012 een schriftelijke conclusie neer-gelegd.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert navolgend middel aan.

Geschonden wetsbepalingen

- de artikelen 1, 2, 3 en 5, 2°, van de wet van 27 december 1994 tot goedkeuring van het Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een eurovignet overeenkomst Richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993 (hierna genoemd de wet van 27 december 1994 tot invoering van een eurovignet), zoals van kracht voor de wijziging ervan bij decreten van 9 juli en 23 december 2010;

- artikel 2, 1°, van het Verdrag van 9 februari 1994 inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 door de regering van Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en tot invoering van een eurovignet overeenkomstig Richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993, goedgekeurd bij wet van 27 december 1994;

- artikel 2, vierde streepje van Richtlijn nr. 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993.

Bestreden beslissing

De appelrechters verklaren de vordering van eiseres die ertoe strekte het bezwaarschrift van 14 juni 2004 ontvankelijk en gegrond te verklaren en de taxatie uit hoofde van het eurovignet ten laste van het voertuig met nummerplaat HQB 537, zoals vereffend ten bedrage van 1.250,00 euro, verhoogd met een boete van 250,00 euro, te ontheffen c.q. te vernietigen en de Belgische Staat te veroordelen tot terugbetaling van alle ten onrechte geïnde bedragen, te verhogen met de moratoire interesten en tot de kosten van het geding, ongegrond, op grond van de volgende motieven:

"2.2. - Ten gronde

2.2.1. - Artikel 2 van de wet van 27 december 1994 tot goedkeuring van het Verdrag in-zake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994, bepaalt dat er voor het gebruik van het wegennet door zware vrachtwagens een recht voor gebruik van het wegennet wordt geheven, een met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belasting "eurovignet" genaamd.

Krachtens artikel 3 van deze wet zijn aan het eurovignet onderworpen de motorvoertui-gen en de samengestelde voertuigen uitsluitend bestemd voor het vervoer van goederen over de weg, waarvan de maximaal toegelaten massa ten minste 12 ton bedraagt.

Volgens artikel 5 van de wet van 27 december 1994 zijn van het eurovignet vrijgesteld:

1° de voertuigen uitsluitend bestemd voor de landsverdediging, voor de diensten van de burgerbescherming en de rampeninterventie, voor de brandweerdiensten en andere hulpdiensten, voor de diensten die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van de openbare orde en voor de diensten voor onderhoud en beheer van de wegen en die als zodanig geïdentificeerd zijn;

2° de voertuigen die in België ingeschreven zijn en slechts af en toe op de openbare weg in België rijden en die worden gebruikt door natuurlijke of rechtspersonen die het goederenvervoer niet als hoofdactiviteit hebben, mits het vervoer dat met deze voertuigen plaatsvindt tot het Belgisch grondgebied beperkt is.

2.2.2. - De belastingadministratie neemt aan dat een voertuig, om belastbaar te zijn, uitsluitend moet bestemd zijn voor het vervoer van goederen over de weg, waarbij onder "vervoer van goederen" wordt verstaan "elk vervoer van goederen of zaken dat, in principe, een lading of een lossing van de inhoud van het voertuig impliceert". Op grond van deze principes neemt de administratie aan dat bepaalde voertuigen aan de grondvereisten niet voldoen en derhalve buiten het toepassingsgebied van het eurovignet vallen. Dit is o.a. het geval voor de werktuigmachines, waarmee bedoeld wordt de kranen, de liften, de mechanische opladers, de bulldozers, de takelauto's - hefkranen, de mallejannen, de werkhuis - aanhangwagens, de werfketen, enz. ... Met voertuigen - werktuigmachines worden gelijkgesteld de alleen rijdende vrachtwagens, en de samengestelde voertuigen (tractoren + opleggers, vrachtwagens + aan-hangwagens) die uitsluitend dienen om werktuigmachines te vervoeren of voertuigen - werktuigmachines samen met de bijhorigheden die onmisbaar zijn voor hun werking. Van zodra evenwel het voertuig (voertuig - werktuigmachine, vrachtauto, samenstel van voertuigen) aangewend wordt voor het vervoer van goederen of om het even welke voorwerpen, is het belastbaar aan het tarief verschuldigd voor het totaal van zijn assen.

2.2.3. - [Eiseres] is een firma gespecialiseerd in het ter beschikking stellen van hoogte-werkers voor diverse doeleinden.

