- Arrest van 21 september 2012

21/09/2012 - F.11.0085.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De bestuurder of zaakvoerder is enkel uit onrechtmatige daad aansprakelijk voor de schade die de fiscus heeft geleden door het niet kunnen innen van de bedrijfsvoorheffing indien de beslissing de bedrijfsvoorheffing niet door te storten een inbreuk uitmaakt op de algemene zorgvuldigheidsnorm in de zin van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek; de fout die door de bestuurder of zaakvoerder werd begaan en die verband houdt met het niet doorstorten van de bedrijfsvoorheffing in het raam van het verderzetten van een verlieslatende activiteit kan de oorzaak zijn van schade bij de fiscus die bestaat in de bedrijfsvoorheffing die niet kan geïnd worden bij de vennootschap.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0085.N

G.T.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 31 januari 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 14 maart 2012 ter griffie een conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Als een onrechtmatige daad in de zin van de artikelen 1382 en 1383 Burger-lijk Wetboek wordt aangemerkt elke schending van een wettelijke of reglementai-re norm waarin een welbepaalde gedraging geboden of verboden wordt.

Daarnaast maakt ook elke inbreuk op de zorgvuldigheidsnorm een onrechtmatige daad uit. De zorgvuldigheidsnorm wordt geschonden wanneer men zich anders gedraagt dan een normaal vooruitziend en zorgvuldig persoon die in dezelfde om-standigheden verkeert.

Niet elke wettelijke verplichting van de vennootschap maakt een wettelijke ver-plichting uit in hoofde van de bestuurders of zaakvoerder in eigen naam. De ver-plichting tot het doorstorten van de bedrijfsvoorheffing aan de fiscus rust meer bepaald enkel op de vennootschap met rechtspersoonlijkheid en niet op haar be-stuurders of zaakvoerder persoonlijk.

Indien de bestuurder of zaakvoerder op grond van een wettelijke of reglementaire bepaling niet tot een welbepaalde gedraging gehouden is, moet zijn aansprakelijk-heid op grond van de algemene zorgvuldigheidsnorm beoordeeld worden.

De bestuurder of zaakvoerder is derhalve enkel uit onrechtmatige daad aansprake-lijk voor de schade die de fiscus heeft geleden door het niet kunnen innen van de bedrijfsvoorheffing indien de beslissing de bedrijfsvoorheffing niet door te storten een inbreuk uitmaakt op de algemene zorgvuldigheidsnorm in de zin van de arti-kelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek.

De fout die door de bestuurder of zaakvoerder werd begaan en die verband houdt met het niet doorstorten van de bedrijfsvoorheffing in het raam van het verderzet-ten van een verlieslatende activiteit kan de oorzaak zijn van schade bij de fiscus die bestaat in de bedrijfsvoorheffing die niet kan geïnd worden bij de vennoot-schap.

2. De appelrechter oordeelt dat:

- er in hoofde van de zaakvoerder van de vennootschap begrip kan worden op-gebracht voor het in gebreke blijven door zijn vennootschap van de betaling van de bedrijfsvoorheffing in de beginperiode die gedekt wordt door de kohierartikels 530401160 en 531201961 omdat de zaakvoerder alsdan vermocht te denken, zonder hierbij onredelijk te zijn, dat de zaken van de vennootschap zouden kunnen worden rechtgetrokken;

- er nadien geen begrip meer kan zijn voor het niet betalen van de bedrijfsvoor-heffing;

- voor de navolgende ingekohierde bedragen de eiser de algemene zorgvuldig-heidsnorm niet nakwam door de bedrijfsvoorheffing door Safe Work Solutions bvba niet te laten doorstorten en door de van de brutolonen van de werknemers ingehouden sommen van hun bestemming door Safe Work Solutions bvba te laten onttrekken.

3. De appelrechter die op die gronden oordeelt dat het oorzakelijk verband vaststaat tussen de fout van de eiser en de schade namelijk het verlies van de be-lastingschuldvorderingen te rekenen vanaf de bedrijfsvoorheffing opgenomen on-der kohier artikel 531201962, verantwoordt zijn beslissing naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

4. Het onderdeel berust op de veronderstelling dat de verweerder voor de in-werkingtreding van artikel 442quater WIB92 niet op grond van de regels van de buitencontractuele aansprakelijkheid de zaakvoerder of bestuurders van een ven-nootschap vermocht aansprakelijk te stellen voor de schade die bestaat uit de be-drijfsvoorheffing die bij de vennootschap niet kon geïnd worden.

Uit het antwoord op het eerste onderdeel blijkt dat het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op voor de eiser op 174,63 euro en voor de verweerder op 150,27 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 21 september 2012 uitgesproken door afdelingvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van af-gevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

A. Lievens

F. Van Volsem

G. Jocqué

A. Smetryns

E. Stassijns

Vrije woorden

  • Bestuurder of zaakvoerder

  • Niet doorstorten van de bedrijfsvoorheffing

  • Onrechtmatige daad