- Arrest van 21 september 2012

21/09/2012 - F.11.0096.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Op grond van artikel 375, § 1, tweede lid, WIB92, is de directoriale beslissing ten aanzien van een ingediend bezwaar, waarvan de kennisgeving geschiedt bij ter post aangetekende brief, onherroepelijk, indien geen vordering is ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg binnen de in artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek bepaalde termijn van drie maanden (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0096.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de ontvanger der directe belastingen te Sint-Genesius-Rode, met kantoor te 1640 Sint-Genesius-Rode, Zo-niënwoudlaan 81,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

Y.D.,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 9 juni 2010.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 14 maart 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Op grond van artikel 375, § 1, tweede lid, WIB92, is de directoriale beslis-sing ten aanzien van een ingediend bezwaar, waarvan de kennisgeving geschiedt bij ter post aangetekende brief, onherroepelijk, indien geen vordering is ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg binnen de in artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek bepaalde termijn.

2. De appelrechters, die vaststellen dat de verweerster tegen de directoriale be-slissing van 22 mei 2006 over het door haar ingediende bezwaar geen verhaal heeft ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg, hebben niet zonder schending van deze wetsbepaling kunnen oordelen dat het incidenteel beroep van verweer-ster diende te worden ingewilligd.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit uitspraak doet over de aanslag voor het aanslagjaar 2000 en in zoverre dit de kosten voor een derde ten laste legt van de eiser.

Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing hieromtrent over aan de feitenrechter.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 21 september 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van af-gevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky A. Lievens F. Van Volsem

G. Jocqué A. Smetryns E. Stassijns

Vrije woorden

  • Directoriale beslissing

  • Vordering in rechte

  • Termijn van drie maanden

  • Geen vordering ingesteld