Op het kwestieuze voertuig Mercedes is een hoogtewerker vast gemonteerd. Het wordt niet betwist dat dit voertuig dient beschouwd te worden als een voertuig - werktuigmachine. Dit voertuig rijdt in het kader van de verhuuractiviteiten van [eiseres] regelmatig op de openbare weg. Het voertuig van [eiseres] wordt ingezet voor het vervoer van haar eigen machine, dienstig voor verhuur. Het vervoer van het door [eiseres] verhuurd materiaal is volledig vreemd aan de uitvoering van de werken, waarbij het werktuig of de voertuig - werktuigmachines door de huurder worden gebruikt. Het is daarbij niet relevant of het verhuurd materiaal al dan niet eigendom is van [eiseres]. Het gaat aldus om een louter vervoer van goederen onderworpen aan het eurovignet.

Het voertuig van [eiseres] voldoet bijgevolg niet aan de voorwaarden van artikel 5 van de wet van 27 december 1994 om van het eurovignet te kunnen worden vrijgesteld.

2.3. - Besluit.

(...)

De vordering van [eiseres] ingeleid bij de rechtbank van eerste aanleg bij verzoekschrift van 30 april 2007 en aldaar bekend onder AR 07/1048/A is weliswaar toelaatbaar, doch ongegrond. Het bestreden vonnis dient op dit punt hervormd te worden" (bestreden ar-rest, blz. 12 en 13).

Grieven

Eerste onderdeel

Krachtens artikel 2 van de wet van 27 december 1994 tot invoering van een eurovignet wordt er een recht voor gebruik van het wegennet geheven, een met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belasting, hierna te noemen "eurovignet".

Krachtens artikel 3 van deze wet zijn aan het eurovignet onderworpen, de motorvoertui-gen en de samengestelde voertuigen uitsluitend bestemd voor het vervoer van goederen over de weg, waarvan de maximaal toegelaten massa tenminste 12 ton bedraagt.

Het krachtens artikel 1 van voormelde wet van 27 december 1994 tot invoering van een eurovignet toepasselijke artikel 2 van het Verdrag van 9 februari 1994 tot invoering van een eurovignet bepaalt dat de begripsbepalingen van artikel 2 van de Richtlijn nr. 93/89/EEG van toepassing zijn op dit verdrag.

Artikel 2, vierde streepje, van de Richtlijn 93/89/EEG bepaalt dat voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder "voertuig": een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen dat uitsluitend bestemd is voor het goederenvervoer over de weg en waarvan het maximum toegestane totaalgewicht tenminste 12 ton bedraagt. Met vervoer wordt bedoeld het overbrengen van de ene naar de andere plaats van goederen en veronderstelt noodzakelijkerwijze dat de goederen geladen en gelost kunnen worden.

Voormelde richtlijn heeft tot doel concurrentieverstoringen tussen de vervoersonderne-mingen van de lidstaten op te heffen door geleidelijke harmonisatie van de heffingstelsels en de invoering van rechtvaardige mechanismen voor de toerekening van de infrastructuurkosten aan de vervoerondernemers. Hieruit volgt dat slechts voertuigen worden getroffen die, gelet op hun kenmerkende eigenschappen, bestemd zijn om regelmatig en duurzaam en niet slechts af en toe, aan de mededinging op het gebied van het vervoer deel te nemen.

In zijn arrest van 28 oktober 1999, C-193/98 oordeelde het Hof van Justitie dat om uit te maken of een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen uitsluitend bestemd is voor goederenvervoer over de weg in de zin van artikel 2, vierde streepje, van de Richtlijn nr. 93/89/EEG, de algemene bestemming van het voertuig in aanmerking moet genomen worden, ongeacht het gebruik dat er in een bepaald geval van kan worden gemaakt.

Relevant voor de kwalificatie als voertuig in de zin van de artikelen 2 en 3 van de wet van 27 december 1994 en van artikel 2, vierde streepje, van de Richtlijn 93/89/EEG zijn derhalve de karakteristieken en de bestemming van het voertuig zelf, en niet de aard van de hoofdactiviteit van de natuurlijke of rechtspersoon door wie het voertuig wordt ingezet.

De appelrechters stellen vast dat op het kwestieuze voertuig Mercedes een hoogtewerker vast gemonteerd is en dat niet wordt betwist dat dit voertuig dient beschouwd te worden als een voertuig - werktuigmachine. Uit deze vaststellingen blijkt dat het voertuig weliswaar verplaatst kan worden, maar dat van enig laden en lossen geen sprake kan zijn. Het voertuig kan niet worden afgesplitst van de werktuigmachine. De hoofdbestemming van het onafsplitsbaar geheel is de functie als werktuig. De verplaatsbaarheid is slechts een noodzakelijke voorwaarde voor de inzetbaarheid van de werktuigmachine.

