- Arrest van 21 september 2012

21/09/2012 - F.11.0051.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Wanneer een bezwaar betrekking heeft op de aftrekbaarheid van bedrijfslasten die in het belastbare tijdperk door de belastingschuldige werden gedragen, maar die, bij gebrek aan voldoende belastbare inkomsten, niet integraal konden worden afgetrokken in het aanslagjaar dat betrekking heeft op het jaar waarin die bedrijfslasten werden gedragen, geldt dit bezwaar eveneens voor het volgende aanslagjaar of de volgende aanslagjaren gedurende dewelke het overige deel van die bedrijfslasten werd afgetrokken (1). (1) Zie de concl. van het O.M.


Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0051.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op verzoek van de gewestelijk directeur der directe belastingen te Gent, met kantoor te 9050 Gent, Gaston Crommenlaan 6, bus 604,

eiser,

tegen

VELUKA nv, met zetel te 9700 Oudenaarde, Berchemweg 105,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 11 mei 2010.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 14 maart 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 367 WIB92 bepaalt dat het bezwaarschrift gericht tegen een aanslag die gevestigd is op betwiste bestanddelen, van ambtswege geldt voor de andere aanslagen gevestigd op dezelfde bestanddelen of als supplement vóór de beslis-sing van de directeur der belastingen of van de door hem gedelegeerde ambtenaar, zelfs wanneer de termijnen tot bezwaar tegen die andere aanslagen zouden zijn verstreken.

2. Hieruit volgt dat wanneer een bezwaar betrekking heeft op de aftrekbaarheid van bedrijfslasten die in het belastbare tijdperk door de belastingschuldige werden gedragen, maar die, bij gebrek aan voldoende belastbare inkomsten, niet integraal konden worden afgetrokken in het aanslagjaar dat betrekking heeft op het jaar waarin die bedrijfslasten werden gedragen, dit bezwaar eveneens geldt voor het volgende aanslagjaar of de volgende aanslagjaren gedurende dewelke het overige deel van die bedrijfslasten werd afgetrokken.

3. De appelrechters stellen vast dat de verweerster aanvoert dat de vaststelling dat de belastbare grondslag voor het aanslagjaar 2001 ten onrechte van een over te dragen verlies werd omgezet naar een belastbaar bedrag en dat dit tot gevolg heeft dat in de aanslag voor aanslagjaar 2002 geen overdraagbare verliezen werden in aanmerking genomen.

4. Op grond van die vaststelling hebben zij naar recht kunnen beslissen dat de beide aanslagen op dezelfde belastbare bestanddelen werden gevestigd zoals be-doeld in artikel 367 WIB92.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 253,79 euro en voor de verweerster op 332,53 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 21 september 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van af-gevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

A. Lievens

F. Van Volsem

G. Jocqué

A. Smetryns

E. Stassijns

Vrije woorden

  • Uitbreiding

  • Aanslagen gevestigd op dezelfde betwiste bestanddelen

  • Naar een volgend aanslagjaar overgedragen bedrijfslasten