Door, na te hebben vastgesteld dat de hoogtewerker vast gemonteerd is op het voertuig en dat het geheel moet worden beschouwd als een voertuig-werktuigmachine die in het kader van allerhande werken wordt ingezet, te beslissen dat het voertuig een voertuig is in de zin van de artikelen 2 en 3 van de wet van 27 december 1994 en van artikel 2, vierde streepje, van de Richtlijn 93/89/EEG, en dit louter op grond van de niet relevante vaststelling dat het voertuig gebruikt wordt in het kader van de verhuuractiviteiten van eiseres, zonder hierbij acht te slaan op de kenmerken en bestemming van het voertuig zelf, terwijl uit de vaststellingen van de appelrechters blijkt dat de bestemming van het onlosmakelijk geheel (voertuig-werktuigmachine) het inzetten in het kader van allerhande werken is, en het transport van de werktuigmachine slechts een noodzakelijke voorwaarde is voor en derhalve ondergeschikt is aan de inzetbaarheid ervan, schenden de appelrechters de artikelen 1, 2 en 3 van voormelde wet van 27 de-cember 1994 tot invoering van een eurovignet, artikel 2 van het Verdrag van 9 februari 1994 tot invoering van een eurovignet en artikel 2, vierde streepje, van de Richtlijn nr. 93/89/EEG.

Tweede onderdeel

Krachtens artikel 2 van de wet van 27 december 1994 tot invoering van een eurovignet wordt er een recht voor gebruik van het wegennet geheven, een met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belasting, hierna te noemen "eurovignet".

Krachtens artikel 3 van deze wet zijn aan het eurovignet onderworpen, de motorvoertui-gen en de samengestelde voertuigen uitsluitend bestemd voor het vervoer van goederen over de weg, waarvan de maximaal toegelaten massa tenminste 12 ton bedraagt.

Krachtens 5, 2° van deze wet zijn van het eurovignet vrijgesteld de voertuigen die in België ingeschreven zijn en slechts af en toe op de openbare weg in België rijden en die worden gebruikt door natuurlijke of rechtspersonen die het goederenvervoer niet als hoofdactiviteit hebben, mits het vervoer dat met deze voertuigen plaatsvindt tot het Belgisch grondgebied beperkt is.

Het krachtens artikel 1 van voormelde wet van 27 december 1994 tot invoering van een eurovignet toepasselijke artikel 2 van het Verdrag van 9 februari 1994 tot invoering van een eurovignet bepaalt dat de begripsbepalingen van artikel 2 van de Richtlijn nr. 93/89/EEG van toepassing zijn op dit verdrag.

Artikel 2, vierde streepje, van de Richtlijn 93/89/EEG bepaalt dat voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder "voertuig": een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen dat uitsluitend bestemd is voor het goederenvervoer over de weg en waarvan het maximum toegestane totaalgewicht tenminste 12 ton bedraagt. Met vervoer wordt bedoeld het overbrengen van de ene naar de andere plaats van goederen en veronderstelt noodzakelijkerwijze dat de goederen geladen en gelost kunnen worden.

In zijn arrest van 28 oktober 1999, C-193/98 oordeelde het Hof van Justitie dat om uit te maken of een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen uitsluitend bestemd is voor goederenvervoer over de weg in de zin van artikel 2, vierde streepje van de Richtlijn nr. 93/89/EEG, de algemene bestemming van het voertuig in aanmerking moet genomen worden, ongeacht het gebruik dat er in een bepaald geval van kan worden gemaakt.

Daaruit volgt dat motorrijtuigen die voldoen aan de definitie van voormeld artikel 2 van de Richtlijn nr. 93/89/EEG, maar waarmee het goederenvervoer een andere bestemming dient dan het enkele transport van goederen, buiten de heffing blijven.

In zoverre voor de toepassing van de artikelen 3 en 5, 2°, van de wet van 27 december 1994 tot invoering van een eurovignet en 2, vierde streepje, van de Richtlijn nr. 93/89/EEG ook de hoofdactiviteit van de natuurlijke of rechtspersoon door wie het voertuig wordt ingezet, relevant is voor de kwalificatie als voertuig in de zin van artikel 3 van de wet van 27 december 1994 en 2, vierde streepje, van de Richtlijn 93/89/EEG en voor de vrijstelling als bedoeld in artikel 5, 2°, van voormelde wet van 27 december 1994, dient, voor de toepassing van voormelde bepalingen, de hoofdactiviteit te bestaan in het louter transport.

De appelrechters stellen vast dat op het kwestieuze voertuig Mercedes een hoogtewerker vast gemonteerd is en dat niet wordt betwist dat dit voertuig dient beschouwd te worden als een voertuig - werktuigmachine.

De appelrechters stellen vast dat dit voertuig in het kader van de verhuuractiviteiten van eiseres regelmatig op de openbare weg rijdt. De appelrechters stellen nog vast dat het voertuig van eiseres wordt ingezet voor het vervoer van haar eigen machine, dienstig voor verhuur. De appelrechters stellen daarbij nog vast dat het vervoer van het door eiseres verhuurd materieel volledig vreemd is aan de uitvoering van de werken, waarbij het werktuig of de voertuig - werktuigmachines door de huurder worden gebruikt.

De appelrechters besluiten op grond van deze overwegingen dat het gaat om een louter vervoer van goederen onderworpen aan het eurovignet.

Aldus stellen de appelrechters vast dat het vervoer van de hoogtewerker een andere bestemming dient dan het enkele transport van goederen. Met name kadert het vervoer van de hoogtewerker in het kader van de verhuuractiviteiten van eiseres. De appelrechters konden in die omstandigheden niet naar recht beslissen dat het aldus gaat om het louter vervoer van goederen onderworpen aan het eurovignet.

Door, na te hebben vastgesteld dat de hoogtewerker vast gemonteerd is op het voertuig en dat het voertuig rijdt in het kader van de verhuuractiviteiten van eiseres en wordt in-gezet voor het vervoer van haar machine, dienstig voor verhuur, te beslissen dat het voertuig van eiseres uitsluitend bestemd is voor het vervoer van goederen over de weg in de zin van artikel 3 van de wet van 27 december 1994 tot invoering van een eurovignet en van artikel 2, vierde streepje, van de Richtlijn nr. 93/89/EEG, schenden de appelrechters deze bepalingen.

Door verder, na te hebben vastgesteld dat de hoogtewerker vast gemonteerd is op het voertuig en dat het voertuig rijdt in het kader van de verhuuractiviteiten van eiseres en wordt ingezet voor het vervoer van haar machine, dienstig voor verhuur, te beslissen dat het voertuig van eiseres niet kan beschouwd worden als een voertuig dat wordt gebruikt door een natuurlijke of rechtspersoon die het goederenvervoer niet als hoofdactiviteit heeft, schenden de appelrechters nog artikel 5, 2°, van de wet van 27 december 1994 tot invoering van een eurovignet.

Door op grond van deze overwegingen ten slotte te beslissen dat het voertuig van eiseres terecht aan het eurovignet werd onderworpen, schenden de appelrechters alle in het middel genoemde bepalingen.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 3 van de wet van 27 december 1994 tot goedkeuring van het verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zwa-re vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 en tot invoering van een Eurovignet overeenkomstig richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Ge-meenschappen van 25 oktober 1993, zijn aan het eurovignet onderworpen, de motor-voertuigen en de samengestelde voertuigen uitsluitend bestemd voor het vervoer van goederen over de weg, waarvan de maximaal toegelaten massa ten minste 12 ton be-draagt.

Het toepasselijke artikel 2, 1°, van voormeld verdrag bepaalt dat de begripsbepalingen van artikel 2 van richtlijn 93/89/EEG van toepassing zijn op dit verdrag.

Artikel 2, vierde streepje, van voormelde richtlijn bepaalt dat voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder ‘voertuig': een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen dat uitsluitend bestemd is voor het goederenvervoer over de weg en waar-van het maximum toegestane totaalgewicht ten minste 12 ton bedraagt.

2. Bij arrest van 28 oktober 1999, C-193/98, Pfennigmann, oordeelt het Hof van Justitie van de Europese Unie dat om uit te maken of een motorvoertuig of een samen-stel van voertuigen uitsluitend bestemd is voor goederenvervoer over de weg in de zin van artikel 2, vierde streepje, van voormelde richtlijn, de algemene bestemming van het voertuig in aanmerking moet worden genomen.

Uit dit arrest volgt dat motorrijtuigen die niet voldoen aan de definitie van artikel 2, vierde streepje, van voormelde richtlijn, omdat hun algemene bestemming niet het goederenvervoer over de weg is, niet onderworpen zijn aan het eurovignet. De vrijstel-lingsregeling van artikel 3 van de richtlijn en van artikel 5 van de wet van 27 december 1994 is op deze voertuigen niet toepasselijk.

3. De appelrechters stellen vast dat:

- op het kwestieuze voertuig Mercedes een hoogtewerker vast is gemonteerd;

- niet wordt betwist dat dit voertuig dient beschouwd te worden als een voertuig-werktuigmachine.

4. De appelrechters die, na aldus te hebben vastgesteld dat de algemene bestem-ming van bedoeld voertuig niet het goederenvervoer over de weg is, oordelen dat, aangezien het voertuig in het kader van de verhuuractiviteiten van de eiseres regelma-tig op de openbare weg rijdt, dit niet voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarden van arti-kel 5 van de wet van 27 december 1994, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 21 september 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezig-heid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van afgevaardigd griffier Véroni-que Kosynsky.

V. Kosynsky

A. Lievens

F. Van Volsem

G. Jocqué

A. Smetryns

E. Stassijns

Vrije woorden

  • Eurovignet

  • Onderworpen voertuigen

  • Vereiste bestemming

  • Voertuig-werktuigmachine